Maatschappij Debat

Democratie: Burgers moeten in EU centrale rol spelen

14 september 2012
Gazeta Wyborcza Warschau

De representatieve democratie en het idee solidariteit tussen Europeanen raken steeds verder op de achtergrond. Hierdoor wordt het steeds moeilijker de crisis te boven te komen. Zonder een opleving van burgerlijke betrokkenheid zal de Unie in haar huidige vorm niet overleven, waarschuwt een Poolse redacteur.

Om antwoord te geven op de vragen “welk Europa hebben wij nodig?” en “welk Europa ligt binnen onze mogelijkheden?” moeten we verder kijken dan de Europeanen van vandaag en morgen. We hebben het tenslotte over een reële constructie, een bestaande entiteit, gemaakt door de mensen die haar vertegenwoordigen. Niet alleen intellectuelen, politici of hoge ambtenaren, maar ook de gewone man. Degene die stemmen en degenen die zich van stemming onthouden, degenen die zich al dan niet interesseren voor de overheid, die vol overtuiging of blind hun presidenten en volksvertegenwoordigers kiezen, en die hun politieke, economische en burgerrechten volop of helemaal niet uitoefenen. Ik heb het gevoel dat we te weinig aandacht geven aan het probleem dat de eigen burgers, de Europeanen, voor Europa vormen, zelfs al is dat probleem niet alleen eigen aan het Europese continent. De burgers zijn veranderd en zijn niet langer dezelfde mensen die een halve eeuw geleden geregeerd werden door de grote Europese leiders zoals De Gasperi, Schuman, Adenauer of De Gaulle. Die verandering is niet alleen van invloed op de huidige en toekomstige democratie in de natiestaten maar ook op de huidige vorm en de toekomst van de Europese Unie.

Gouden tijden van burgerschap

Je kunt niet aan de Unie denken zonder dat je er wat algemeenheden te binnen schieten. De Unie komt voort uit het trauma van de Tweede Wereldoorlog en werd opgebouwd door de maatschappijen die die oorlog overleefden. Die burgers waren zich maar al te goed bewust van de risico’s van een slecht beleid om zich niet te interesseren voor politiek. Ze lazen de kranten, brachten hun stem uit, sloten zich aan bij partijen en vakbonden. In het Westen beleefde het burgerschap in de eerste drie naoorlogse decennia gouden tijden. Tijdens de volgende decennia vonden er in de maatschappelijke inrichting en de democratische methodes grote verschuivingen plaats. De consument nam steeds meer de plaats in van de burger. In de publieke sfeer werden het publieke debat en informatie vervangen door amusement. De traditionele politieke partijen, die zich volgens strikte ideologische en klassencriteria links of rechts bevonden, capituleerden voor een naamloze ideologie die alle aspecten van het leven ondergeschikt heeft gemaakt aan de economie. En nu zijn ze hand in hand op weg om alle ideeën daaraan ondergeschikt te maken. De toekomst zal ons leren of dat goed of slecht is, maar nu al merken we dat er een diepgaande cultuurwijziging gaande is binnen de Westerse maatschappijen. Die wijziging laat zich voelen in de maatschappelijke structuur, het kennisniveau, menselijke relaties en het waardesysteem. En het is deze wijziging die politicologen en sociologen al decennialang aanwijzen als oorzaak van de crisis voor de traditionele vorm van de representatieve democratie.

