EU-begroting: Landbouwsubsidies zijn oneerlijk en contraproductief

27 november 2012
The Guardian Londen

Een kudde schapen bij Dwingelderveld, in het noorden van Nederland.
Een kudde schapen bij Dwingelderveld, in het noorden van Nederland.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid vormde een van de twistappels op de EU-top van vorige week. Hoe halen we het in ons hoofd te midden van een economische crisis achter de Fransen aan te lopen en ervoor te pleiten 50 miljoen euro te besteden aan een beleid waarvan rijke grondbezitters profiteren en slecht is voor het milieu, vraagt columnist George Monbiot zich af.

Er is een duidelijke symmetrie in de getallen die tot de mislukking van de Europese top hebben bijgedragen. De voorgestelde begroting bedroeg 50 miljard euro meer dan de Britse regering kon accepteren. Dat is precies het bedrag dat Europese boeren elk jaar krijgen. De omstreden korting die Groot-Brittannië op de begroting krijgt, beloopt 3,6 miljard euro per jaar: een fractie minder dan onze bijdrage aan de landbouwsubsidies van Europa.

Afgelopen week was er een enorme trillerige homp varkensvet die zich hardnekkig tijdens de top manifesteerde en alle onderhandelingen vergiftigde. De naam: het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De besprekingen leverden niets op, deels omdat de voorzitter van de Europese Raad, op aandringen van François Hollande, voorstelde om die vetrand gedurende zes jaar met nog eens 8,6 miljard euro te spekken. Ik ben het niet vaak met hen eens, maar de Britse en Nederlandse regering wezen dat terecht van de hand.

Rijke grootgrondbezitters

Ik verbaas mij er voortdurend over dat de Europese bevolking deze diefstal tolereert. Landbouwsubsidies vormen het 21e-eeuwse equivalent van feodale steun: de belastingen die middeleeuwse vazallen hun heer moesten betalen voor het voorrecht dat ze onder de duim werden gehouden. De bedrijfstoeslagregeling, die het meeste geld opslokt, is een beloning voor grondeigendom. Hoe meer je bezit, hoe meer je ontvangt. En wat een toeval: de grootste grondbezitters blijken ook nog eens tot het rijkste deel van de Europese bevolking te behoren. Iedere belastingbetaler in de EU, inclusief de allerarmste, subsidieert de landeigenaren: niet eenmaal, zoals ten tijde van de redding van de banken, maar tot in eeuwigheid. Elk huishouden in het Verenigd Koninkrijk betaalt gemiddeld 245 pond per jaar, zodat miljonairs de levensstijl waaraan ze gewend zijn, kunnen voortzetten.

Sinds de oude autocratieën omver werden geworpen, is er op dit continent nooit eerder zo'n regressieve belasting bedacht. Franse boeren strooien mest uit op straat? Wij zouden de Franse boeren eens onder mest moeten bedelven.

Subsidies voor ongeschikte gebieden

Maar het zou niet eerlijk ons hiertoe te beperken. Er zijn hele volksstammen in het Verenigd Koninkrijk die dezelfde behandeling verdienen. Vorig jaar beweerde de Commissie milieu, voeding en platteland van het Lagerhuis in een bizar onevenwichtig rapport dat het stelsel van landbouwsubsidies niet ver genoeg gaat. Ze wil de betalingen voor grondbezit aanvullen door de subsidies op vee nieuw leven in te blazen: geld voor elk dier waarmee een boer zijn land volstouwt.

Met deze nonsens gedragen we ons Franser dan de Fransen. Er waren uitstekende redenen om deze vergoedingen per dier in 2003 geleidelijk af te schaffen. Zij boden een stimulans om zoveel mogelijk dieren (vooral schapen) op de heuvels los te laten, ongeacht het effect daarvan op de natuur en het welzijn van de schapen. De extra schapen overspoelden de markt en leiden tot een faillissement voor de boeren, die de vergoedingen daar juist tegen hadden moeten beschermen. Het voorstel van de commissie strookt met een stompzinnig Europees beginsel dat sinds jaar en dag in zwang is: hoe minder een regio geschikt is voor landbouw, hoe meer geld er wordt gespendeerd om ervoor te zorgen dat de landbouw daar kan blijven bestaan. Dat is de gedachte achter zulke extra subsidies voor probleemgebieden.

Natuurlijke habitats worden vernietigd

Deze aanpak wordt gerechtvaardigd door een ongegronde bewering, namelijk dat landbouw, vooral in de hooglanden, nodig is om het milieu te beschermen. De Europese Commissie betoogt dat landbouw essentieel is om “het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan” en de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Deze uitspraken worden zelden gestaafd door iets wat op wetenschappelijk bewijs lijkt. Zij weerspiegelen een Bijbelse visie op menselijk rentmeesterschap. We willen maar al te graag geloven dat de boeren in de hooglanden, voor wie iedereen sympathie koestert, ons slechts mooie dingen geven, maar dat is puur wensdenken.

De afgelopen decennia is er sprake geweest van een rampzalige afname van flora en fauna op landbouwgrond, als gevolg van het grazen, drainage, restanten van ontsmettingsvloeistof die de beken en rivieren vergiftigen, en ontruiming van habitats. In het schokkende rapport over de vogelstand in het Verenigd Koninkrijk staat dat sinds 1966 op landbouwgrond meer dan 50 procent van de vogels is verdwenen, terwijl er in het hele land sprake is van een vermindering van 20 procent.

Het subsidiestelsel moedigt deze verwoesting niet slechts aan: het is zelfs een harde eis. Op basis van een Europese regel krijgen de boeren hun belangrijkste vergoeding alleen als zij “de verstruiking van de landbouwgrond door ongewenste vegetatie” voorkomen. Met andere woorden, ze mogen geen bomen en struiken op hun grond laten groeien. Ze hoeven op hun land geen gewassen te telen of dieren te houden om hun geld te krijgen, zolang ze het gras maar netjes maaien. In heel Europa worden essentiële natuurlijke habitats vernietigd – vaak op land dat helemaal niet geschikt is voor verbouwing – enkel en alleen om een groter oppervlak te krijgen dat voor subsidies in aanmerking komt.

Stijging vraag naar voedsel maakt subsidies overbodig

De Europese Commissie stelt dat subsidies vereist zijn om boeren te helpen “voorzien in de stijgende wereldwijde vraag naar voedsel”. Die vraag zal naar verwachting “tegen 2050 met 70% toenemen”. Maar als de mondiale vraag naar voedsel naar verwachting met 70 procent zal stijgen, waarom hebben we dan nog subsidies nodig? Nog niet zo lang geleden werd de steun aan boeren gerechtvaardigd op grond van het feit dat de wereldwijde vraag klein was. Nu de vraag groot is, wordt de omgekeerde argumentatie uit de kast gehaald. Eerst komt het beleid, dan de rechtvaardiging. Europa zit in een crisis. Het zit in een crisis omdat het geld op is. Er wordt (vaak onterecht en onnodig) gesneden in cruciale overheidsdiensten, terwijl landeigenaren jaarlijks 50 miljard euro toegeschoven krijgen. Zelden  in de geschiedenis van menselijke conflicten hebben zoveel mensen zoveel geld gegeven aan zo’n klein aantal.

Vertaald uit het Engels door Jan Messchendorp

Factual or translation error? Tell us.