Blog VoxEurop

  • 60ste verjaardag van het Verdrag van Rome: Wij knoeien niet met de Europese Unie

    VoxEurop
    03 maart 2017

    Nee tegen de EU. En wat dan? Nationalisme? Uitsluiting en isolationisme? Haat zaaien en grenzen sluiten?

    Anti-Europese bewegingen hebben de wind in de rug, niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook hier bij ons. Hieruit blijkt dat het euroscepticisme een echte bedreiging vormt voor de basiswaarden van de Europese samenleving. Maar waarom staan zoveel Europeanen, 60 jaar na de oprichting van de Europese Unie (EU), zo kritisch tegenover een van de grootste verwezenlijkingen van deze tijd?

    Dat sommige van de 510 miljoen EU-burgers de EU ter discussie stellen, is begrijpelijk. Er bestaat ook geen twijfel over dat onze EU, zoals zij nu is, onvolmaakt en complex is. Zij versterkt de invloed van de lobbyisten en laat daarbij de gewone burger in de steek. De EU beschouwt zich als eenheid, maar is niet in staat met een stem te spreken. Het ontbreken van een dergelijk gemeenschappelijk beleid maakt het onmogelijk, de toenemende economische en sociale ongelijkheid tussen de inwoners van de verschillende landen te bestrijden.

    Waar onderlinge vijandigheid en verdeeldheid in Europa toe kunnen leiden, is genoegzaam bekend. We hoeven alleen maar terug te denken aan de eerste helft van de vorige eeuw.

    De Europese Economische Gemeenschap werd 60 jaar geleden opgericht met het idee om de vrede te waarborgen. Juist in deze tijd, in een onzekere wereld, waar honderdduizenden op de vlucht zijn voor oorlog en terreur, zouden wij zo’n waardevol cadeau naar waarde moeten schatten. Het zou lichtzinnig zijn zo veel op het spel te zetten.

    Voorts beschermt EU de democratie. Persvrijheid, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst zijn maar een deel van de onaantastbare rechten die de Europeanen genieten.

    Is het niet een groot geluk in een land te leven waar de beginselen van vrijheid en zelfbeschikking in de grondwet zijn verankerd?

    Alle lidstaten van de EU moeten de democratische beginselen in acht nemen, en staten die tot de EU willen toetreden, moeten de nodige hervormingen doorvoeren. Zo wordt bijgedragen tot het verspreiden van democratische waarden.

    Twee van de belangrijkste aspecten zijn het vrije verkeer van personen en de gemeenschappelijke munt. Natuurlijk is niet alles perfect; er is vooral veel kritiek op de euro. Maar in de eurozone hoef je geen geld meer te wisselen en bespaar je dus de daarmee verbonden kosten. Je kunt zonder pascontrole of visumplicht naar elk land reizen. Het Akkoord van Schengen, waarin het vrije verkeer van personen is vastgelegd, draagt dus niet alleen een bij tot de economische dynamiek, maar ook tot de culturele uitwisseling en tot vrede en begrip tussen de verschillende culturen.

    Als je hoort dat andere landen muren willen bouwen, kan je daar alleen maar hoofdschuddend kennis van nemen. Wij in Europa weten daar alles van. We mogen het nooit zo ver meer laten komen.

    Als het vrije verkeer van personen op welke manier dan ook ter discussie wordt gesteld, is dat een terugslag voor de zo vrije en veelzijdige EU.

    De EU is niet perfect. Maar zij zorgt voor vrede en veiligheid in Europa. Het is legitiem om kritiek op haar te hebben, maar niet om haar kapot te maken.

    Je kunt niet ontkennen dat de EU met het oog op de toekomst moet worden hervormd en vernieuwd. Dergelijke hervormingen kunnen echter alleen worden doorgevoerd als wij eensgezind optreden en ons niet laten leiden door afkeer en verdeeldheid.

    Meer dan ooit is een versterking van de EU nodig.

