Hongarije: Orbán speelt met gevaarlijke mix van mythe en extremisme

16 augustus 2012
Hospodářské noviny Praag

Een optocht tijdens het Kurultáj-festival dat vorig weekend voor de vierde keer plaatsvond in het Hongaarse Bugac, 12 augustus.
Een optocht tijdens het Kurultáj-festival dat vorig weekend voor de vierde keer plaatsvond in het Hongaarse Bugac, 12 augustus.

De door de rest van Europa genegeerde regering van Hongarije is een charmeoffensief begonnen om nieuwe bondgenoten te vinden. En wel in Azië. Als onderdeel daarvan schroomt men niet de mythologische ideologie van de Hongaarse fascisten nog eens op te poetsen. Zij verkondigen dat de Hongaren afstammelingen zijn van Centraal-Aziatische volkeren.

Op de een of andere manier zijn de financiële markten en investeerders gewend geraakt aan het onorthodoxe economische beleid van de regering-Orban. Midden in de zomer, als zelfs lijkt dat de beurzen met vakantie zijn, heeft de Hongaarse regeringspartij besloten voor een verrassing te zorgen door een obscuur festival te steunen.

Dit festival moet de banden tussen de Hongaarse natie en Centraal-Aziatische stammen bevorderen door middel van het Toeranisme [ideologische stroming die de vereniging van de afstammelingen van Turkse stammen uit Centraal-Azië verdedigt, red.]. Bovendien is die beweging gelieerd aan het voormalige en huidige Hongaarse extreemrechts, waardoor een nieuwe explosieve kwestie tussen Boedapest en de rest van Europa onvermijdelijk lijkt.

Toeranisme

Afgelopen weekend bezochten bijna 250 duizend mensen de stad Bugac, in de laagvlakten van centraal Hongarije, waar het vierde jaarlijkse Kurultáj-festival plaatsvond. Dit festival is de ontmoetingsplek voor stammen en volkeren die de Toeraanse tradities levend houden. Eerst werd er gedacht dat de Toeraniërs van oorsprong een Iraanse stam waren, later werden zij als Turks beschouwd. Nog later nam men aan dat zij van oorsprong uit Centraal-Azië afkomstig waren, maar wetenschappers beschouwen deze theorie vooral als een moderne legende.

In Hongarije werd het Toeranisme – het idee dat de Hongaren afstammelingen zijn van de Toeraniërs – vooral populair binnen rechtsgeoriënteerde kringen. Het idee kreeg vooral tijdens het interbellum veel navolging, toen de Hongaarse elite zijn complex over het Verdrag van Trianon, waarbij Hongarije twee derde van zijn grondgebied en een derde van zijn bevolking kwijtraakte, te boven probeerde te komen.

Veel gevaarlijker dan de Turan I – de enige tank die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Škoda-fabrieken in Hongarije geproduceerd werd – was het Toeranisme als onderdeel van de ideologie van de Hongaarse fascisten onder leiding van Ferenc Szálasi. De huidige leden en aanhangers van Jobbik, de extreemrechtse partij die vooral bekend staat om zijn openlijke antisemitisme, volgen de Szálasi-erfenis naar de letter.

De leugen

Niet zonder ironie zou je kunnen stellen dat Jobbik dus niet alleen vanuit ideologisch standpunt publiekelijk de anti-Israëlische uitlatingen van Iraanse leiders steunt, maar ook omdat zij ervan overtuigd zijn dat Hongaren en Iraniërs gemeenschappelijke voorvaderen hebben.

Het Kurultáj-festival in Bugac, dat tot nu toe vooral geassocieerd werd met Jobbik, was dit jaar voor het eerste een semiofficieel evenement. Volgens het Hongaarse persbureau MTI zou Jobbiks vicevoorzitter Martón Gyöngyösi (die momenteel ook de vicevoorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken in het parlement is) tijdens een persconferentie afgelopen weekend hebben gesproken over de noodzaak om de wortels van de Hongaarse natie in het Oosten te vinden. Volgens hem wordt de leugen van de Fins-Oegrische theorie “ons door de vijanden van de Hongaren opgedrongen”.

Gyöngyösi prees het officiële ‘opening naar het Oosten’-beleid van de regering. Maar voor Boedapest is het vinden van Aziatische vrienden niet meer dan een poging om te ontsnappen aan zijn diplomatieke isolement in Europa. De afgestofte Toeranisme-theorie komt daarbij goed van pas.

Broederschap

Vicevoorzitter van de Fidesz-partij, Sándor Leszák, ontving de stamhoofden in het parlement en de regering deed een bijdrage van 70 miljoen forint [iets meer dan 251.000 euro, red.] aan de organisatie van het evenement. En zo was het afgelopen weekend niet alleen mogelijk in folkloristische kostuums gestoken oude mannetjes in de art nouveau-bankjes in het parlement te zien zitten, maar kon er ook gekeken worden naar gevechtsscènes en valkenjachten.

Toch was niet alles vreemd aan het festival. De pro-regeringskrant Magyar Nemzet interviewde bijvoorbeeld in Duitsland wonende Oeigoeren [Turks volk uit de Chinese autonome regio Xinjiang, red.], voor wie hun (mythische) wortels in nauw verband staan met de strijd tegen hun onderdrukking in China. De Oeigoeren bedankten hun ‘Hongaarse broeders’ voor de kans om hun eigen cultuur en de gebruiken van hun eigen volk onder de aandacht te brengen.

Na de recente ‘rehabilitatie’ van interbellum-dictator Miklós Horhty, naar wie opnieuw een aantal straten werd vernoemd, en de internationale kritiek op het groeiende antisemitisme in Hongarije, voeden de gezamenlijke exploitatie door regering en fascisten van de Toeranische mythologie het idee dat Viktor Orbán en zijn partij wel eens dichter bij het extremistische Jobbik zouden kunnen staan dan de Europeanen tot nu toe dachten.

Après la récente “réhabilitation” de Miklós Horty, le dictateur de l'entre-deux-guerres, dont certaines rues portent à nouveau le nom, et les critiques internationales dont la Hongrie a fait l'objet pour l'antisémitisme grandissant qui règne dans le pays, l'exploitation commune par le gouvernement et les fascistes de la mythologie touranienne peuvent laisser penser que Viktor Orbán et son parti sont plus proches du Jobbik que les Européens ne l'avaient jusqu'ici imaginé.

Factual or translation error? Tell us.