Crisis eurozone: Wat hebben de Nederlanders ooit voor ons gedaan?

Het cassettedeck, een van de Nederlandse bijdragen aan de mensheid, in 1962 op de markt gebracht door Philips.
Het cassettedeck, een van de Nederlandse bijdragen aan de mensheid, in 1962 op de markt gebracht door Philips.
18 november 2011 – De Volkskrant (Amsterdam)

In de huidige crisis halen Nederlanders graag uit naar burgers van minder sterkere economieën zoals Griekenland of Italië. Maar nu de recessie in Nederland voor de deur staat, moeten de Nederlanders niet vergeten dat ze hun welvaart niet slechts aan zichzelf te danken hebben.

"Wat hebben de Romeinen nou ooit voor ons gedaan?", zo vraagt John Cleese in de beroemde Monty Python-satire Life of Brian aan zijn verzetsgroep. "Aquaducten", fluistert er een. "Eh...sanitair", een ander. "Wegen." "Irrigatie." "Onderwijs." "Wijn." "Medicijnen." "Schoon water." "Ja, maar behalve aquaducten, sanitair, wegen, irrigatie, onderwijs, wijn, medicijnen, schoon water", roept een wanhopige Cleese. "Eh...publieke baden."

Nederlanders willen voor een groot deel na de Grieken ook de Italianen kwijt. En eigenlijk ook de Spanjaarden en de Portugezen. Misschien zouden de Fransen ook maar beter uit de eurozone kunnen stappen. En de Belgen. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er nooit zoveel stereotyperingen meer op Europese volkeren losgelaten als de laatste weken. De hardwerkende Noord-Europeanen zouden tegenover de luiwammesen in Zuid-Europa staan in een niet meer te overbruggen cultuurkloof. Het verleden is snel vergeten. In 2004 en 2005 prees heel Europa nog Spanje en Ierland als de grootste succeseconomieën van Europa. Nederland mocht blij zijn aan de armen van het Spaanse wonderkind en de Keltische tijger te worden genomen. Spanje, Portugal en Italië waren de kern van het nieuwe Europa.

In de jaren 70 was Nederland zelf de verschoppeling van Europa

In de jaren zeventig was Nederland zelf de verschoppeling van Europa. In 1977 sprak The Economist in het omslagartikel over The Dutch Disease – het wegkwijnen van de industriële sector met het over de balk gooien van inkomsten uit natuurlijke rijkdommen, het gas uit Slochteren, aan sociale voorzieningen en socialistische stokpaardjes. Het staat nog altijd als economisch model in Wikipedia en wordt in Engeland en de VS te pas en te onpas gebruikt als metafoor voor in het slop geraakte economische processen. Het is daar tenminste veel bekender dan het poldermodel dat twintig jaar later van Nederland juist een voorbeeldnatie maakte.

Toen Nederland zijn poldermodel had, beleefde Zweden zijn bankencrisis. De Duitse economie klom net uit het diepe dal waarin het was geraakt na de hereniging. Economisch succes is niet natiegebonden. Het is eerder een kwestie van de Wet van de Remmende Voorsprong zoals de historicus Jan Romein die in 1937 omschreef. Een voorsprong verandert op den duur in een achterstand.

De onbeperkte aftrek van de hypotheekrente, de dure gezondheidszorg en de AOW hangen Nederland voor de toekomst als een molensteen om de nek. Misschien zullen de Grieken en Italianen zich dan afvragen wat de Nederlanders nou voor Europa hebben gedaan. "De windmolen." "De polder." "Het cassettedeck." "Eh...de cd-speler." Cleese zou zeggen: "Maar welke zijn daarvan nu nog werkelijk nuttig?"

Factual or translation error? Tell us.