    Is het geen voorrecht, je buren als vrienden te beschouwen? Vrij te kunnen reizen zonder pascontrole? Nooit geld te hoeven wisselen? En vooral in vrede te leven?

    Voor ons Europeanen zijn deze voordelen, zoals zoveel dingen in de EU, vanzelfsprekend geworden. En toch zijn er steeds meer mensen die al deze dingen ter discussie stellen.

    Beste Europese medemensen,

    Wij zijn voor Europa en laten dit duidelijk blijken.

    Wij zijn er trots op deel uit te maken van een unie met 510 miljoen inwoners van verschillende culturen.

    Wij willen bruggen bouwen en geen muren. Onze Europese Unie moet synoniem zijn voor vrijheid, vrede en veiligheid.

    Wij willen een democratische, transparante en sociaal rechtvaardige EU.

    Wij hebben projecten nodig die ons verenigen.

    De leerlingenraad van het Duits-Frans Gymnasium in Freiburg im Breisgau in Duitsland, gesteund door de ouderraad, de leraren en de directie.

    Tekening van Claudio Cadei/Cartoon Movement

  • Griekse reddingsplan: Washington gaf Griekenland advies over onderhandelingen bailout

    VoxEurop
    01 oktober 2015

    De VS heeft Athene aangeraden om geen aanvallende houding ten opzichte van Duitsland aan te nemen en bondgenoten te zoeken.

    De Engelse editie van het Griekse dagblad Kathimerini heeft onthuld dat de Verenigde Staten de Griekse regering advies heeft gegeven in de maanden die voorafgingen aan de overeenkomst die op 13 juli is gesloten over het derde reddingsplan.

    Washington wilde dat Griekenland in de eurozone bleef en raadde Athene aan om Duitsland niet te fel te bekritiseren. Ook adviseerde de VS dat de regering een bondgenootschap moest sluiten met onder meer het Verenigde Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Oostenrijk en dat Athene deze landen ervan moest overtuigen dat in ruil voor hun steun aan Griekenland de hervormingen zouden worden doorgevoerd.

    Foto: White House Photostream/Wikimedia Commons

  • Een lezer raadt aan: Duitsland brengt stabiliteit eurozone in gevaar

    VoxEurop
    19 Mei 2015

    De Britse krant The Daily Telegraph meldt niet alleen dat Duitsland te maken met een overschot op de lopende rekening, maar ook dat het de Europese Commissie voor het vijfde opeenvolgende jaar niet is gelukt boetes aan het land op te leggen voor het in gevaar brengen van de stabiliteit van de eurozone en het zich niet houden aan de Marcoeconomic Imbalance Procedure (Marcro-economische Onbalansprocedure) van de EU. Het dagblad schrijft dat "cynici terecht zouden kunnen concluderen dat grote landen hun eigen spelregels in Europa hebben en dat Duitsland alle regels aan zijn laars lapt".

    In het artikel wordt verder ingegaan op de waarschuwing van het IMF dat het Duitse overschot een destructief effect op de Europese monetaire unie heeft en dat het niet in het economisch belang van het land is. Ook bemoeilijkt het de wederopbouw van EU-landen die hard getroffen zijn door de crisis. The Daily Telegraph schrijft dat het overschot:

    een chronisch structureel misbruik is, dat de werking van de monetaire unie op den duur onmogelijk wordt gemaakt en onbetwistbaar gevaarlijker voor de eurozone is dan wat dan ook wat er in Griekenland gebeurt.

  • De Griekse crisis uitgelegd: Wat ging er verkeerd?

    VoxEurop
    10 april 2015

    Vijf jaar lang is er hemel en aarde bewogen om Griekenland te redden, maar het resultaat is weinig opbeurend. Wat ging er mis tussen Athene, Brussel en Berlijn? De Duitse krant Die Welt heeft een reconstructie aan de hand van zeven punten gemaakt.

