Bezuinigingen: Geen opofferingen zonder hoop

16 november 2012 – Project Syndicate (Praag)

Als er niet zou worden getwijfeld aan de legitimiteit van de Europese Unie, dan zouden de Europeanen eerder instemmen met de opofferingen die van ze worden gevraagd. Zij zouden er dan op kunnen vertrouwen dat hun offers beloond zouden worden.

In een recent interview maakte de Franse president François Hollande de terechte opmerking dat er grenzen zijn aan het aantal offers dat van de burgers in de financieel geplaagde Zuid-Europese landen gevraagd kan worden, iets wat maar al te vaak vergeten wordt. Om te voorkomen dat Griekenland, Portugal en Spanje veranderen in “tuchthuizen” redeneerde Hollande, hebben de mensen hoop nodig om de steeds maar wijkende horizon van uitgavenbeperkingen en bezuinigingsmaatregelen het hoofd te kunnen bieden.

Zelfs iemand met minimale psychologische kennis zal het met Hollande eens zijn. Negatieve bevestiging en uitgestelde beloning maken het onwaarschijnlijk dat doelstellingen gehaald worden tenzij er aan het eind van de tunnel licht wordt waargenomen, als een toekomstige beloning voor de offers van vandaag.

De hoop verliezen

Het publieke pessimisme in Zuid-Europa is grotendeels te wijten aan het ontbreken van een dergelijke beloning. Nu het consumentenvertrouwen en de koopkracht van de huishoudens dalen en daarmee de recessie wordt versterkt, schuiven voorspellingen over wanneer de crisis ten einde zal zijn, steeds verder op. En degenen die het zwaarst te lijden hebben onder de crisis, verliezen de hoop.

Door de hele geschiedenis heen combineerde het concept van opoffering theologie en economie. In de oudheid brachten mensen, vaak bloederige, offers aan de goden, van wie zij dachten dat die hen, laten we zeggen, goede oogsten zouden brengen of hen zouden beschermen tegen het kwaad. Het Christendom, met het geloof dat God (of de Zoon van God) zichzelf opofferde om te boeten voor de zonden van de mensheid, keerde de traditionele economie van het offer om. In dit geval dient het goddelijk lijden als toonbeeld van de onbaatzuchtige nederigheid waarmee de aardse ongemakken zouden moeten worden ondergaan.

Ondanks de secularisatie maakt het geloof dat er voor beloningen, of prestaties, offers gebracht moeten worden, integraal deel uit van het Europese culturele bewustzijn. Het idee van een 'sociaal contract' – dat tijdens de Verlichting is onstaan om de autoriteit van de staat over zijn burgers te rechtvaardigen, zonder dat daarvoor goddelijk ingrijpen nodig was – leunt op de vooronderstelling dat individuen een bepaalde mate van persoonlijke vrijheid opgeven om vrede en welvaart voor iedereen te waarborgen.

Niets anders te bieden dan bloed, zweet en tranen

Dit heeft ertoe geleid dat politieke leiders de burgers vaak gevraagd hebben persoonlijke vrijheden en welstand op te geven in de naam van geseculariseerde spirituele entiteiten zoals de natie of de staat, en burgers voldeden graag aan die wens. In zijn eerste toespraak in het House of Commons als premier van het Verenigd Koninkrijk, gaf Winston Churchill een zwaar op de proef gesteld land hoop met de beroemde woorden dat hij, en daarmee Groot-Brittannië, “niets anders te bieden had dan bloed, zweet en tranen.”

Deze talloze voorbeelden in ogenschouw genomen, kan het verbazend zijn dat de opofferingsretoriek onder een bezuinigingsvlag in Europa’s actuele crisis zo weinig effectief is gebleken. Sommige commentatoren wijten dat aan de afnemende betrokkenheid bij zaken die het individu overstijgen, inclusief het politieke systeem.

Maar de weerstand tegen de bezuinigingen in Zuid-Europa is niet geworteld in een algemene vijandigheid ten opzichte van opoffering. Het is eerder zo dat de Europeanen zijn gaan geloven dat hun leiders offers van ze vragen die hun belangen niet dienen. Churchill gaf de Britten iets om naar uit te kijken: de overwinning. Maar als het geen duidelijk doel dient, wordt het brengen van offers zinloos.

Een kwaad dat erger is dan bezuinigingen

Welvaart werd geacht de rechtvaardiging voor de Europese Unie te zijn. Nadat de periode van snelle economische groei afliep, moesten de Europese leiders in plaats daarvan gaan vertrouwen op de dreiging van een kwaad dat erger is dan bezuinigingen: de toenemende destabilisatie van de debiteurenlanden, die tot faillissement en tot uitzetting uit de eurozone leidt, en vervolgens tot economische, sociale en politieke instorting.

Maar de angstretoriek maakt minder indruk nu het 'nieuwe regime' in Zuid-Europa steeds meer vorm krijgt, meer repressie en minder bescherming biedt en daarmee de fundamentele basisprincipes van het sociale contract schendt. En inderdaad: terwijl er aan Europese burgers gevraagd wordt in het belang van de 'nationale economie' hun levensstandaard en zelfs hun middelen van bestaan op te geven, gaat het internationaal opererende bedrijven voor de wind.

De voorwaarden die de 'trojka' – de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds – stelt, leiden ertoe dat de zorg voor degenen aan wie de offers gevraagd werden, en de reparatie van de aan flarden gescheurde sociale vangnetten, voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld. En toch blijven de nationale regeringen maar beleid ontwikkelen dat de onrechtvaardigheid alleen maar erger maakt. In Portugal bijvoorbeeld is er in de begroting van 2013 voorzien dat het aantal belastingschijven wordt teruggebracht van acht naar vijf, een zet die vernietigend zal uitpakken voor de middenklasse.

Voor offers werd normaliter een beroep gedaan op het lichaam – het ontzeggen van pleziertjes, basisbehoeften en zelfs vitaliteit – in het belang van de geest. Maar terwijl de opofferingstheorie gehandhaafd blijft, werd de logica waarop die theorie millennialang steunde, losgelaten. De Europese leiders moeten hun burgers nieuwe hoop geven. De legitimiteit van een 'postnationaal' Europa, dat zoals vastgelegd in het Verdrag van Lissabon gebaseerd is op de verplichting van de EU om “het welzijn van de burgers te bevorderen”, staat op het spel.

Vertaald uit het Engels door Ingeborg Gonizzi

Factual or translation error? Tell us.