Klimaatbeleid: Waarom Polen ‘nee’ zegt

De bruinkoolkrachtcentrale Pątnów in december 2008.
De bruinkoolkrachtcentrale Pątnów in december 2008.
12 maart 2012 – Gazeta Wyborcza (Warschau)

Warschau heeft zijn veto uitgesproken over het klimaatbeleid van de Europese Unie, dat erop is gericht de CO2-uitstoot aan banden te leggen. We hoeven daar niet al te verbaasd over te zijn, want het beleid is gehuld in een waas van dubbelzinnigheid, aldus Gazeta Wyborcza.

Het veto van Polen tegen de afgelopen vrijdag op de top in Brussel voorgestelde Europese richtlijn, die beoogt de broeikasemissies na 2020 aan banden te leggen, is terecht. Maar de manier waarop we ons standpunt in Europa toelichten is betreurenswaardig.

Er is geen greintje vertrouwen tussen de Poolse functionarissen en de Europees Commissaris voor het Klimaatbeleid, Connie Hedegaard. Maar dat is niet het echte probleem – commissarissen komen en gaan, en in Brussel gaat het gerucht dat er in de volgende Commissie helemaal geen Commissaris voor het Klimaatbeleid meer zal zitten. Het ergste is de met wederzijds wantrouwen vergiftigde atmosfeer, die van invloed is op de betrekkingen tussen Polen en een aantal van zijn belangrijkste Europese partners – Duitsland, Zweden en Denemarken.

Wat de Europese partners en de ecologische organisaties weigeren in te zien, is dat Polen een grote inspanning heeft geleverd om de kooldioxide-uitstoot aan banden te leggen. Die is teruggebracht van 453 miljoen ton in 1990 naar 377 miljoen ton in 2009. We voldoen met gemak aan de Europese doelstelling om de uitstoot in 2020 met 20 procent te verminderen ten opzichte van 1990. En dat zonder het Europese systeem voor de handel in emissierechten, dat lijkt op het middeleeuwse instituut van de aflaat, en zonder de dure subsidies voor windenergie.

We doen dat door de energiebesparing te verbeteren en onze elektriciteitscentrales uit de communistische tijd te vervangen door modernere, hoewel die ook kolengestookt zijn. Maar geen serieuze Poolse politicus zal ooit zeggen dat de instrumenten van het Europese klimaatbeleid ondoelmatig en slecht doordacht zijn – want dat is een taboe.

Europese strategie erop gericht om steenkool te elimineren

Aan de andere zijde zijn de zaken niet veel beter. Het is vrij duidelijk dat de Europese strategie erop is gericht steenkool te elimineren, omdat dat de grootste CO2-uitstoot teweegbrengt. Energie uit kolen moet duurder worden dan die uit gas en zelfs die uit wind – dat is de betekenis van het klimaatbeleid.

Maar geen enkele westerse politicus zal dit ooit toegeven. In plaats daarvan krijgen we gemeenplaatsen te horen over 'pure steenkool'-technologieën, zoals het opslaan van kooldioxide onder de grond. Die technologieën zullen echter nooit worden geïmplementeerd, omdat het economisch geen zin heeft – het kost veel minder om gas- of kerncentrales te bouwen. Op dit vlak is de hypocrisie van de functionarissen van de Europese Unie en de politici werkelijk irritant.

Onder deze omstandigheden vermoeden Poolse politici en functionarissen – die helemaal geen liefhebbers zijn van samenzweringstheorieën – dat klimaatverandering eenvoudigweg een makkelijke manier is geworden om technologieën te propageren waarin diverse landen zich hebben gespecialiseerd. Met andere woorden: de Deense of Duitse windenergieparken hebben nieuwe markten nodig, omdat ze in het Westen al tegen hun plafond aan zitten.

Zijn deze vermoedens gerechtvaardigd? Dat weet ik niet. Ik denk dat het eerder een voorbeeld is van een samenloop van omstandigheden, die lijkt op wat Max Weber beschrijft in zijn klassieke werk 'The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalism'. De nieuwe religie sloot destijds (in de 16e en 17e eeuw) beter aan op de geestelijke en materiële behoeften van de kooplieden en industriëlen. Vandaag de dag stelt de strijd tegen de opwarming van de aarde je in staat je idealen en je belangen met elkaar te verzoenen. Het is makkelijker om de kosten van de subsidies voor windenergie af te wentelen op de consument, als die gelooft dat hij daarmee iets goeds doet voor de aarde. En dat het Duitse Siemens of het Deense Vestas dan ondertussen een fortuin verdienen...

Riekt naar zeventiende eeuws mercantilisme

Naast ecologische argumenten is het voornaamste argument van de Europese Unie ter ondersteuning van haar klimaatbeleid dat zij onafhankelijker zal worden van fossiele brandstoffen – olie, gas of steenkool – die afkomstig zijn uit politiek instabiele landen of nare dictaturen. Afgezien van het feit dat dit riekt naar zeventiende eeuws mercantilisme en hypocrisie (van de importen uit China ligt niemand echt wakker), slaat het argument in het geval van Polen de plank ook volledig mis.

Greenpeace, een van de invloedrijkste organisaties vóór een doortastend beleid tegen de klimaatverandering, heeft in een communiqué na het Poolse veto gezegd dat dit leidt tot een grotere afhankelijkheid van de Europese Unie van fossiele brandstoffen. “Dit kost de Europese Unie dagelijks een miljard dollar”, beweert de organisatie.

Greenpeace weigert te begrijpen dat de situatie van Polen precies andersom is. Het klimaatbeleid dwingt landen om steenkool te vervangen door gas en kernenergie – wat voor Polen betekent dat de afhankelijkheid van Russisch gas toeneemt, omdat de eigen schaliegasvoorraden van Polen vooralsnog onzeker zijn.

Goede argumenten van de Poolse regering

Waarom zou Polen een offer brengen voor de rest van de Europese Unie en zijn steenkool opgeven als in alle Europese verdragen staat dat de lidstaten onafhankelijk zijn bij het vormgeven van hun energiebeleid?

De Commissaris voor Begrotingszaken, de Pool Janusz Lewandowski, heeft de opwarming van de aarde enige tijd geleden in twijfel getrokken, waarvoor hij in het Westen is beschimpt. Waarschijnlijk is dat terecht, want politici en commentatoren moeten niet in discussie gaan met klimaatwetenschappers.

Maar praten over de economische gevolgen van 'klimaat'-beslissingen is iets heel anders. Op dit punt heeft de Poolse regering goede argumenten, die zij moet proberen over te brengen aan de publieke opinie in het Westen. Helaas probeert zij dat niet eens...

Factual or translation error? Tell us.