    Geïndustrialiseerde landen en de IMF, opgericht in 1945, hebben tientallen jaren ervaring met het rehabiliteren van met schulden overladen staten en het leggen van een basis voor een duurzaam herstel. In het verleden zijn er grote fouten gemaakt, maar er zijn net zoveel lessen geleerd. Zelfs zo veel dat we dat dachten dat we in principe wisten wat we moesten doen als een land op het punt stond failliet te gaan.

    Maar toen kwam in 2010 de Griekse kwestie op de agenda. Kort na het uitbreken van de Griekse crisis volgde de Eurozonecrisis toen Ierland, Portugal en Spanje ook hulp nodig bleken te hebben. Maar nu de andere crisislanden over het algemeen weer op de juiste weg zijn, lopen de euzonepartners en internationale organisaties tegen hun eigen grenzen op van wat ze kunnen doen in Griekenland.

    De Griekse economie is om zeep geholpen door excessieve bezuinigingsmaatregelen, zo zien de Grieken en sommige Amerikaanse topeconomen het. Griekenland was simpelweg onwelwillend om hervormingen door te voeren en kon daarbij een frisse start maken dankzij devaluatie in het geval van een 'Grexit', dat is de mening van velen in Duitsland, of het nu aanhangers van Alternative für Deutschland of hoogleraren economie zijn.

    De waarheid ligt, zoals altijd, ergens in het midden. Wie wat dieper op de feiten van de crisis ingaat, ziet dat veel beslissingen over het Griekse hulpprogramma goed gefundeerd waren en met de juiste bedoelingen zijn genomen, maar dat ze neveneffecten hebben gehad die een averechts effect hebben gesorteerd en vaak moeilijk te voorzien waren.

    1. Te veel nadruk op cijfers

    De meeste structurele hervormingen hoefden van de geldschieters door de Griekse regering niet te worden doorgevoerd. De focus lag voornamelijk op fiscale doelen, vooral omdat de regeringen van donorlanden tastbare resultaten wilden zien om de bailout aan hun kiezers te verantwoorden. Het weer gezond maken van de Griekse begroting had de hoogste prioriteit. Bezuinigingen op zich zijn niet verkeerd, maar de effecten daarvan op de economische groei zijn in de crisis wel onderschat, vooral bij gebrek aan de hoognodige structurele hervormingen, die lastig zijn door te voeren omdat ze botsen met gevestigde belangen.

    2. Provocerend micromanagement

    Ontwikkelingshulp en de de tientallen IMF-programma's hebben duidelijk gemaakt dat het geen zin heeft om kant-en-klare plannen aan een land op te dringen. De regering moet aan zijn electoraat een eigen hervormings- en versterkingsprogramma kunnen voorstellen en de hervormingen in eigen handen hebben. Dit principe werd volledig genegeerd in het geval van Griekenland. Hulp werd alleen verleend in het geval er aan strikte voorwaarden werd voldaan. De Trojka had echter ook weinig keuze: de Grieken kwamen zelf met weinig voorstellen en zorgden voor dubbelzinnigheid in het hervormingsplan om zo belangengroepen te kunnen beschermen.

    3. Verkeerde bezuinigingen

    Regeringen die ervoor kiezen hun uitgaven te herstructureren, kiezen meestal voor de makkelijkste weg. De crisis was voor Griekenland het moment om een einde te maken aan de belastingvoordelen voor vooral de rijken. Hierdoor zou het belastingsysteem eerlijker worden en er steun komen voor het gehele aanpassingsproces. Dit gebeurde echter niet, waarschijnlijk uit vrees voor de elite met zijn gigantische netwerk. Bovendien werden de uitgaven van de publieke sector sterk teruggedrongen door te korten op de salarissen en niet door ontslagen omdat de sector wordt gebruikt als veiligheidsnet voor ontslagen uit het bedrijfsleven. Andere onpopulaire en onnodige hervormingen, zoals het sluiten van de staatstelevisie, leken op een poging de Trojka in diskrediet te brengen bij de Griekse burgers.