Het idee van collectieve verantwoordelijkheid 

Is de representatieve democratie, die in de natiestaten kapot is gemaakt (en die Jürgen Habermas wil herstellen met zijn idee over de overlegdemocratie), in staat om de crisis in de Europese Unie op te lossen? Ik denk het niet. In feite begrijp ik niet hoe het representatieve model, dat gebaseerd is op het idee van een collectieve verantwoordelijkheid, de Unie zou kunnen redden nu het dreigt te verdwijnen. Hoe zou dit model dat op nationaal niveau verbleekt, heilzaam kunnen zijn voor de supranationale organisaties? Als ik naast de gedachte van Habermas ook die van John Keane in beschouwing neem, zou ik het eerder zoeken in meer innoverende oplossingen die beter aansluiten op ons tijdperk, zoals geïnstitutionaliseerde en pan-Europese vormen voor overleg en medezeggenschap voor degenen die dat willen. Er moet hierbij wel worden aangetekend dat het van essentieel belang is om te weten of deze innovaties, die op nationaal of lokaal niveau moeilijk voet aan de grond krijgen, wel een kans hebben om tot EU-niveau door te dringen en daar te functioneren. Daar ben ik ook niet zeker van. Dat wil zeggen dat wij moeten kiezen tussen een zeer zeker inefficiënte oplossing en een andere oplossing die waarschijnlijk onmogelijk is. De verandering is noodzakelijk en urgent. Het onvermogen van de EU om tot besluitvorming te komen leiden tot een regelrechte ramp. Een versterking van de traditionele democratische mechanismen in de Unie zou het besluitvormingstraject misschien op korte termijn kunnen vlottrekken, maar lijkt op lange termijn contraproductief. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat directe presidentsverkiezingen een sterkere persoonlijkheid aan de macht zou brengen dan Herman Van Rompuy. Maar zouden we er veel mee opschieten als die andere persoon, met de steun van Mediaset en News Corporation, Silvio Berlusconi zou zijn?

Afbrokkeling van solidariteit

De afkalving van de maatschappelijke solidariteit is een ander markant aspect van onze huidige context. In de meeste landen is er sprake van een toenemende weerstand tegen het delen van geld en middelen. De rijken zijn tegenwoordig minder geneigd hun welvaart te delen met de armeren, en houden daarbij vast aan een sterke ideologie waarmee ze hun weigering rechtvaardigen. Het gaat daarbij niet alleen om de overdrachten tussen verschillende sociale klassen, maar ook om overdrachten tussen generaties en zelfs tussen regio’s. En toch zal de crisis zonder toenemende solidariteit niet effectief overwonnen kunnen worden. Noch zal de Europese Unie in haar huidige vorm gehandhaafd kunnen blijven.  Niet alleen omdat er een kloof ontstaat tussen de landen die op dit moment serieus in de problemen zitten en andere landen die het relatief goed doen, maar ook omdat heel Europa betrokken is bij een gemeenschappelijk probleem. Door de mondialisering en diverse sociale veranderingsprocessen zal de levensstandaard van ons allemaal in de nabije toekomst een significante daling doormaken (er wordt zelfs gesproken over een achteruitgang van 20%). In een dergelijke situatie zal het nog moeilijker zijn om op een solidariteitsgolf te rekenen. Deze twee factoren, de afbrokkeling van het burgerschap en de solidariteit, vertellen me dat noch de crisis waardoor de Unie getroffen wordt, noch de oplossingen die ervoor worden voorgesteld, een institutioneel karakter hebben. De vorm van de Europese instellingen weerspiegelt net als hun onmacht de huidige sociaal-culturele situatie. En voor wat betreft de verergering van de crisis: die is het resultaat van de afkalvende sociale en culturele fundamenten van de Unie.

Crisis binnen de representatieve democratie

Dit is geen terdoodveroordeling. Ik geloof niet in de dood van de Unie omdat ik buiten de Unie geen enkel acceptabele levensvorm zie voor de huidige generaties. De instorting van de euro leidt slechts tot verliezers (waarvan de meesten zich waarschijnlijk in Duitsland bevinden) en de instorting van de Europese Unie zou een ramp zijn van een omvang die vergelijkbaar is met een wereldoorlog. Gelukkig is men zich daar in Europa over het algemeen wel van bewust, ten minste binnen de kringen van de politieke elite. Maar kleine technische, institutionele, juridische en constitutionele foefjes leveren op lange termijn niets op als wij er niet in slagen de cultuur en de instituten erbij te betrekken. De economische crisis (de banken- en de schuldencrisis) heeft een politieke oorzaak, en is het gevolg van een crisis binnen de representatieve democratie. De crisis van de representatieve democratie heeft een culturele oorzaak en vloeit voort uit de teloorgang van het burgerschap en de solidariteit. Effectieve oplossingen moeten, welke intellectuele en politieke moeilijkheden er ook mee gepaard gaan, rekening houden met de sociaal-culturele aard van de huidige spanningen. Ze mogen niet alleen gericht zijn op het dagelijkse beheer van het niet-geïdentificeerde wezen dat de Europese Unie tegenwoordig is.

Factual or translation error? Tell us.