Debat: Europeanen zijn te verschillend om met elkaar op te kunnen schieten

22 augustus 2012 – Dagens Nyheter (Stockholm)

Het zijn niet zozeer de verschillende snelheden op economisch gebied, maar de grote culturele verschillen tussen Europeanen onderling die de vorming van een hechte gemeenschap belemmeren. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het Europese project in zwaar weer verkeerd.

Velen hebben geprobeerd Europa te verenigen, maar allemaal – van Attila tot Karel de Grote, van Napoleon tot Hitler – hebben ze hun tanden erop stukgebeten. De jongste poging is die van de Europese Unie. Niet te vuur en te zwaard, want sinds Hitler is Europa een vreedzaam continent, maar met ongevaarlijke middelen als goede wil, gemeenschappelijke instellingen, wetten en verordeningen. Het laatste en waarschijnlijk meest gedurfde initiatief om tot een verenigd Europa te komen is de invoering van de euro.

Het Europese project komt oorspronkelijk voort uit politieke motieven, ook al heeft het accent van meet af aan op de economie gelegen. De gemeenschap voor kolen en staal was bedoeld om voor oorlog noodzakelijke industrieën los te koppelen van de natiestaat om zo nieuwe conflicten te voorkomen. Nationale economieën moesten langzaam naar elkaar toe groeien en één grote, onbegrensde eenheidsmarkt gaan vormen.

Het project stoelde niet enkel op de suprematie van de economie maar ook op de gedachte dat door economische rationaliteit op andere terreinen eveneens gemeenschappelijke inzichten zouden ontstaan, met als doel de vorming van een geheel dat zou lijken op de Verenigde Staten van Europa.

De meest complexe regio ter wereld

Economie heeft zonder twijfel een beslissende rol gespeeld toen het erom ging Europa te behoeden voor nieuwe oorlogen en in die zin kan de Europese samenwerking na 1945 een groot succes worden genoemd. Economische samenwerking volstaat echter niet langer voor wat we nu moeten opbouwen; door de eurocrisis zijn we gaan inzien dat die samenwerking zijn grenzen heeft en dat die grenzen in wezen historisch en cultureel bepaald zijn. Europa is vermoedelijk de meest complexe regio ter wereld.

Ruim 300 miljoen mensen moeten op een bescheiden oppervlakte proberen een eenheid te vormen, hoewel je niet ver van huis hoeft te gaan om al niet meer te begrijpen wat de ander zegt, om mensen tegen te komen die onbekende dingen eten en drinken, die andere liedjes zingen, andere helden vereren, anders met tijd omgaan, maar die ook andere dromen en demonen hebben.

Over die onderliggende verschillen wordt echter zelden of nooit gesproken. Ze worden verhuld door een betoog als zouden Europeanen een natuurlijk geheel vormen tegenover de rest van de wereld, hoewel een Zweed vermoedelijk meer gemeen heeft met een Canadees of een Nieuw-Zeelander dan met een Oekraïner of een Griek. Dat de Europese geschiedenis doorspekt is met vijandigheden en geweld, om te beginnen de beide afschuwelijkste oorlogen die de mensheid ooit heeft gekend en die in wezen niets anders waren dan Europese burgeroorlogen, is waarschijnlijk eerder een gevolg van culturele dan van politieke of economische verschillen.

Dat alles lijken we echter te zijn vergeten of te hebben verdrongen. Of we weten het niet eens. Met als gevolg dat het Europa dat ons dagelijks wordt voorgeschoteld – de vlag, Beethoven, het Eurovisiesongfestival – weinig te maken heeft met de Europese realiteit en eerder valt onder pure propaganda voor een project waarin geen ruimte is voor culturele of psychische verschillen, zelfs al zijn die veel groter dan onze materiële of financiële verschillen.

Het Europa waarin we niet willen geloven

In feite heeft het tot de Europese crisis geduurd voor we niet langer onze ogen sloten voor de kloof tussen woord en werkelijkheid. Tot onze verbijstering hebben we door de crisis begrepen dat er mensen zijn die nog nooit belasting hebben betaald, die vinden dat anderen voor hun schulden moeten opdraaien en die degenen die hen de helpende hand toesteken van despotisme beschuldigen. We hadden er geen idee van dat er zulke Europeanen bestonden en willen het niet geloven. En toch is dat al heel lang de realiteit.

Wie wist, afgezien van de deskundigen, een jaar geleden wat cliëntelisme was? Ik heb een Kroatische vriendin die sinds begin dit jaar minister is. Geen hele belangrijke minister maar toch. Ik vraag haar hoeveel permanente ambtenaren er op de personeelslijst van het ministerie staan. Vijfhonderd. Vijfhonderd? Dat lijkt nogal veel voor een land als Kroatië.Hoeveel medewerkers heeft ze nodig om het beleid dat haar voor ogen staat uit te voeren? Haar antwoord komt als een donderslag bij heldere hemel: dertig.

"En ben je van plan de overige 470 te ontslaan?" De minister kijkt mij, uilskuiken uit een land ten noorden van de Alpen (hoewel niet blond), meewarig en tegelijk spottend aan. Nee. Ze is namelijk niet van plan om met haar leven te spelen. Temeer niet omdat haar zoon elke dag lopend naar school gaat. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Zelfs als het ambtstermijn van mijn vriendin afgelopen is, blijven bijna vijfhonderd ambtenaren dagelijks naar een kantoor gaan dat niet bestaat om werk te doen dat er niet is. Het enige dat echt is, is hun salaris.

Dat is hoe ons Europa eruitziet. En bedenk wel dat het noorden echt niet minder eigenaardig is dan het zuiden, en het westen niet minder dan het oosten, of omgekeerd. Het hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt. Europa is niets anders dan een uiterst fragiele honingraat die van culturele, historische en psychische eigenaardigheden aan elkaar hangt. De ene Europeaan is de andere niet. En toch willen we Europa liever zien als een voor consumptie geschikte pot honing dan als een honingraat.

Factual or translation error? Tell us.