    4. Eindeloze periode van lijden in plaats van een "Big Bang"

    Een veel gehoorde klacht is dat van Griekenland te veel in te weinig tijd werd verwacht. Het tegenovergestelde is echter waar. Mensen accepteren een twee jaar durende periode van ontberingen makkelijker dan een schijnbaar eindeloze kwelling. Aanvankelijk werd Griekenland van het ergste gespaard, maar er werd consequent te weinig gedaan om de economie weer op gang te brengen en investeerders naar het land te trekken. De problemen werden alleen maar groter.

    5. Ontkennen van de problemen

    Er vond geen 'Big Bang' in Griekenland plaats omdat er in de eerste jaren van het bestaan van de euro veel aandacht door de Europese Commissie was besteed aan de schuldcriteria uit het Verdrag van Maastricht. De structurele problemen in de eurozonelanden werden genegeerd. Pas toen de crisis losbarstte, realiseerde Brussel hoe weinig er bekend was over Griekenland, zoals bijvoorbeeld of de inefficiëntie van de overheidsdiensten. Bovendien was Griekenland het eerste slachtoffer van de crisis en werd het in het begin als een geïsoleerd geval beschouwd. Toen ook andere landen werden getroffen, werd de situatie nog erger door de verslechterde economische situatie in de EU.

    6. Te aarzelend over een haircut

    Politici wilden dat Griekenland een geïsoleerd probleem zou worden. Deskundigen die erop wezen dat Griekenland niet alleen zijn rekeningen niet kon betalen, maar ook zijn schulden niet kon aflossen, werden genegeerd. De gedachte daarachter was dat alleen een grote schuldvermindering draconische bezuinigingsmaatregelen kon voorkomen. Er bestond een angst dat de schuldeisers van andere zwakke landen in paniek zouden raken als Griekenland wél schuldenverlichting zou krijgen.

    7. Gebrek aan een toekomstvisie

    Een gebrek aan bescherming voor de rest van de eurozone was de reden dat de EU lange tijd een haircut te gevaarlijk heeft gevonden. De begrotings- en schuldenregels van het Verdrag van Maastricht gaven geen richtlijnen in het geval van een ernstige economische en schuldencrisis. Dit wijst op enig overmoed van de EU. Er werd geloofd dat crises zoals die plaatsvonden in opkomende markten niet in Europa konden plaatsvinden. Het heeft daardoor kostbare tijd gekost voor er instrumenten als het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de bankenunie konden worden opgericht.

    De kwestie Griekenland staat weer bovenaan de Europese agenda. Helaas is de Trojka in diskrediet gebracht en zijn de Grieken uitgeput en meer dan ooit tegen hervormingen. Is het nog steeds mogelijk het land binnen de eurozone te houden?

  • Loretta Napoleoni over terrorisme: “Europa beschikt niet over de middelen jihadisten op eigen grondgebied te bestrijden”

    VoxEurop
    27 maart 2015

    Volgens terrorismespecialiste Loretta Napoleoni vormt IS geen directe bedreiging voor ons continent, maar de Europeanen hebben te weinig financiële en juridische middelen om het probleem van geradicaliseerde jongeren en teruggekeerde jihadisten uit het Midden-Oosten aan te pakken.

    Welke dreiging gaat er vanuit IS uit?

    De bedreiging bestaat voornamelijk uit de Europese jihadisten die uit het Midden-Oosten zijn vertrokken en terugkeren naar Europa om aanslagen te plegen, een relatief nieuw fenomeen. Gedurende lange tijd waren de buitenlandse IS-strijders in Irak en Syrië afkomstig uit het Arabische schiereiland en Afrika. Maar sinds het kalifaat is uitgeroepen in juni 2014 heeft IS veel strijders in Europa gerekruteerd. Dat is vooral te danken aan de geweldige rekruteringscampagne waarbij video's zijn gebruikt, zoals deze van drie jonge Britten die de jihadstrijd roemen en hun steun aan de moslimstrijders uiten, en door het succes van IS in Irak en Syrië te benadrukken. Ook de rol van de westerse media moet niet worden vergeten die, bewust of niet, als klankkast hebben gefunctioneerd voor de propaganda van de jihadisten. IS komt als een gevestigde macht over op de jongeren en oefent daardoor nog meer aantrekkingskracht op jonge Europeanen uit die gegadigden zijn voor de jihad.

