Hongarije: Tokaj-wijn inzet van een bittere strijd

Een wijnkelder in de regio Tokaj-Hegyalja, in Hongarije. Foto: Legnaw
Een wijnkelder in de regio Tokaj-Hegyalja, in Hongarije. Foto: Legnaw
23 december 2009 – Polityka (Warschau)

Al meer dan 40 jaar voert Hongarije een onvermoeibare strijd voor de erkenning van de Tokaj-wijnstreek als Hongaarse gecontroleerde oorsprongsbenaming (AOC). Nadat het de Sovjet-Unie, Frankrijk en Italië had verslagen, voert het nu nog strijd met het kleine Slowakije, dat zich niet gewonnen geeft.

De Franse koning Lodewijk XIV gaf deze zoete wijn de bijnaam vinum regum et rex vinorum (de wijn van koningen en de koning onder de wijnen). De wijngaarden in de piedmont-vlakte van Tokaj, in het noordoosten van Hongarije, vormen samen met de Franse Saint-Émilion (Bordeaux) en de Portugese Alto Douro en Pico (Porto) de enige wijnbouwgebieden die op de werelderfgoedlijst van Unesco staan. De namen van de wijnen uit deze gebieden zijn beschermd en mogen niet worden geïmiteerd of nagemaakt.

Het geschil met de Sovjet-Unie

De internationale opmars van de zoete Tokaj van het type aszú begon in de zestiende eeuw, toen Poolse handelaren deze wijn op grote schaal op de markt brachten. De Russische tsaar was nogal verknocht aan węgrzyn (Wegry – Hongarije in het Pools) en had zijn wijnaanvoer veilig gesteld door een wijngaard van een paar hectare op de Tokaj-hellingen te kopen en door het transport van de vaten toe te vertrouwen aan konvooien die werden geëscorteerd door Kozakken. Na de Oktoberrevolutie van 1917 werd de Tokaj per trein aangevoerd. Toen de wijnbouwgebieden na de Tweede Wereldoorlog door de communisten werden genationaliseerd en de bevoorrading stokte, ontstond er een diplomatieke crisis en moest de Hongaarse regering de wijngaarden aan Moskou teruggeven zodat de leveringen weer op gang konden komen. In het Kremlin was men namelijk dol op de Tokaj: bij Stalin kwam deze wijn op de tweede plaats, net achter de Georgische cinandali, waaraan hij bijzondere geneeskrachtige eigenschappen toeschreef. Zijn opvolger, Nikita Chroesjtsjov, had zelfs het bevel gegeven om Tokaj-wijnstokken te planten op de basaltachtige hellingen van de Krim, maar deze rotten snel weg en de wijn vertoonde geen enkele gelijkenis met de Tokaj.

De conflicten met Frankrijk en Italië

Aan het einde van de zestiende eeuw hadden Elzasser troepen de omgeving van Tokaj geplunderd. Daarbij hadden ze zo'n vierduizend vaten van de kostbare wijn buitgemaakt, evenals wijnstokken, die vervolgens in de Elzas werden geplant. Naarmate de eeuwen verstreken raakte de Tokay uit de Elzas vrijwel overal steeds meer in trek. In het midden van de jaren 60 hebben de Hongaren uiteindelijk een klacht ingediend bij de EEG, en na twintig jaar onderhandelen werd er eindelijk een compromis gevonden: Hongarije kreeg zijn Tokaj terug, maar moest afzien van het gebruik van de benamingen "Médoc" voor zijn zoete rode wijn uit Eger, en "Cognac" voor zijn Lánchíd Brandy. In de strijd met de Italianen ging het er veel harder aan toe. Daar hadden wijnbouwers uit de regio Friuli de naam van de rivier de Tocai gebruikt om twee soorten wijn op de markt te brengen: Tocai friulano en Tocai italico. Deze lichte, droge witte wijn leek totaal niet op de oorspronkelijke Tokaj, maar de naam deed zijn werk en de Italiaanse Tokaj werd niet alleen bij de Europese dis geschonken, maar begon ook medailles te winnen. Het geschil tussen de twee partijen werd beslecht door het Internationaal Gerechtshof van Den Haag, dat het exclusieve recht om de benaming "Tokaj" te gebruiken in 1993 aan Hongarije toekende.

De strijd met buurland Slowakije

Maar juist toen de Hongaren meenden dat zij de oorlog definitief gewonnen hadden, verscheen de meest geduchte tegenstander ten tonele: in 1993 werd Slowakije een onafhankelijke staat en begon het onmiddellijk zijn eigen Tokaj te produceren. Vier dorpjes in de Piedmont van Tokaj, die zich uitstrekt over een breedte van 3 à 4 km en een lengte van 87 km, liggen op Slowaaks grondgebied. De grenzen van het gebied waar Tokaj mocht worden aangeplant, zijn vastgesteld in de tijd van Maria Theresia, keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije. Toen in 1920 de nieuwe grenzen van Hongarije en Tsjecho-Slowakije werden bepaald, werd hier echter geen rekening mee gehouden. Daardoor werd een groter deel van de Tokaj-wijnstreek bij Slowakije ingelijfd. Ook ging Slowakije wijn produceren op basis van geïmporteerde druiven, een praktijk die volgens de Hongaren strikt verboden is. Zij verweten de Slowaken dan ook onmiddellijk dat ze de productievoorschriften niet in acht namen en het merk schade toebrachten. Het tegenoffensief van Slowakije liet niet lang op zich wachten: volgens Bratislava zouden de Hongaren geprobeerd hebben hun bebouwbare wijnoppervlak te vergroten, door vlakke gebieden met wijnstokken te beplanten, in plaats van hellingen. Bovendien voldeed hun wijn niet aan de vereiste normen voor de bereiding van aszú.

In 2008 hebben de partijen binnen de EU een voorlopig akkoord bereikt: de twee landen zijn het erover eens geworden dat Tokaj "tot het historisch erfgoed behoort, waarvoor beide landen gezamenlijk verantwoordelijk zijn; een verantwoordelijkheid die zij moeten delen". De Hongaren hebben ermee ingestemd dat de oppervlakte van het wijnbouwgebied aan Slowaakse zijde met 565 hectare zou worden vergroot, waardoor Slowakije 10% van de Tokaj-productie in handen zou krijgen, terwijl de resterende 90% aan Hongarije zou toekomen. In het voorjaar van 2009 eiste Slowakije echter dat zijn wijnoppervlak zou worden uitgebreid tot 908 hectare en verbrak dit land het akkoord. Het ziet er niet naar uit dat deze kwestie zal worden opgelost voor 2010, wanneer de EU een definitief besluit moet nemen over het gebruik van de benaming Tokaj. De kans bestaat dat er dan twee aparte wijnbouwgebieden worden ingesteld. Zolang de Tokaj er maar niet onder lijdt!

Factual or translation error? Tell us.