Interview: George Steiner, een pleidooi voor cultuur

George Steiner en 2006.
George Steiner en 2006.
30 december 2011 – Télérama (Parijs)

Literatuur, filosofie, wetenschap: tegenwoordig ontwikkelen deze instrumenten die ons helpen de wereld te begrijpen, zich gescheiden van elkaar. En dat valt te betreuren volgens de intellectueel en humanist George Steiner. Toch is het de cultuur die ons redt, vooral in Europa. excerpts.

Nietzsche, Heraclitus en Dante zijn de helden van zijn nieuwe boek, The Poetry of Thought, maar zij moeten nog even wachten. George Steiner ontvangt ons in zijn huis in Cambridge met een grappige ontboezeming, tussen een plakje panettone en een kop koffie: toen de Eurostar net in gebruik was genomen, stelde hij voor om het eerste kind dat in de tunnel onder het Kanaal een vis zou ontwaren, een shilling te geven. "De ouders waren geschokt!" lacht de hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap. Deze combinatie van humor en eruditie, van intelligentie en vriendelijkheid, is kenmerkend voor George Steiner. Hij werd in 1929 in Parijs geboren uit een Weense moeder en een Tsjechische vader die de naziverschrikkingen voorspeld had. Steiner, nu een grootse meertalige schrijver, was al van jongs af aan bezig Homerus en Cicero te ontcijferen, onder de hoede van zijn verwekker, een groot Joodse intellectueel, een hartstochtelijk liefhebber van kunst en muziek, die de leraar (de eigenlijke betekenis van het woord 'rabbijn') in hem naar boven wilde halen. In 1940 reist het gezin naar New York met de laatste boot die uit Genua vertrekt. Na zijn studie in Chicago en Oxford gaat Steiner op de redactie van The Economist werken. Hij steekt opnieuw de Atlantische Oceaan over en voert een vraaggesprek met Oppenheimer, de uitvinder van de atoombom, die hem naar het Princeton Institute haalt. Daarmee krijgt zijn leven een "nieuwe wending". Hij publiceert zijn belangrijkste boeken, o.a. Tolstoy or Dostoevsky [Nederlandse vertaling: Tolstoj of Dostojevski] en Language and Silence, die vaak voortvloeien uit de lesstof die hij op zijn colleges behandelt, hij richt het Churchill College in Cambridge op, wordt literatuurcriticus bij de New Yorker en treedt in dienst bij de Universiteit van Genève. Een ontmoeting met een groot Europese humanist, wiens denkbeelden de hele wereld hebben doorkruist.

Europa bevindt zich in een diepe crisis. Is het volgens u mogelijk dat ons continent uiteenvalt?

Gezien de huidige situatie is dat zeker mogelijk. Toch zullen we er op de een of andere manier wel heelhuids afkomen. Ironisch genoeg zou Duitsland wel eens opnieuw de overhand kunnen krijgen. Laten we even teruggaan in de tijd. Tussen augustus 1914 en mei 1945 zijn in Europa, van Madrid tot Moskou en van Kopenhagen tot Palermo, bijna tachtig miljoen mensen omgekomen door oorlogen, deportaties, vernietigingskampen, hongersnoden en bombardementen. Het is een wonder dat Europa dit heeft overleefd. De wederopstanding van het continent was echter niet compleet. Europa maakt momenteel een dramatische crisis door; het is bezig de jongere generatie te offeren, die niet in de toekomst gelooft. Toen ik jong was, had je allerlei stromingen die hoop boden: het communisme (en hoe!), het fascisme, dat mensen eveneens hoop verschaft, vergis je niet, en voor de Joden was er ook het zionisme, enzovoorts, enzovoorts. Nu hebben we niets meer van dat alles. Wanneer je in je jeugd niet door een bepaalde hoop wordt gegrepen, al is het een bedrieglijke hoop, wat blijft er dan nog over? Niets. De grote socialistische messiaanse droom is uitgelopen op de goelags en op François Hollande – ik neem zijn naam als symbool, ik lever geen kritiek op zijn persoon. Het fascisme is ontaard in allerhande gruwelijkheden. Het is van wezenlijk belang dat de staat Israël overleeft, maar de huidige nationalistische koers, die haaks op de kosmopolitische Joodse inborst staat, is een tragedie. Ikzelf wil rondzwerven. Ik leef naar het motto van Baal Sjem Tov, een groot rabbijn uit de achttiende eeuw: "De waarheid is altijd in ballingschap."

