Politiek Instellingen

Eurozone: Geen excuses voor de politici meer

13 september 2012
La Repubblica Rome

De uitspraak van het Duits Constitutionele Hof heeft een einde gemaakt aan het eerste deel van de ‘eenwordingsoorlog’ van Europa. Nu begint echter een nieuwe fase: de strijd om de nationale politieke machten ervan te overtuigen soevereiniteit af te dragen voor het nieuwe bestel van de EU.

Net als in een grimmige videogame heeft Europa de zoveelste val ontweken en kan nu verder naar het volgende level door zich eindelijk uit te rusten met die ‘bazooka’  tegen de speculatie, waarop al een jaar wordt gewacht.

Het Duitse Constitutionele Hof heeft geoordeeld dat het nieuwe noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), niet in strijd is met de soevereiniteit van het nationale parlement. De rechters hebben weliswaar enkele voorwaarden gesteld die de hegemonie van Duitsland over de Europese zaken impliciet versterken, maar die zijn minder zwaar dan gevreesd.

De uitspraak van Karlsruhe maakt waarschijnlijk een einde aan de eerste, meest bloedige fase van deze oorlog om de eenwording van Europa die zich gelukkig op de markten afspeelt en niet meer in de loopgraven. Maar nu begint een wellicht nog moeilijkere fase. De strijd breidt zich immers uit van de economie naar de politiek: van de financiële instellingen naar de parlementen, de regeringen en de stembussen waarmee de democratieën de komende jaren over de toekomst van het continent moeten beslissen.

Oorlog is nog niet gewonnen

Dankzij de moed en vooruitziende blik van Draghi, en de weliswaar laat komende beslissingen van de eerste ministers, heeft de eurozone bewezen te menen dat, zoals de ECB stelt, “de euro onomkeerbaar is”. Ook zijn er nu instrumenten om de euro te versterken. Toch zou het een kardinale fout zijn om te denken dat de oorlog al gewonnen is. De strijd om de geloofwaardigheid van de Unie is slechts op een hoger niveau beland: van de euro naar Europa zelf, van de munt naar de soeverein die hem slaat. En deze soeverein is voorlopig nogal onbestemd, en dus weinig geloofwaardig gebleken.

De noodtoestand is dus nog niet voorbij. Maar de nieuwe strijd is volledig politiek van aard. En deze zal tegelijkertijd op ten minste drie niveaus worden uitgevochten. Het eerste niveau betreft het economische beleid. Het financiële vangnet dat nu eindelijk beschikbaar is, zal alleen kunnen functioneren als de regeringen van de lidstaten die de afgelopen jaren de strijd om het concurrentievermogen en de begrotingsdiscipline hebben verloren, hun verplichtingen nakomen en het verloren terrein heroveren. Dit zal gemakkelijk noch pijnloos zijn. Maar als Spanje of Italië in de komende tien jaar afwijkt van de ingeslagen weg, is alles wat tot nu toe is gedaan vergeefse moeite. De euro is maar ternauwernood overeind gebleven toen Griekenland zijn verplichtingen niet nakwam: als een land met een tien of twintig keer grotere economie in gebreke blijft, lukt dat niet.

Het tweede niveau is dat van de nationale politiek. Gisteren ging Nederland naar de stembus voor een parlementsverkiezing die in feite neerkwam op een referendum over Europa en het koos massaal voor pro-Europese partijen. Voor Nederland hebben de Grieken al (twee keer) over Europa gestemd. Hierna is het de beurt aan de Italianen en ook in Italië zal een keuze worden gemaakt tussen pro- en anti-Europese partijen of bewegingen. Na ons is Duitsland aan zet met ook hier dezelfde tweestrijd. Na lang twijfelen heeft Angela Merkel zich stevig in het pro-Europese kielzog van Kohl gepositioneerd. Maar niet al haar partijgenoten lijken bereid om haar tot het uiterste te volgen en de verkiezingen zullen uitdraaien op een strijd om de Duitsers (opnieuw) warm te maken voor het Europese project. Eén voor één zullen alle lidstaten op nationaal niveau moeten afrekenen met dit project, de kosten die het met zich meebrengt en de uitdagingen die het tot gevolg heeft.

Nu moet Europa worden gered

Het derde niveau speelt zich af in de Europese politiek. Dit is het meest complexe niveau. Gisteren heeft de Europese Commissie haar voorstel gepresenteerd om het toezicht op de zesduizend banken van de EU aan de ECB toe te vertrouwen. Dit is de eerste stap in richting van een bankenunie, waar de Duitsers echter niet enthousiast over zijn. Eveneens gisteren sprak Barroso voor het Europees Parlement over de toekomst van Europa als een “federatie van nationale staten”, waar de Fransen dan weer niet over te spreken zijn. In oktober moeten de staatshoofden en regeringsleiders zich voor het eerst buigen over het project voor meer integratie dat zal worden gepresenteerd door Van Rompuy, Draghi, Barroso en Juncker. Dit project zal hervormingen bevatten waarvoor geen verdragswijzigingen nodig zijn, maar ook doelstellingen en een tijdschema voor een wijziging van de verdragen die moet leiden tot een begrotingsunie en een werkelijke politieke unie.

Het naast elkaar bestaan van nationale en Europese soevereiniteit en de verwarring hieromtrent is een steeds nijpender probleem dat moet worden aangepakt om wille van de democratie zelf. Dit bewijst de uitspraak van gisteren, die het lot van driehonderd miljoen Europeanen liet afhangen van de beslissing van acht, door de Duitse deelstaten benoemde rechters.

Nu de euro is gered, moet Europa dus worden gered, door het die soevereiniteit te verlenen waarover het nog niet beschikt. Maar het antwoord dat de regeringen op deze vraag zullen geven, zal in grote mate afhangen van de uitkomst van de twee andere uitdagingen: van het economisch beleid en de nieuwe parlementaire meerderheden die, wellicht voor het laatst, afhankelijk zijn van de stem van de nationale democratieën.

Vertaald uit het Italiaans door Astrid de Vreede

Factual or translation error? Tell us.