Debat : Zelfgenoegzame Franse politici lopen achter

8 oktober 2012 – La Tribune (Parijs)

Dinsdag 9 oktober wordt in de Franse Nationale Assemblee over het Europese begrotingsverdrag gestemd. Maar wat stelt Frankrijk voor om de EU te hervormen? Bar weinig, en dit is tekenend voor het provincialisme van de verwende politieke klasse, aldus een Franse journaliste.

Het debat over het begrotingsverdrag heeft al één slachtoffer geëist: de reputatie van Frankrijk als Europees strateeg is aan diggelen geslagen. Niemand in Europa kan er nu nog over twijfelen: Frankrijk heeft geen “grote ideeën” en geen “geheim plan” meer om het fundament te leggen voor een nieuwe politieke en institutionele Europese “deal” waarin de sociale markteconomie en de eisen van een darwinistische globalisering met elkaar worden verzoend. Een deal die des te meer nodig is omdat de oplossingen die de laatste vier jaar zijn gekozen, de bestaande structuur tot het uiterste hebben beproefd en de democratische beginselen hebben verkwanseld. Natuurlijk zal Frankrijk volgens de premier “voorstellen doen” vóór de Europese Raad van 17 en 18 oktober, vermoedelijk de eerste in lange rij bijeenkomsten met als thema de hervorming van de Unie. Je kunt echter wel op je vingers natellen dat deze voorstellen door extreme voorzichtigheid en een radicaal pragmatisme zullen worden gekenmerkt. Er moet immers met veel verschillende gevoeligheden rekening worden gehouden. Er valt dus te vrezen dat we daarmee uit de pas lopen met de discussie die al in Brussel en Berlijn gaande is.

De voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy verkondigt al weken zijn ideeën over een “begroting van de eurozone”. Dat het EU-verdrag zal worden gewijzigd, staat vrijwel vast, al was het maar om er het Europese fonds van 500 miljard euro dat een dezer dagen zal worden ingesteld, in op te nemen (gepland voor 2018). De Duitse regering heeft zich al bereid verklaard in de Bondsrepubliek een referendum te organiseren als de voorgestelde veranderingen mogelijk gevolgen voor haar onaantastbare grondwet hebben. Wat verklaart dan de lafhartige houding van Parijs? Er zijn allerlei politieke redenen aan te voeren, allerlei legitieme reserves die verband houden met het liberale DNA van de Europese Commissie of met het beginsel van supranationaliteit, een discussie die net zo oud is als de allereerste Europese Gemeenschap die het levenslicht zag.

Luiheid, provincialisme, hoogmoed

Laat mij echter een hypothese aan deze lijst toevoegen. Ligt aan het feit dat het Franse geluid nauwelijks nog te horen is, niet iets anders ten grondslag, namelijk een mengeling van luiheid, provincialisme, hoogmoed en zelfgenoegzaamheid? Zou deze onmacht van een groot deel van de Franse politieke elite tegenover de Europese realiteit niet ook door beduidend minder nobele beweegredenen zijn ingegeven? Beweegredenen die kernachtig kunnen worden samengevat in de uitdrukking “Leven als God in Frankrijk!” Onze politieke leiders gedragen zich als goden die walgen bij het idee hun Olympus in Parijs te moeten verlaten en daarom op het moment dat de Franse verkiezingen zich aandienden, massaal uit het Europees Parlement stapten. Het is zoveel knusser om bij Chez Françoise of bij Invalides [restaurant van de politieke jetset] te gaan dineren dan in een eettent op het Luxemburgplein in Brussel of – erger nog – in het ledenrestaurant, dat in niets verschilt van de personeelskantine uitgezonderd de witte tafellakens en de bediening aan tafel. Waarom zou je het scherp afgebakende terrein van de nationale debatten verlaten waarin iedereen zijn plaats heeft: soevereiniteitsaanhanger, linkse of rechtse gaullist, eurokritische socialist, enz? Waarom zou je je blootstellen aan de stevige wind van de Europese concurrentie of het eigenaardige liberalisme van een Scandinavische socialist of de formalistische opstelling van een Duitser trotseren, als je veilig binnen een vertrouwd ideologisch referentiekader kunt blijven? Waarom zou je jezelf dwingen in een vreemde taal als het Engels van Brussel te communiceren, als je de mooiste taal van de wereld spreekt? Ja, waarom zou je je met zo'n saai tijdverdrijf als de opbouw van Europa bezighouden, als je het thuis zo goed hebt?

Politiek behoudt nationaal karakter

Maar helaas, de transformatie van de Europese Unie in een instrument van “solidaire integratie”, waar president Hollande vurig naar verlangt, kan pas vorm krijgen wanneer iets van het nationale comfort wordt ingeleverd. Het gaat er niet om de politiek te denationaliseren maar om de paradigma's van de andere Europeanen in het debat en de bezinning te integreren, zodat gelijksoortige vruchtbare compromissen als die de gemeenschappelijke markt of de eenheidsmunt mogelijk hebben gemaakt, kunnen worden bezegeld. Academici en directeuren van bedrijven zijn al sinds enige tijd vertrouwd geraakt met de grilligheden en de ongemakken maar ook met de kansen van een meer internationale, meer Engelssprekende wereld met vervagende grenzen. Die wereld heeft zelfs de arbeider aan de lopende band bereikt die te horen krijgt: “Maar begrijpt u, meneer, de Chinese concurrentie …”. Het politieke bedrijf blijft daarentegen zijn puur nationale, zo niet nationalistische karakter behouden. Natuurlijk, in België zijn er Vlamingen die ervan dromen in een eentalig land te wonen waar je een taaltoets moet afleggen om een stuk grond te kunnen bemachtigen. Maar moeten wij hier nu echt dezelfde droom van een gezellige barbecue in de eigen achtertuin koesteren?

Schrijnende verschillen met Duitsland

De interne verscheurdheid van links getuigt boven alles van de verwarring over de vreemde werkelijkheid die de Europese Unie vertegenwoordigt. Ze bevestigt de bittere constatering van de voormalige voorzitter van de Europese beweging, Sylvie Goulard, tegenwoordig Europarlementariër. Zij schreef in 2007: “De laatste jaren is er niet verder gebouwd aan ‘Europa’ in de zin van een gemeenschap van solidaire mensen”. Dat komt omdat ideeën en – in de politiek – bezinning en actie niet langer samengaan. Zowel onder de oude als de huidige meerderheid heeft de crisis laten zien dat Parijs er simpelweg niet klaar voor was. Wanneer we deze situatie vergelijken met die van Duitsland, komen opnieuw schrijnende verschillen aan het licht. Duitsland dringt al sinds 2009 aan op een groot debat over de doelen van de Unie en eist nu openlijk dat er een conventie wordt gehouden, waarop het zich al aan het voorbereiden is. Het mechanisme van de crisis heeft datgene bewerkstelligd wat men met de opbouw van Europa juist wilde voorkomen: Duitsland staat in het centrum van het Europese speelbord en heeft feitelijk een dominante positie. De bewoners van de Olympus kunnen dit wellicht in alle rust en kalmte aanschouwen. Maar voor ons, eenvoudige stervelingen, geldt dat niet.

Vertaald uit het Frans door Jan Messchendorp

Factual or translation error? Tell us.