Wordt dit rondzwerven niet door de globalisering bevorderd?

Nooit eerder hebben de geografische grenzen zo potdicht gezeten. Wanneer je vroeger wegging uit Engeland, kon je naar Australië, India of Canada gaan; tegenwoordig krijg je geen werkvergunning meer. Onze wereld gaat op slot. Elke nacht proberen honderden mensen vanuit de Maghreb Europa te bereiken. Onze planeet is in beweging, maar waar naartoe? Vluchtelingen wacht momenteel een vreselijk lot. Ik heb ooit de eer gehad een lange toespraak tot de Duitse regering te mogen houden. Mijn laatste woorden waren: "Dames en heren, alle sterren worden nu geel."

Voelt u zich ondanks alles nog steeds Europeaan?

Europa blijft de plaats van massaslachtingen, waar onbegrijpelijke dingen hebben plaatsgevonden, maar ook van de mij zo dierbare culturen. Alles heb ik aan Europa te danken en ik wil daar zijn waar mijn doden liggen. Ik wil binnen de straal van de Shoah blijven. En daar waar ik mijn vier talen kan spreken. Dat geeft mij veel rust, vreugde en plezier. Ik ben opgevoed met drie talen: Engels, Frans en Duits. Later heb ik nog Italiaans geleerd. Mijn moeder begon een zin in de ene taal en eindigde hem in een andere taal, zonder dat ze het merkte. Ik heb nooit een moedertaal gehad, wat in tegenstelling tot wat men doorgaans denkt, tamelijk gebruikelijk is. In Zweden heb je Fins en Zweeds en in Maleisië spreekt men drie talen. Het idee van een moedertaal is een zeer nationalistisch en romantisch idee. Dankzij mijn meertaligheid kon ik les geven, After Babel: Aspects of Language and Translation schrijven en me overal thuis voelen. Elke taal is een open venster op de wereld. Wat een vreselijke gedachte van de heer Barrès dat mensen ergens zouden moeten wortelen! Bomen hebben wortels: ik heb benen en dat is een geweldige vooruitgang, dat kan ik je verzekeren!

Zijn literatuur en filosofie nog altijd handlangers?

Beide worden mijns inziens bedreigd. De literatuur heeft gekozen voor de kleine wereld van persoonlijke relaties. Zij weet niet langer de grote metafysische thema's aan te snijden. We hebben geen Balzac of Zola meer. Geen enkel onderwerp ontsnapte aan de aandacht van deze genieën van de menselijke komedie. Ook Proust heeft een onbegrensde wereld geschapen en Ulysses, van Joyce, staat nog heel dicht bij Homerus… Joyce vormt de scharnier tussen twee grote werelden, die van de klassieken en die van de chaos. Vroeger verdiende ook de filosofie het predicaat universeel. De hele wereld stond open voor de ideeën van bijvoorbeeld Spinoza. Tegenwoordig blijft een immens deel van het universum voor ons gesloten. Onze wereld versmalt zich. De wetenschap is voor ons ontoegankelijk geworden. Wie kan de jongste bevindingen in de genetica, astrofysica en biologie begrijpen? Wie kan ze aan een leek uitleggen? De diverse bronnen van kennis communiceren niet langer met elkaar; schrijvers en filosofen zijn niet meer in staat de stem van de wetenschap te verklanken. En dat terwijl de wetenschap zo uitblinkt door zijn verbeeldingskracht. Hoe kunnen we pretenderen over het menselijk geweten te spreken wanneer we de meest gedurfde en vernuftige aspecten buiten beschouwing laten? Ik maak me zorgen over wat 'geletterd zijn' tegenwoordig betekent, of 'to be literate'; in het Engels is de uitdrukking nog sterker. Kun je geletterd zijn zonder een niet-lineaire vergelijking te snappen? De cultuur dreigt kleingeestig te worden. Misschien is onze opvatting over cultuur aan een grondige herziening toe. Ik wil u over een ervaring vertellen die mij bijzonder heeft ontroerd: een van mijn collega's in Cambridge, een Nobelprijswinnaar, een uiterst vriendelijke man, vroeg mij op een avond terwijl we samen aan het eten waren, of ik hem wilde helpen met een voor hem onbegrijpelijke tekst van Lacan. Vergelijk de bescheidenheid van deze grote wetenschapper eens met de trots, de arrogantie die onze haarklovende meesters in onwetendheid kenmerkt…

Volgens u vormen de nieuwe technologieën een bedreiging voor de 'stilte' en de 'intimiteit' die nodig zijn om de grote werken te ontmoeten...

