Debat: Waarom worden we zo gehaat?

3 Juni 2010 – euobserver.com (Brussel)

Europa ziet zichzelf als een goedwillende supermacht wiens levensstijl benijd wordt, terwijl de rest van de wereld Europa als een wankelende, op zichzelf gerichte postkoloniale groep landen ziet dat zich achter de Verenigde Staten verschuilt. Als het continent zich als een serieuze speler wil zien, moet het hier snel verandering in brengen, meent Roberto Foa in de EUobserver.

Na 11 september dook in de Amerikaanse media vaak de vraag op: "waarom haten ze ons?" Amerikanen zagen zichzelf tot dan toe vooral als een vredelievende wereldmacht. Toen ze triomfantelijke menigtes in de Gazastrook of Libanon zagen die de vernietiging van een deel van Manhattan vierden, kwam dit dan ook als een schok.

Tegenwoordig echter kunnen ook de Europeanen zich net als de Amerikanen afvragen waarom ze zo weinig respect uit de rest van de wereld krijgen. Waar ooit een Chinees witboek Europa verklaarde tot “de nieuwe supermacht van de wereld”, horen we nu een hele reeks internationale commentatoren Europa's aanspraken op internationaal leiderschap belachelijk maken.

Kishore Mahbubani, faculteitsvoorzitter aan de Lee Kwan Yew School of International Affairs in Singapore, beweert dat Europa niet langer begrijpt "hoe irrelevant het continent is ten opzichte van de rest van de wereld", en Richard Haass, voorzitter van de Amerikaanse Raad voor Internationale Betrekkingen verklaarde publiekelijk "Europa als supermacht uit te zwaaien". En deze meningen worden niet door zomaar iemand verkondigd: Mahbubbani is faculteitsvoorzitter van één van de opkomende beleidsinstituten in Azië en Haass is een ongebonden diplomaat met een zeer respectabele staat van dienst.

Maar wat is dan toch de aanleiding voor al deze spot? Tot slot hebben Europeanen, veel meer dan Amerikanen, alle recht om hun continent te beschouwen als een bron van gunstige invloed. Europa is een vreedzame moloch, een gonzende bijenkorf van natiestaten waarvan de buitenlandse betrekkingen beperkt lijken tot het verstrekken van ontwikkelingshulp en het voorzitten van langdurige en niet altijd even koersvaste conferenties. Wij hebben wel onze interne problemen, maar die zijn niet zo groot dat ze de minachting van de elites van New Delhi, Beijing of Cairo verdienen.

Het idee dat Europeanen zichzelf zeer voldaan als superieur beschouwen

Dus waarom is het gejuich dan zo plotseling omgeslagen in boegeroep? Ik denk niet dat we het af kunnen doen als louter jaloezie: buitenstaanders zijn niet eenvoudigweg jaloers op de Europese salarissen, vakantiedagen en pensioenen. Ook denk ik niet dat Europa's martelende interne besluitvormingsproces hen tot wanhoop drijft, ondanks het grote aantal krantenkoppen dat het Europa van na Lissabon hiermee haalt.

In plaats daarvan wil ik een suggestie doen voor een nog ongemakkelijkere waarheid. Jarenlang gingen landen overal ter wereld gebukt onder Westerse bemoeizucht en moralisme maar inmiddels is het zelfvertrouwen groot genoeg om Europa, waarvan de wereldwijde invloed niet langer als vanzelfsprekend wordt beschouwd, onder de tafel te praten. Laat ik als voorbeeld van onze beperkte zachte macht eens noemen hoe verbaasd ik altijd ben dat wanneer ik mensen overal ter wereld vraag wat 'Europa' voor ze betekent, ze het zelden hebben over sociale democratie of mensenrechten, of zelfs maar 'het goede leven'.

Het verbijsterende, meest voorkomende antwoord is de herinnering aan de Europese koloniale heerschappij, en het nog steeds aanwezige gevoel dat wij onszelf zeer voldaan als superieur beschouwen. Waar voor Europeanen de jaren 1918, 1945 en 1989 de geschiedenis markeren, herinnert de rest van de wereld nog altijd [de historische data voor het Europees kolonialisme] 1842, 1857 en 1884. En dat zal altijd zo blijven. Er kwamen en gingen heel wat kansen voorbij om een streep onder het verleden te zetten, maar toch zien velen Europa nog steeds als een onneembare vesting die weinig mogelijkheden biedt voor integratie of innovatie.

