Vredeshandhaving: Nobelprijs zegt: versterk de EU

15 oktober 2012 – La Repubblica (Rome)

De toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan de EU heeft twee kanten: enerzijds spoort het de Europese leiders aan de EU redden nu deze aan het wankelen is gebracht. Anderzijds is het een oproep aan de Europese burgers om zich solidair op te stellen nu het maatschappelijke Europese model ondermijnd dreigt te worden, schrijft de Duitse filosoof Jürgen Habermas.

Net nu de Europese Unie haar diepste crisis doormaakt, ontvangt zij de Nobelprijs voor de vrede en in zijn motivatie prijst het Nobelcomité de Unie voor “de transformatie die ze in Europa heeft verwezenlijkt, van een continent dat eeuwenlang door oorlogen werd beheerst in een continent van vrede”. Er is inderdaad geen andere motivatie mogelijk om een Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen.

Toch werpen juist de omstandigheden van de huidige crisis een bijzonder licht op de zin en betekenis van de toekenning van deze prijs aan de Europese Unie, namelijk op het effect dat deze keuze kan hebben op de huidige situatie van de Unie. Het feit dat de Nobelprijs voor de Vrede juist aan de EU wordt toegekend op een moment dat deze zwakker is dan ze ooit in haar geschiedenis is geweest, interpreteer ik als een smeekbede en een zeer dringend beroep op de Europese politieke elites, diezelfde elites die we nu zonder moed en visie in deze crisis zien optreden.

Historische vijandelijkheden overwonnen

De boodschap van deze prijs aan de regeringen die nu de lidstaten van de monetaire unie leiden, is de onmiskenbare noodzaak om over hun eigen nationale schaduw heen te springen en dus de noodzaak om het Europese project voort te zetten.

Deze oproep komt duidelijk, wel drie keer op niet mis te verstane wijze, in de motivatietekst naar voren. Aan het begin looft het Nobelcomité de verzoening en vredesopbouw die na de Tweede Wereldoorlog in Europa plaatsvonden. Verderop in de tekst wordt gesproken over de vormende en stimulerende kracht van de democratie, vrijheid en liberaliseringsprocessen die de Europese Unie in de jaren tachtig heeft ontplooid en uitgeoefend voor Griekenland, Spanje en Portugal, net als in 1989 en 1990 voor de landen in Midden- en Oost-Europa, die vervolgens lid werden van de Unie.

Dit is een kracht die Europa vandaag de dag eveneens moet ontplooien en uitoefenen in de Balkanlanden. Het Nobelcomité prijst de moed waarmee Europa erin slaagde om historische vijandelijkheden te overwinnen en het beschavingssucces van de EU-uitbreiding, dat op een dag ook Turkije moet behelzen.

Sociaal model van Europa staat op het spel

Maar dat is niet het hele verhaal. We moeten bij het derde punt van de motivatie komen om een verklaring te vinden voor de ironie van de omstandigheid waarin deze Nobelprijs voor de vrede juist aan de Europese Unie wordt toegekend. Het Nobelcomité verwijst naar de economische crisis, die in de landen van de eurozone “aanzienlijke wanorde en maatschappelijke spanningen” veroorzaakt en de Unie, die wordt getekend door zwak leiderschap, op de rand van de afgrond brengt.

Als we de motivatie goed lezen staat namelijk de derde grote verworvenheid van Europa op het spel: zijn sociale model, dat gebaseerd is op de welvaartstaat. Op dit moment blijven wij Europeanen maar onbeweeglijk en stilzwijgend op de drempel van een Unie met twee snelheden staan. Daarom interpreteer ik de keuze van het toekennen van de Nobelprijs voor de vrede aan de Europese Unie ook als een beroep op de solidariteit van de burgers, die nu aan zet zijn om duidelijk te maken wat voor Europa zij willen.

Alleen als de instellingen in het ‘Kern-Europa’, de lidstaten die de harde kern vormen, worden versterkt, kan het ongebreidelde kapitalisme worden beteugeld en het vernietigingsproces binnen de Unie een halt worden toegeroepen.

Vertaald uit het Italiaans door Astrid de Vreede

Factual or translation error? Tell us.