Wie is er bang voor Duitsland? / 2: “Europa spreekt ineens Duits”

22 november 2011
Berliner Zeitung Berlijn

Gerhard Polt in de film “Man spricht deutsh”
Gerhard Polt in de film “Man spricht deutsh”

“Europa spreekt ineens Duits”, zei het parlementslid Volker Kauder met betrekking tot de Duitse invloed op het Europese economische beleid. Maar volgens de Frankfurter Rundschau zou een bond van vrije democratieën er heel anders uit moeten zien.

Toen Gerhard Polt in 1988 zijn fantastische film “Man spricht Deutsh” uitbracht, kon men nog argeloos en oprecht lachen om deze karikatuur van het Duitse toeristenbestaan in Italië. Twee jaar vóór de Duitse hereniging was volslagen duidelijk, dat een dergelijke dweepzucht met alles wat Duits is weliswaar op verschillende plaatsen kon worden aangetroffen op campings en aan de stamtafel, maar dat de Duitse politiek zéér Europees en helemaal niet hegemoniaal dacht en handelde. De Britse auteur Timothy Garton Ash heeft nu echter geadviseerd de Engelse taal uit te breiden met een nieuw werkwoord: "to kauder". Het betekent: het op het Europese politieke toneel bezigen van borrelpraat. Hij doelde daarmee op het optreden van de fractievoorzitter van de CDU/CSU, Volker Kauder, op de partijdag van de CDU. Deze vertrouweling van bondskanselier Angela Merkel heeft daar deze week geestdriftig verklaard: “Jetzt auf einmal wird in Europa Deutsch gesprochen!"(Nu wordt ineens in Europa Duits gesproken) Daarmee bedoelde hij niet het door de Europese Unie even hardnekkig als onsuccesvol nagestreefde project om van het Duits in Brussel de Europese omgangstaal te maken. Hij bedoelde het Duitse dictaat met betrekking tot een Europees spaar- en stabiliteits-, je zou zelfs kunnen zeggen: soberheidsbeleid. Na nog geen 25 jaar is de satire werkelijkheid geworden.

"Wij willen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland" Europa is bang voor de Duitse overmacht, maar de Duitsers zien er niets verkeerds in. Hun leiders vieren het als een succes. De door de filmtoeristen van Polts uitgedragen overtuiging dat Italië een mooi land zou zijn, als de Italianen er maar niet zouden wonen, is nu zo langzamerhand ook in de Berlijnse regeringswijk te horen. Na de door Bismarck, Wilhelm II en Hitler veroorzaakte rampen op buitenlands politiek gebied, door hun pogingen om Europa te overheersen en die uiteindelijk tot de ultieme politieke en morele ondergang van de Duitse nationale staat hebben geleid, heeft het 'inpakken' van de Duitse Bondsrepubliek in de (West-)Europese Gemeenschap altijd twee doelen gediend: een terugkeer in de volkerengemeenschap en een verzekering tegen Duitse hegemoniale ambities. Het is de historische verdienste van Konrad Adenauer, Willy Brandt en Helmut Kohl, dat zij dit beleid decennialang even geloofwaardig als succesvol hebben gevoerd. Maar toen in 1990 kon worden voorzien dat er in het midden van Europa weer een verenigd, veel machtiger Duitsland dan de twee staten BRD en DDR zou ontstaan, was men er bij de buren en ook in sommige Duitse kringen niet meer zo zeker van dat dit ook in de toekomst zo zou blijven. Helmut Kohl en de zijnen antwoordden met Thomas Mann: “Wij willen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland.” Als bewijs daarvoor gaven ze zelfs de Duitse mark op, het geliefde en gekoesterde symbool van het Duitse economische wonder van na de Tweede Wereldoorlog. Maar daardoor begon zich ook een mentaliteitsverandering af te tekenen, eerst nog wat schuchter, maar door het oordeel van het grondwettelijk gerechtshof over het Verdrag van Lissabon in 2009 voor het eerst tastbaarder. Hierdoor werd de soevereiniteit van de Duitse nationale staat op een manier benadrukt, die wel tot een Duits Europa moest leiden. Maar pas de eurocrisis heeft uit deze theoretische juristerij een politieke praktijk doen ontstaan die veel rigider is dan de rechters in Karlsruhe destijds voor ogen moet hebben gestaan.

Een door Duitsland gemodelleerd kern-Europa Het is in zekere zin een verdienste van Volker Kauder, dat hij met zijn zelfingenomen en arrogante getoeter de nevel van de diplomatieke frasen aan flarden heeft gescheurd. Wat heeft het nog met een democratisch, afwisselend en gelijkberechtigd Europa te maken, als onder Duitse leiding het in Berlijn verzonnen bezuinigingsbeleid zonder enig alternatief aan de zuidelijke landen van de eurozone wordt opgedrongen en door zogenaamde technocraten wordt uitgevoerd? En hoe is de politieke druk uit Berlijn op de Europese Centrale Bank nog te rijmen met haar steeds weer beleden onafhankelijkheid? Angela Merkel kan zich er op laten voorstaan dat zij deze rol niet naar zich toe heeft getrokken. Maar de verworven economische macht van Duitsland, eerst door de zo succesvolle euro en later door het Duitse soberheidsbeleid van de laatste jaren, dwingt haar nu toch de teugels in handen te nemen. Dus wordt de Griekse wens om een referendum te houden een bedreiging, wordt zelfs Frankrijk op de Duitse koers gebracht en zal deze weg tenslotte naar een Duits gemodelleerd kern-Europa voeren. Dat zal bestaan uit de eurolanden, en misschien binnenkort alleen nog maar uit de sterkere eurolanden.

De pas nu ontdekte hartstocht van Angela Merkel voor Europa klinkt goed. Maar het is een heel ander Europa dan de bond van vrije en gelijkwaardige democratieën, die de grondleggers van de Europese samenwerking ooit voor ogen heeft gestaan.

Factual or translation error? Tell us.