Ja, de kwaliteit van de stilte is organisch verbonden met de kwaliteit van de taal. U en ik zitten in dit huis omgeven door een tuin, waar geen ander geluid te horen is dan ons gesprek. Hier kan ik werken en dromen, hier kan ik proberen na te denken. Stilte is een gigantische luxe geworden. Mensen leven met rumoer om zich heen. De steden kennen geen nacht meer. Jongeren zijn bang voor de stilte. Wat zal er gebeuren met de serieuze bestudering van moeilijke teksten? Gaan we straks een bladzijde Plato lezen met een walkman op? Ik vind dat erg beangstigend. Door de nieuwe technologieën verandert onze verhouding met boeken ingrijpend. Ze zorgen voor verkorting, vereenvoudiging en een nieuwe manier van 'verbonden' zijn. Onze geest is als het ware 'bekabeld'. We lezen niet meer op dezelfde manier als vroeger. Het fenomeen Harry Potter lijkt een uitzondering. Alle kinderen overal op aarde, het Eskimokind, het Zoeloekind, lezen en herlezen deze op en top Engelse saga met een rijk vocabulaire en een verfijnde syntaxis. Dat is fantastisch. Het boek is een groot pleitbezorger van de persoonlijke levenssfeer. Engeland is nog altijd een land waar privacy hoog in het vaandel staat. Dat heeft soms absurde kanten: mensen kunnen vijftig jaar elkaars buren zijn zonder ooit een woord met elkaar te wisselen. Deze cultus van de 'private life' heeft een enorme politieke waarde: hij biedt een mogelijkheid tot verzet.

Beschouwt u zichzelf niet als schepper?

Nee, je moet de verschillende functies niet met elkaar verwarren. Zelfs de meest begaafde criticus, commentator of exegeet is lichtjaren verwijderd van de scheppend kunstenaar. De intieme bronnen van creatie zijn voor ons moeilijk te doorgronden. Laten we eens jaren teruggaan, naar Bern… Kinderen gaan picknicken met hun onderwijzeres, bij een viaduct. Ze maken een tekening en de onderwijzeres kijkt mee over de schouder van een jongetje, dat de pijlers van de viaduct van laarzen voorziet! Sinds die dag zijn alle viaducten aan de wandel. De jongen heette Paul Klee. Creatie verandert alles wat zij aanschouwt, de maker heeft aan enkele strepen genoeg om ons iets te laten zien wat er voorheen al was. Naar welk mysterie leidt creatie ons? Om dat te begrijpen, heb ik Grammars of Creation [Nederlandse vertaling: Grammatica van de schepping] geschreven. Aan het eind van mijn leven begrijp ik het nog steeds niet.

Begrijpen, zou dat afbreuk doen aan de kunst?

In zekere zin ben ik blij dat ik het niet begrijp. Stelt u zich eens een wereld voor waarin de neurochemie ons zou uitleggen hoe Mozart in elkaar zit… Dat is niet ondenkbaar en dat maakt me bang. Er zijn al machines die interactief met het brein communiceren: computer en mens werken samen. Overigens zullen historici op een dag wellicht beseffen dat de belangrijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw niet de oorlog of de financiële crisis was, maar het moment waarop Kasparov, de schaker, zijn partij tegen een metalen kastje verloor en zei: "De machine heeft niet gerekend, maar nagedacht." Toen ik dat las, heb ik mijn collega's in Cambridge, de crème de la crème van de wetenschap, naar hun mening gevraagd. Zij zeiden me dat ze niet wisten of denken geen vorm van rekenen was. Wat een angstaanjagend antwoord! Kan dat kleine apparaatje straks muziek componeren?

Vertaald uit het Frans door Jan Messchendorp

Factual or translation error? Tell us.