    Weten we hoeveel jihadisten terug zijn gekeerd vanuit Syrië en Libië naar Europa?

    Het precieze cijfer is onbekend. We weten wel dat het grootste gedeelte van de jihadisten uit Syrië die terug zijn gekeerd naar Europa, zich in het Noorden bevindt en dan vooral in België. Het aantal strijders dat is teruggekeerd of dat wil terugkeren maar dat om de een of andere reden vastzit in het Midden-Oosten wordt op 120 geschat. Echter, de teruggekeerde strijders vormen momenteel niet een groot probleem, in ieder geval niet het grootste probleem: IS richt zich nu op de verovering van Bagdad en zolang de strijders de Iraakse hoofdstad niet in handen hebben en de positie van IS daar niet is versterkt, is het vraagstuk van de teruggekeerde jihadisten in Europa van secundaire aard. Zodra IS klaar is met het veroveren van grondgebied, zal het wel een probleem worden. Maar meer vanwege het feit dat het leven binnen het 'kalifaat' weinig te bieden heeft voor de Europese jihadisten dan vanwege een daadwerkelijk plan om de strijd naar Europa te verplaatsen. Het leven in het zelfuitgeroepen kalifaat, vergelijkbaar met het leven in Saoedi-Arabië, is tamelijk saai voor jongeren die in het Westen zijn opgegroeid: er is bijna geen sociaal leven buiten de privé-sfeer, de mannen leven gescheiden van de vrouwen en het merendeel van het vermaak is verboden.

    Om dezelfde reden moeten we ook niet geloven dat de strijders worden gemotiveerd door het vooruitzicht volgens "de ware Islam" te leven: jonge Europese jihadisten zijn geen asceten die niet drinken, niet roken, enzovoorts.

    Waar ze door worden aangetrokken, is de strijd tegen een onderdrukker (het Syrische, Iraakse of Libische regime) en de oprichting van een islamitische politieke utopie zoals verwoord door de Moslimsbroeders en daarna door Al-Qaida en ga zo door. Maar zodra deze utopie is gerealiseerd, is het zeer waarschijnlijk dat de jongeren naar Europa terugkeren.

    Om wat te doen?

    In ieder geval niet om hier een vreedzaam bestaan te leiden. Door hun land van oorsprong worden ze buitenspel gezet en ze worden nog steeds gedreven door een grote drang om wraak te nemen, zoals het voorbeeld van Jihadi John op trieste wijze laat zien. Deze Britse geradicaliseerde oud-student is verantwoordelijk voor meerdere onthoofdingen van gijzelaars die ontvoerd waren door IS. Het is dus zeer aannemelijk dat zij de strijd thuis voortzetten.

    Er zijn ook strijders die zijn vertrokken en zich realiseren dat zij een fout hebben gegaan. Zij pakken het normale leven waarschijnlijk wel weer op zodra ze in Europa terugkeren.

    Hoe reageren de Europese landen op dit vooruitzicht?

    Niet of nauwelijks, aangezien ze er simpelweg geen geld voor hebben. Het probleem van het Europese antiterrorismebeleid is voornamelijk van economische aard: de verhouding tussen het aantal Europese jihadisten en de mankracht en technische middelen die beschikbaar zijn om hen in de gaten te houden, is overduidelijk onevenredig. De Europese veiligheidsdiensten proberen te voorkomen dat ze terugkomen naar Europa, maar dat leidt tot juridische en politieke problemen. Het is bijna onmogelijk een staatsburger in het bezit van een paspoort van het land te weigeren en aan te tonen dat hij of zij in Syrië, Irak of Libië was om te vechten.

