Roemenië: Jongeren zonder democratisch houvast

Een jonge Roemeen toont zijn woede tijdens een demonstratie tegen de Roemeense regering, 19 januari 2012.
Een jonge Roemeen toont zijn woede tijdens een demonstratie tegen de Roemeense regering, 19 januari 2012.
28 november 2012 – Revista 22 (Boekarest)

Bij de Roemeense parlementsverkiezingen van 9 december mag een nieuwe generatie kiezers voor het eerst stemmen. Zullen deze jongeren voor een nieuwe richting kiezen omdat hun referentiekader niet de opstanden tegen het regime van Ceauşescu is, maar de sombere kant van het huidige beleid?

De 25e gedenkdag van de arbeidersopstand van Braşov [opstand tegen het regime van Ceauşescu die plaatsvond op 14 november 1987 en tot de arrestatie van 300 demonstranten leidde, red.] is onopgemerkt voorbijgegaan, terwijl de sociale werkelijkheid van Roemenië vandaag de dag het symbolische karakter van deze herdenking juist had moeten versterken. Natuurlijk zijn er veel redenen te bedenken voor dit gebrek aan interesse voor een van de belangrijkste gebeurtenissen uit onze recente geschiedenis. Maar ik zou willen aantonen hoe veelzeggend deze bijna volledig vergeten gebeurtenis is voor de richting die de Roemeense samenleving is ingeslagen.

Een kwart eeuw geleden zou een arbeidersopstand een goede gelegenheid zijn geweest voor de vakbonden om in actie te komen. Toch hebben ze ook dit keer onverschilligheid getoond en interesseerden ze zich meer in andere belangen dan die van de werknemers. Ook de regering in Boekarest heeft de gebeurtenis genegeerd, terwijl ze de coup vijf jaar geleden nog officieel herdachten. Tegelijkertijd toonde ze plotseling belangstelling voor de geschiedenis van het land door een paar weken geleden de 91e verjaardag van koning Michel te vieren – weliswaar een indrukwekkend getal, maar geen lustrum. Dit contrast illustreert wel hoezeer deze vergetelheid de mensen karakteriseert die ons land regeren.

De sleutel tot begrip ontbreekt

De opstand van 1987 zou, beter nog dan de revolutie van 1989 die ten onder ging aan complotten, aan de generatie jongeren kunnen worden gepresenteerd als symbool van de opstanden en onderdrukkingen die zo kenmerkend waren voor het communistische regime. Nu dit niet is gebeurd, kan terecht worden verondersteld dat de huidige politieke klasse zich nauwer verbonden voelt met de oude nomenclatuur dan met de arbeiders van Braşov, die in 1987 in opstand kwamen en na 1990 werden ontslagen. Tegenwoordig staan de media vol onverkwikkelijke zaken waardoor jongeren die niets anders gewend zijn van de politiek, gemakkelijker gemanipuleerd kunnen worden. Ze missen immers de sleutel tot begrip, die verborgen blijft in de recente geschiedenis.

In een land zonder politieke identiteit, waar alles een tijdelijk karakter lijkt te hebben, kan alleen de ervaring van historische gebeurtenissen een referentiekader vormen om weerstand te bieden tegen manipulatie. Met welke blik je deze gebeurtenissen ook bekijkt, ze leren ons dat Roemenië geen andere optie heeft dan Europa. Voor de generatie die in de overgangsperiode opgroeide ligt dat anders. Dit jaar gaan de jongeren die voor 1994 zijn geboren voor het eerst stemmen tijdens de parlementsverkiezingen van 9 december. We zouden moeten proberen om de gebeurtenissen die indruk op hen hebben kunnen maken, weer in herinnering te brengen. In chronologische volgorde waren dat het referendum van juli 2012, over het afzetten van president Băsescu, en de demonstraties die afgelopen januari en februari in veel steden werden gehouden. We kunnen bovendien benadrukken dat president Traian Băsescu in december 2011 in aantal jaren even lang aan het hoofd van de Roemeense staat stond als voormalig president Ion Illiescu, en dat hij dit jaar al acht jaar president is.

Populisten misbruiken de energie van de jongeren

Vanuit politiek oogpunt zijn deze jongeren geboren in een klimaat dat wordt gekenmerkt door bevooroordeelde media die vooral opvallen door de kloof tussen pro- en anti-Băsescu en die de interpretatie van politieke gebeurtenissen hebben beïnvloed. Zelfs al zou deze kloof conjunctureel van aard zijn, dan nog is hij van wezenlijk belang voor deze nieuwe generatie, omdat hij verstrekkende gevolgen heeft voor het onderwijssysteem. De meerderheid van de docenten uit het basisonderwijs en het middelbare onderwijs, maar ook uit het openbaar en particulier hoger onderwijs, geven namelijk aan zich ‘slachtoffer’ te voelen van het beleid dat direct of indirect door de president wordt gesteund.

Natuurlijk is het riskant om te generaliseren en de uitzondering bevestigt de regel. Maar in historisch opzicht kunnen we stellen dat de generatie die tijdens de overgangsperiode opgroeide de eerste is die – nog steeds vanuit politiek oogpunt bezien – geboren werd tijdens de opstand tegen politici die, hoe verwerpelijk hun fouten ook zijn, kunnen worden beschouwd als hervormers.

De generatie anti-Băsescu wil ook wel verandering, maar haar vastberadenheid kreeg een andere wending, ten gunste van de mensen die zich ertegen verzetten. Deze generatie is ook voorstander van Europa, maar de energie van deze generatie is misbruikt door de mensen die hameren op een nationale, populistische koers. De schok van de werkelijkheid zal pas na 9 december scheuren veroorzaken in het net van denkbeelden waarin deze generatie, vooral gekenmerkt door de anarchie van de overgangsperiode, verstrikt is geraakt. En niemand weet hoe hun opstand van morgen eruit zal zien.

Factual or translation error? Tell us.