Crisis eurozone: De dood of het federalisme

28 september 2012
Le Point Parijs

Hoe je het ook wendt of keert, Europa heeft geen andere keuze dan een eenvoudig doel na te streven: het verwezenlijken van een politieke unie. Als dat niet gebeurt, is de euro gedoemd te verdwijnen.

Als er geen Europese politieke unie tot stand komt, zal de euro verdwijnen. Deze verdwijning kan op vele manieren plaatsvinden en diverse omwegen maken. Zij kan gestalte krijgen middels een explosie, een implosie, een langzame dood, een ontbinding of een scheiding. Het kan twee, drie, vijf of tien jaar duren en worden voorafgegaan door grootschalige kwijtscheldingen, waardoor je telkens het gevoel zal krijgen dat het ergste voorbij is.

De beslissende gebeurtenis zou de definitieve ineenstorting van Griekenland kunnen zijn, dat bezwijkt onder bezuinigingsmaatregelen die onmogelijk uitvoerbaar zijn en te zwaar op de bevolking drukken. Of het besluit van een of ander constitutioneel hof in Karlsruhe dat weigert voor Duitsland het onbeperkte risico te aanvaarden van een staatsbankroet van een lidstaat van de eurozone.

Maar als er niets gebeurt, zal de euro op de een of andere manier verdwijnen. Dat is geen hypothese meer, geen vage angst, geen waarschuwing die recalcitrante Europeanen wordt voorgehouden. Het is een zekerheid. Deze zekerheid laat zich niet louter afleiden uit de logica (de absurditeit van een hersenschim die, als alles verder hetzelfde zou blijven, deze abstracte eenheidsmunt moet zijn – als iets dat zweeft, niet ondersteund door economieën, middelen of belastingregimes), maar ook uit de geschiedenis (alle eerdere gevallen in de afgelopen twee eeuwen die doen denken aan de crisis die wij nu doormaken).

Mislukt door nationaal egoïsme

Want de euro is de niet het eerste experiment met een eenheidsmunt die het Westen heeft beproefd. Er zijn er minstens zes, waarvan het verhaal – zelfs als dat, zoals gebruikelijk, niet helemaal met dat van nu te vergelijken is – ons veel kan leren.

Twee experimenten zijn duidelijk mislukt, door toedoen van nationaal egoïsme, in samenhang met de ongelijke ontwikkeling van landen die – omdat ze niet één werden – niet dezelfde monetaire taal spraken (de sleutelepisode was overigens, in het eerste geval, een staatsbankroet van Griekenland). Het zijn de twee avonturen, vandaag de dag zo goed als vergeten, van de Latijnse Unie (1865-1927) en de Scandinavische Unie (1873-1914).

Twee experimenten zijn duidelijk en in zeer rap tempo geslaagd – beide keren doordat het proces van monetaire eenwording gepaard ging met een proces van politieke eenwording: in de eerste plaats de geboorte van de Zwitserse frank, die – in 1848, op het moment waarop de grondwet van kracht werd die ten grondslag ligt aan de Zwitserse confederatie, en na een halve eeuw van aarzelingen om de politieke prijs te betalen voor de economische eenwording – de tot op dat moment geslagen munten van steden, kantons en onafhankelijke territoria verving; en in de tweede plaats de triomf van de Italiaanse lire, tijdens de Italiaanse eenwording, over de stortvloed aan munten in dit land, nu eens die van Duitse staten, dan weer de frank, dan weer die van oude hertogdommen en autonome republiekjes.

Zonder federatie geen gemeenschappelijke munt

Twee experimenten zijn dus mislukt, twee experimenten zijn geslaagd, en twee experimenten hebben een waarlijk gemeenschappelijke munt in het leven geroepen, maar pas na talloze crises, terugtrekkende bewegingen en tijdelijke buitenwerkingstellingen, dankzij moedige leiders, die begrepen dat een munt pas kan bestaan als hij wordt ondersteund door een begroting, een belastingregime, een systeem dat de bestemming van de beschikbare middelen regelt, arbeidswetgeving, sociale regels – kortom, een werkelijk gemeenschappelijk beleid: dit is de geschiedenis van de nieuwe mark, die bijna veertig jaar na de totstandkoming van het Zollverein in 1834 gestalte kreeg tegenover de florijnen, talenten, kronen en andere munten van de Hanzesteden; en die van de dollar, die er wel honderdtwintig jaar over heeft gedaan om aanvaard te worden, wat feitelijk pas is gelukt nadat de schuld van de afzonderlijke staten van de Unie werd gefederaliseerd.

De stelling is onverbiddelijk: zonder federatie geen gemeenschappelijke munt. Zonder politieke unie houdt een munt het misschien een paar decennia vol, voordat hij – door een oorlog of een crisis – alsnog uit elkaar valt.

Politieke unie of barbarij

Anders gezegd: zonder vooruitgang op de weg naar politieke integratie, die als verplichting is opgenomen in alle Europese verdragen, maar die geen enkele verantwoordelijke, noch in Frankrijk, noch in Duitsland, serieus lijkt te willen nemen, zonder het afstaan van bevoegdheden door de natiestaten en zonder een duidelijke nederlaag van de voorstanders van de nationale soevereiniteit, die als ze hun zin zouden krijgen de volkeren in het verderf zouden storten, zal de euro uiteenvallen zoals de dollar uiteengevallen zou zijn als de zuidelijke staten de Amerikaanse Burgeroorlog hadden gewonnen.

Vroeger zei men: socialisme of barbarij. Vandaag de dag moet je zeggen: politieke unie of barbarij. Beter nog: federalisme of ontploffing, en – in het kielzog van die ontploffing – sociale regressie, armoede, explosie van de werkloosheid, ellende. Beter nog: óf Europa zet een flinke stap vooruit op de weg van de politieke integratie, die nodig is om een gemeenschappelijke munt een duurzame basis te geven, óf Europa verdwijnt uit de geschiedenis en vervalt tot chaos.

We hebben geen keus meer: het is de politieke unie of de dood.

Alle andere opties – bezweringen van de één, kleine manoeuvres van de ander, noodfondsen en stabilisatieregelingen – stellen de dag des oordeels alleen maar uit en spiegelen de stervende een illusie voor.

Factual or translation error? Tell us.