    Daarbij komt dat meerdere Europese landen nu bezig zijn strijders die vechten tegen IS in Syrië te bewapenen. Hoe hou je de verschillende strijders uit elkaar? Deze kwestie vraagt om een politieke oplossing: het ontnemen van het staatsburgerschap is op bepaalde voorwaarden mogelijk, zeker indien iemand een dubbel paspoort heeft.

    Het meest waarschijnlijke scenario is echter dat ze in Syrië vastzitten. Daarom is er een internationaal akkoord nodig voor een procedure waardoor zij die dat wensen, die berouw hebben van de jihad, in alle veiligheid in hun land van herkomst kunnen herintegreren. Tijdens een bezoek aan België heb ik gesproken met politici die hebben aangegeven dat het merendeel van de Belgen die terugkomen uit Syrië (over het algemeen zeer jongvolwassenen) hadden begrepen dat ze een fout hadden begaan en hun daad betreurden. Maar ze vreesden ook hun terugkeer. Een procedure voor teruggekeerde jihadisten die terug willen keren in de maatschappij, is onontbeerlijk.

    Lees de rest van interview in het Frans.

    Loretta Napoleoni, L'Etat islamique (Calmann Levy, 2015).

    (Foto : Channel 4 News)

  • Lezerstip: Politieke unie moet zorgen voor democratische economische besluiten

    VoxEurop
    24 maart 2015

    Luigi Zingales schrijft in Il Sole 24 Ore dat het extreemlinkse karakter van Syriza niet de aandacht mag afleiden van het feit dat Griekenland oneerlijk wordt behandeld. Het IMF zou volgens hem beter met de situatie zijn omgegaan dan de Trojka (ECB, Europese Commissie en IMF):

    Het probleem is Duitsland noch Griekenland. Het probleem wordt gevormd door de politieke grondslagen van de Europese Unie. Het is een monetaire unie, geen politieke, waar geen economische besluiten op een democratische wijze kunnen worden genomen en die eindigt als een prooi voor de gevestigde belangen van de economisch sterkere landen.

    Een Engelse vertalingvan het artikel is beschikbaar op Zingales' blog.

  • Lezerstip: Yanis Varoufakis is de minister van Financiën van een "failliet land"

    VoxEurop
    05 februari 2015

    Een van onze lezers, Continentàl, raad een interview van het Duitse weeblad Die Zeit met de Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis aan.

    Nadat hij verkeerd was geciteerd in de Duitse pers, vraagt de nieuwe Griekse minister van Financiën Yannis Varoufakis in een interview met Die Zeit aan de Duitsers om naar de Grieken te luisteren en ze zelfs te vertrouwen. Hij meent dat de wantrouwigheid richting de Syriza-regering eigenlijk angst voor het onbekende is. "Europa was niet voorbereid op de crisis in Griekenland en heeft beslissingen genomen die de situatie alleen maar erger hebben gemaakt. Nu lijkt de EU op een gokverslaafde die goed geld achter slecht geld aangooit", aldus de minister.

    Lees de Engelstalige versie van het interview met Varoufakis hier.

  • Vlaanderen: Einde van het Vlaamse taboe

    VoxEurop
    04 november 2014

    "Zes maand geleden reed ik rond vijf na tien over de autostrade toen ik zag dat ik gekwetst was aan mijn hand.” Een Nederlandse leraar zal vreemd opkijken bij een dergelijke zin en meteen een streep door ‘maand’, ‘vijf NA tien’, ‘autostrade’ en ‘gekwetst’ zetten. Ook zijn Vlaamse collega zal dat waarschijnlijk doen, maar wel met tegenzin. Het is immers alledaags Vlaams taalgebruik. Als het aan de taalprofessionals in Vlaanderen ligt, is het dan ook tijd voor een omslag.

