Debat: Europeanen ondergaan politieke onteigening

Door demonstranten opgehangen maskers op het Syntagmaplein in Athene, 11 juli 2011.
Door demonstranten opgehangen maskers op het Syntagmaplein in Athene, 11 juli 2011.
12 oktober 2012 – Der Hauptstadtbrief (Berlin)

Met afkortingen als 'EFSF' of 'ESM' en mantra's als “Wanneer het fout gaat met de euro, gaat het ook fout met Europa” holt de politiek de historische democratie van Europa uit. Daar zal zij geen succes mee boeken, schrijft de Duitse auteur Hans Magnus Enzensberger.

Crisis? Welke crisis? De café's, bistro's en bierlokalen worden goed bezocht, op de Duitse luchthavens verdringen de vakantiegangers elkaar, en je hoort berichten over recordomzetten van de export en dalende werkloosheidscijfers. Gapend nemen de mensen kennis van de wekelijkse 'topconferenties' van politici en van de verwarde discussies tussen 'deskundigen'. Dat alles lijkt zich af te spelen in een retorisch niemandsland vol onbegrijpelijke taalregels, die niets van doen hebben met de alledaagse wereld waarin we leven.

Blijkbaar valt het vrijwel niemand op dat de landen van Europa sinds geruime tijd niet meer door democratisch gelegitimeerde instellingen worden geregeerd, maar door een hele rij afkortingen die daarvoor in de plaats zijn gekomen. Welke kant het op gaat, wordt beslist door EFSF, ESM, ECB, EBA en IMF. Slechts experts zijn in staat deze afkortingen te doorgronden.

En niet alleen dat: het wie, wat en waarom van besluiten van de Europese Commissie en de zogenoemde Eurogroep is louter voorbehouden aan ingewijden. Wat al deze instellingen gemeen hebben, is dat ze in geen enkele grondwet ter wereld voorkomen en dat geen kiezer iets in te brengen heeft bij de beslissingen die zij nemen.

Het is een nogal angstaanjagend te zien met welke gelatenheid de inwoners van ons kleine continent hun politieke onteigening hebben aanvaard. Dit kan komen doordat het hierbij om een historische noviteit gaat. In tegenstelling tot de revoluties, staatsgrepen en militaire coups waar de Europese geschiedenis zo rijk aan is, overkomen deze gebeurtenissen ons geruisloos en zonder geweld. Er zijn geen fakkeloptochten, geen parades, geen barricaden of geen tanks. Alles speelt zich vreedzaam in achterkamertjes af.

Controleurs van ESM genieten immuniteit

Dat daarbij geen rekening gehouden wordt met verdragen verbaast niemand. Bestaande regels als het subsidiariteitsbeginsel uit de Verdragen van Rome of het verbod op reddingsoperaties uit het Verdrag van Maastricht worden naar believen met voeten getreden. Het beginsel 'Pacta sunt servanda' ('Overeenkomsten moeten nagekomen worden') is gereduceerd tot een holle kreet die is bedacht door een paar juridische muggenzifters uit het verleden.

Heel openlijk wordt in het ESM-verdrag de afschaffing van de rechtsstaat geproclameerd. De besluiten van de controlerende leden van dit noodfonds zijn onmiddellijk effectief en hoeven niet door nationale parlementen te worden goedgekeurd. Zij noemen zich – net als ten tijde van de vroegere koloniale regimes – 'gouverneurs' en zijn net als bedrijfsdirecteuren geen verantwoording verschuldigd aan het publiek. Integendeel, ze hebben zich uitdrukkelijk tot geheimhouding verplicht. Dat doet denken aan de omertà, de zwijgplicht, die tot de erecode van de maffia behoort. Onze eigen 'godfathers' hebben zich onttrokken aan iedere juridische of wetgevende controle. Zij genieten een voorrecht dat een Camorra-baas nog niet eens heeft: absolute immuniteit voor strafvervolging. (Dit staat in de artikelen 32 tot 35 van het ESM-verdrag).

Daarmee heeft de politieke onteigening van de burger haar voorlopige hoogtepunt bereikt. Die was echter al veel eerder begonnen, op z'n laatst met de invoering van de euro. Deze munt is het resultaat van een politieke koehandel, die alle economische veronderstellingen van dit project met onverschilligheid heeft bestraft.

