Euromythes (1/10) : “De Europese Unie is ondemocratisch”

23 Juli 2012
De Groene Amsterdammer Amsterdam

Bureaucratisch, verkwistend, in de greep van lobby's... de kritiek jegens de EU is legio, en is niet slechts te horen bij eurosceptici. Sommige kritiek is gefundeerd, andere minder. De Groene Amsterdammer heeft de tien 'euromythes' op een rij gezeten. De eerste: het gebrek aan democratie van de EU.

**Het fameuze democratische gat van Europa. Een slap Europees Parlement zonder legitimiteit, een raad van ministers met een gebrek aan transparantie en verantwoording, benoemde eurocommissarissen die niet naar huis kunnen worden gestuurd als ze de mist ingaan. Voor eurofoben zijn het argumenten om tegen de Unie te zijn, voor eurofielen redenen om juist voor meer integratie te pleiten. Maar is er wel een democratisch gat? En zo ja, hoe groot of hoe erg is dat?

Kort gezegd: de Europese democratie is een indirecte democratie. Niet zoals we gewend zijn, het is ‘anders’. Maar niet per definitie slechter of ondemocratischer. “De EU als geheel is natuurlijk niet één staat met één parlement dat één regering controleert. Het is een samenspel van 27 nationale democratieën en een stukje Europese democratie”, begint Luuk van Middelaar, auteur van De passage naar Europa en lid van het kabinet van EU-president Herman Van Rompuy.

Veel van de kritiek komt hieruit voort. Het Europees Parlement heeft weliswaar steeds meer macht en beslist over vrijwel alle wetten mee maar functioneert niet als een nationaal parlement dat individuele ministers naar huis kan sturen. Net zoals de Europese Commissie geen regering is, maar een apolitieke verzameling technocraten, aangevoerd door benoemde commissarissen. Maar zouden we, vragen experts zich dan af, het anders willen? We willen toch geen Europese regering? Nee. Precies.

Het gevolg is dat het indirect geregeld is. De raad van ministers, waar de belangrijke besluiten worden genomen, legt verantwoording af aan nationale parlementen. Er is geen directe Europese vertegenwoordiging, maar nationale controle. En die is, in theorie in elk geval, stevig verankerd.

Natuurlijk bestaan ook daar bezwaren tegen. Het feit dat het gekozen Europees Parlement moet optrekken met een raad van ministers uit 27 landen leidt ertoe dat de besluitvorming een proces van vele stappen is. “Het is niet zo dat besluiten worden genomen, het is zo dat ze gebeuren”, zegt hoofddocent Europees bestuur Sebastiaan Princen. Dat maakt controle moeilijker. Daarbij wordt de invloed van kiezers wel erg gelaagd: er was vooralsnog nauwelijks een relatie tussen de uitslag van nationale verkiezingen en besluiten in Brussel; die is er misschien nu pas, nu Europa overal een verkiezingsthema is.

Maar dat zijn allemaal niet de oude bezwaren die bijdroegen aan de mythe van ‘het democratisch tekort’ in Europa. Die gingen over een slap Europees Parlement en een gebrek aan transparantie. Die bezwaren zijn grotendeels gerepareerd. “Het echte democratische gat zit nu bij de nationale parlementen”, zegt hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen. “Zij zijn achtergebleven in de europeanisering”. Oftewel: het democratische gat is een stuk kleiner dan vaak wordt beweerd, als de nationale parlementen hun controlerende werk goed zouden doen.**

Factual or translation error? Tell us.