Er was meer etnische diversiteit in Stalins Politburo dan nu in de Europese Commissie

Zou Europa dit verleden achter zich kunnen laten? Het antwoord is ja, maar als Europa de multilaterale leider wil worden die ze wenst te zijn, is een snelle herpositionering van het merk Europa een eerste vereiste. De eerste stap zou de ontwikkeling van een meer veelomvattend imago zijn: dat van een continent dat openstaat voor nieuwe mensen en nieuwe ideeën. In Amerika mag de verkiezing van de zoon van een Keniaan tot president dan weinig betekend hebben voor de opheffing van de ongelijkheden in de binnensteden van Amerika, het zorgde er wel voor dat het land zichzelf in één klap opnieuw kon uitvinden en weer kon presenteren als een wereldmacht. Europa heeft succesvolle migranten, maar het blijft een treurig feit dat er meer etnische diversiteit in Stalins politburo zat dan nu in de Europese Commissie.

Ten tweede moeten we proberen een consistent verhaal te houden naar de rest van de wereld toe. We vertellen het liefst ons sprookje over ondergang en verlossing, het verhaal van een continent dat eeuwenlang verwoest werd door oorlogen en veroveringen en dat er op de puinhopen van 1945 toe besloot vrede te sluiten met zichzelf en afstand te doen van zijn koloniale ambities. Als we dat verhaal nou eens geloofwaardig konden vertellen, zou de Europese Unie kunnen uitgroeien tot de multilaterale leider die ze zo graag wil zijn. Maar iedere keer als we te maken krijgen met de buitenwereld, valt het masker er steeds weer af. Oude nationale rivaliteiten en intriges steken dan de kop weer op, met hun lelijke en opdringerige randjes.

Als het moment daar is om de VN Veiligheidsraad of de stemrechten in de Bretton Woods-instituten te hervormen, gooien we onze kont tegen de krib en steken we onze kop in het zand: ik denk echt niet dat de Duitsers zich realiseren hoe belachelijk ze zichzelf maken wanneer ze om een extra Europese zetel in de Veiligheidsraad vragen wanneer er niet eens ruimte is voor India. Op een vergelijkbare manier wordt er hoog opgegeven over Europa's gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, maar kunnen we bij Afrikaanse missies – de enige substantiële verplichting buiten Europa's directe omgeving – moeilijk het postkoloniale gekonkel rond Franse, Belgische en Britse belangen ontkennen.

De sloebers van de aarde willen geen geld van Europa, maar respect

Vervolgens zouden we er ook goed aan doen te breken met de opvatting dat we respect kunnen verdienen door steeds grotere bedragen aan buitenlandse hulp uit de delen, vooral wanneer deze bedragen gepaard gaan met eindeloze zedenpreken. Wat de sloebers van deze aarde willen is niet ons geld, maar ons respect. We blijven maar hulp verstrekken zonder ons af te vragen of ons geld wel efficiënt wordt besteed, of dat we de lokale politiek niet verstoren. Uit deze houding spreekt veel meer minachting dan wanneer we niets zouden geven. De lering die we kunnen trekken uit het Chinese diplomatieke succes in Afrika is dat ontwikkelende landen veel minder geïnteresseerd zijn in processen dan in het bereiken van resultaat.

Tot slot moet Europa ermee ophouden zich te verschuilen achter de Verenigde Staten en zelf de verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen besluiten. Dit kan echter niet zolang Europa gerund wordt door een centrumrechtse gerontocratie die zich prettiger lijkt te voelen bij het vasthouden aan zijn Atlantische verleden dan bij een aanpassing aan ons veeleisende heden.

Onze leiders brengen hun dagen door met het beschermen van hun lidmaatschap van de NAVO, speculerend over Obama's doet-ie-'t-of-doet-ie-'t-niet deelname aan een gezamenlijke EU-VS top, en kibbelend over hun rechtmatige aanspraken in de Bretton Woods-instituten. Ze zouden zich zouden moeten realiseren dat de regels van het spel zijn veranderd en de invloed van oude netwerken snel afbrokkelt. Ironisch genoeg lijken de Amerikanen zich hier tegenwoordig veel beter bewust van te zijn dan wijzelf.

Factual or translation error? Tell us.