In plaats van de weeffouten van deze constructie te erkennen en te corrigeren staat het regime der 'redders' erop voort te gaan op de ingeslagen weg, tegen iedere prijs . De telkens herhaalde bewering dat er 'geen alternatief' zou zijn gaat voorbij aan de explosieve kracht van de toenemende verschillen tussen de deelnemende landen. Al jarenlang zijn de gevolgen duidelijk: scheuring in plaats van integratie, wrok, animositeit en wederzijdse verwijten in plaats van begrip. “Wanneer het fout gaat met de euro, gaat het ook fout met Europa.” Met deze belachelijke slogan is een continent met een half miljard inwoners verplicht het avontuur te volgen van een geïsoleerde politieke klasse, alsof tweeduizend jaar geschiedenis niets is in vergelijking met de nog niet zo lang geleden ingevoerde gemeenschappelijke munt.

Ontwaken uit politieke siësta

De zogenoemde eurocrisis bewijst dat het niet slechts kan blijven bij de politieke onteigening van de burgers. Zij leidt, op grond van haar eigen logica, ook tot economische onteigening. Pas als de kosten aan het licht komen, zal duidelijk worden wat dit betekent. De mensen in Madrid en Athene gaan pas de straat op als zij letterlijk geen andere keuze meer hebben. Dit zal ook in andere regio's gebeuren.

Het maakt niet uit met welke metaforen de politiek zich tooit, en of zij haar jongste misbaksel nu 'valscherm', 'bazooka', 'dikke Bertha', 'euro-obligaties', 'begrotingsunie', 'bankenunie' of 'schuldenunie' noemt: zodra zij hun portemonnee moeten trekken, zullen de volkeren uit hun politieke siësta ontwaken. Zij vermoeden dat ze vroeg of laat voor alles zullen moeten instaan wat de 'redders' hebben bekokstoofd.

Het aantal mogelijkheden is beperkt. De eenvoudigste manier om schulden – maar ook spaartegoeden – te liquideren is via de inflatie. Maar ook belastingverhogingen, pensioenkortingen en dwangheffingen komen in aanmerking. Tenslotte zou nog een laatste middel overwogen kunnen worden, de valutahervorming – een instrument dat heeft bewezen de kleine spaarders te straffen, de banken uit de wind te houden en de begrotingsverplichtingen van staten te schrappen.

Er tekent zich geen eenvoudige uitweg af uit deze val. Alle voorzichtig aangeduide mogelijkheden zijn tot nu toe met succes geblokkeerd. Het gepraat over een Europa van verschillende snelheden is een stille dood gestorven. Schuchter geopperde clausules, die het landen mogelijk zouden maken uit te treden, zijn nooit in een verdrag opgenomen. Maar vóór alles heeft de Europese politiek de spot gedreven met het subsidiariteitsbeginsel, een idee dat eigenlijk zo voor de hand liggend is dat het in wezen niet serieus wordt genomen. Dit woord betekent eenvoudigweg dat de instantie die het dichtst bij de burger staat – van gemeente tot provincie, van nationale staat tot Europese instellingen – in principe alles moet regelen waartoe zij in staat is, en dat iedere hogere instantie slechts die bevoegdheden zou mogen hebben die anders niet uitgeoefend kunnen worden. De geschiedenis van de Unie heeft aangetoond dat dit beginsel altijd een lege huls is gebleven.

Goede tijden voor rampenliefhebbers

Is er dus louter sprake van sombere vooruitzichten? Het zijn goede tijden voor rampenliefhebbers, die niet alleen de ondergang van het bankenstelsel en het faillissement van diep in de schulden stekende staten, maar het liefst meteen het einde van de wereld willen voorspellen! Maar net als de meeste doempredikers maken deze waarzeggers zich vermoedelijk te vroeg vrolijk. Want de vijfhonderd miljoen Europeanen zullen niet geneigd zijn alles op te geven zonder strijd.

Dit continent heeft al heel andere en veel bloedigere conflicten gekend en doorstaan dan de huidige crisis. Zonder kosten, confrontaties en pijnlijke bezuinigingen zullen we niet in staat zijn de doodlopende steeg, waar de ideologen van de 'ontmondiging' ons heen hebben gevoerd, te verlaten. In deze situatie is paniek de slechtste raadgever, maar wie denkt dat Europa aan zijn zwanenzang is begonnen, kent zijn kracht niet. Van Antonio Gramsci stamt het motto: 'Pessimisme van het intellect, optimisme van de wil.'

Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld

Factual or translation error? Tell us.