    Uit onderzoek van de KU Leuven, dagblad De Standaard, Radio 1 en de Taalunie onder 3226 taalprofessionals is namelijk gebleken dat "als het aan het taalgevoel van Vlaamse taalprofessionals ligt, meer Vlaamse woorden en zinnen tot de Nederlandse standaardtaal moeten behoren", schrijft De Standaard.

    De deelnemers (van advocaten tot leraren en eindredacteuren) moesten vijftig zinnen beoordelen, waarvan veertig typisch Vlaamse woorden of uitdrukkingen bevatten (zoals solden, mutualiteit en vuilbak) en tien vooral Noord-Nederlandse termen (ergens een hard hoofd in hebben, een occasion, jus d'orange). Hierna moesten zij aangeven of zij de zin aanvaardbaar vonden in een dagblad of op het journaal.

    Onderzoeker en docent Nederlands aan de KU Leuven Johan De Schryver noemt de resultaten “verrassend”. Zelfs “oude kaskrakers van de anti-gallicismestrijd” zoals ‘zich verwachten aan’ wat ‘verwachten’ moet zijn, en ‘beroep doen op’ voor ‘een beroep doen op’, werden door de deelnemers acceptabel bevonden. 58 procent van de deelnemers bleek niets tegen meer Vlaams in de standaardtaal te hebben.

    Journalist Jeroen De Preter, “ooit een behoorlijk geradicaliseerde soldaat in de heilige strijd tegen Vlaams Nederlands”, verbaast zich niet over de uitslag en vraagt zich in De Morgen af of deze taalstrijd niet al lang gestreden is:

    Nog tot laat in de negentiende eeuw was de voertaal in Vlaanderen het Frans. Het plan om de moedertaal van de Vlamingen als officiële taal toe te laten won in die tijd snel veld, maar werd bemoeilijkt door het feit dat die moedertaal in wezen een mozaïek van dialecten was. […] Hollands zou de norm worden, de Franse invloeden verketterd als gallicismen. […] Wij kunnen onze voorouders hier niet dankbaar genoeg voor zijn. Maar is hun strijd niet stilaan gestreden? Niemand die het nog in zijn hoofd haalt om hét Vlaamse woord ‘goesting’ te verbieden. […] Is er geen goede reden om niet op dezelfde manier om te gaan met die enkele honderden Vlaamse woorden […] die ‘ons’ Nederlands doen afwijken van het ‘Hollands’ Nederlands? Nee, die is er niet.

    Maar niet iedereen is het met hem eens. Knack-redacteur Joel de Ceulaer noemde het op Twitter een “zwarte dag voor het Nederlands” en hoofdredacteur Bjôrn Soenens van Het Journaal schreef op hetzelfde digitale medium “Weg met de gallicismen”.

    De Schryver sluit zijn rapport af met twee adviezen: concentreer je niet op de vraag of we nu de Noord-Nederlandse norm nog moeten volgen of niet (“Die discussie is namelijk al even oud als de Vlaamse emancipatiestrijd zelf. […] Maar die discussie is achterhaald door de feiten, zoals ook blijkt uit deze enquête”) en laat je zeker niet verleiden tot randdiscussies over tussentaal (de informele taal):

    De Vlaming voelt zich goed in zijn vel en heeft niet de behoefte om zich aan te passen aan verwachtingen die hij niet zinvol vindt, waarvoor hij zich zou moeten inspannen zonder dat er enige sanctie of beloning aan verbonden is, ook op taalgebied. Wie tot een groep behoort met enig prestige en daardoor een natuurlijke normbepaler is, heeft het niet nodig voor zijn opwaartse sociale mobiliteit om zijn taal (evenmin als andere aspecten van zijn gedrag) aan te passen aan een outgroup, de taalgemeenschap van Nederland.

    Wilt uzelf testen hoe Vlaams uw Nederlands is, doe dan de test op de site van De Standaard.

  • Aan onze lezers: Hoe VoxEurop te ondersteunen

    VoxEurop
    21 Juli 2014

    Sinds de doorstart van Presseurop werken wij met een gemotiveerd, maar kleiner team. De reacties van onze lezers zijn erg bemoedigend en hebben er toegeleid dat wij ons blijven inzetten voor de site.

    Het team heeft echter te maken met onvermijdelijke kosten, zoals voor het hosten van de site (bijna 200 euro per maand) en de vertaling van de lezerscommentaren (verzorgd door Google, dat elk vertaald teken in rekening brengt). Vele lezers hebben ons al gevraagd hoe ze een financiële bijdrage kunnen leveren aan VoxEurop. Wel, dat kan nu!

    In de rechterkolom van de site is een knop waarmee onze lezers een gift kunnen doen aan de stichting die VoxEurop beheert. Elke ontvangen euro zal worden besteed aan de kosten die worden gemaakt voor het goed functioneren van de site. Wat er eventueel overblijft, zal worden gestopt in de verdere ontwikkeling van de website en nieuwe artikelen voor de site.

    Namens het team van VoxEurop willen wij onze lezers hartelijk danken voor hun steun en vertrouwen!

  • Nieuwe indeling Frankrijk: Geen vernieuwing zonder protesten

    VoxEurop
    09 Juni 2014

    De aankondiging van de Franse president dat hij het aantal regio’s wil terugbrengen van 22 naar 14, is ingeslagen als een bom. Hoewel veel Fransen het er eigenlijk wel over eens zijn dat de ‘administration’ in Frankrijk te log en te groot is, raken ze bij het zien van de nieuwe indeling toch volledig van slag.

    Fransen houden niet zo van veranderingen. Of het nou om het homohuwelijk, de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd of de invoering van de ecotaxe gaat, bij het horen van het woord ‘changement’ slaat Frankrijk volledig op tilt. Het begint meestal met wat gemor van de politieke commentatoren op tv en eindigt standaard met enorme demonstraties in de grote steden, het liefst nog vergezeld van een aantal fikse stakingen.

    En ook nu is het land in rep en roer na de bekendmaking van president Hollande begin deze maand van de nieuwe territoriale indeling. Momenteel heeft Frankrijk 22 regio’s, het idee is om dat aantal terug te brengen naar 14. Een aantal gebieden zullen fuseren, zoals Basse- met Haute-Normandie, France-Comté met Bourgogne en Auvergne met Rhône-Alpes. Dichtbevolkte regio’s als Ile-de France en Provence-Alpes-Côte d'Azur blijven zoals ze zijn. Met deze maatregel hoopt de overheid de komende vijf à tien jaar tien miljard euro te besparen.

    Hoewel er in Frankrijk bijna een algemene consensus bestaat dat het overheidsapparaat (met meer dan 35000 gemeentes, zeshonderdduizend volksvertegenwoordigers en 5,5 miljoen ambtenaren op een bevolking van 65 miljoen mensen) wel aan de zware kant is, vonden enkele dagen na de bekendmaking van de kaart de eerste demonstraties al plaats. In Loire-Atlantique schrokken ze zich een hoedje dat ze niet zijn ingedeeld bij Bretagne, maar bij Poitou-Charentes. Een site met de naam 44=Breizh (44 is het nummer van het departement, ‘Breizh’ is de Bretonse naam voor Bretagne) is inmiddels al in de lucht en een grote demonstratie staat voor eind juni gepland. Ook worden er acties verwacht van de vele ambtenaren die werkzaam zijn voor de regio’s die moeten verdwijnen.

    President Hollande heeft al aangegeven dat het project deze zomer eerst nog door het parlement moet worden goedgekeurd en dat de ‘conseils généraux’, het regionale bestuur, van de op te heffen regio’s niet vóór 2020 worden ontbonden. Ook premier Manuel Valls heeft gezegd dat er “ruimte is voor aanpassingen”. Tijd voor de tegenstanders van het plan om de spandoeken uit de kast te halen en zich op te maken voor een 'hete zomer'. Veranderingen zonder strijd, dat zou pas echt een vernieuwing zijn.