Italië: Een land in coma

11 december 2012
La Stampa Turijn

Beeld uit 'Girlfriend in a coma', geschreven (in samenwerking met Bill Emmott), geproduceerd en geregiseerd door Annalisa Piras.
Beeld uit 'Girlfriend in a coma', geschreven (in samenwerking met Bill Emmott), geproduceerd en geregiseerd door Annalisa Piras.

In zijn documentaire 'Girlfriend in a coma' onderzoekt Bill Emmott, voormalig hoofdredacteur van The Economist, waarom Italië zich zo hardnekkig verzet tegen de noodzakelijke veranderingen en hervormingen. Een mentaliteit die in veel Europese landen opgeld doet en die deels verklaart waarom Silvio Berlusconi zijn rentree wil maken.

Als iemand mij twaalf jaren geleden had verteld dat ik nu zou schrijven, nadenken en zelfs een film maken, niet over Japan, China of een van mijn andere vertrouwde onderwerpen maar over Italië, zou ik me wellicht hebben afgevraagd of ze illegale middelen rookten. Maar als ik er nu over nadenk en over hoe cruciaal de komende parlementsverkiezingen in Italië zullen zijn, is de wijze waarop ik de laatste jaren heb doorgebracht, eigenlijk helemaal niet verrassend.

Dat komt niet louter door twee gevreesde woorden: Silvio en Berlusconi. Veel dingen die mij wat de toekomst van het Westen betreft, zorgen baren, zie ik namelijk in Italië gebeuren.

Ik raakte voor het eerst in de ban van Italië, ja, dankzij Silvio Berlusconi. Wij van The Economist noemden hem op onze voorpagina in april 2001 om principiële redenen "ongeschikt om Italië te leiden". Dat had niets te maken met de seksschandalen waarmee hij later in Groot-Brittannië en Amerika berucht werd. We waren er tegen dat de regeringsmacht in een westerse democratie in handen kwam van een man met enorme privébelangen en dat de rechtsstaat door die belangen werd uitgehold. Het is zoals Umberto Eco het in mijn film verwoordt: wij in andere landen hebben ook magnaten, geconcentreerde media en machtige lobbyisten. Dit was en is dus ook nog steeds een gevaar voor Groot-Brittannië, Amerika en vele andere landen.

Vanaf het ontwerpen van die voorpagina begon mijn Italiaanse reis, een reis die werd verlevendigd door twee rechtszaken die Berlusconi wegens smaad had aangespannen (die beide door The Economist werden gewonnen). Gaandeweg werd de reis intensiever naarmate ik meer te weten kwam over de aard van alle problemen van Italië, op economisch, politiek en moreel vlak.

Bezorgd over ziekten waaraan Westen lijdt

Het was een fascinerend en dikwijls plezierig proces, maar het had ook een tweeledige uitwerking op mij: het maakte me pessimistischer en nog meer bezorgd over de ziekten waaraan het Westen lijdt.

Tijdens de reis groeide mijn pessimisme geleidelijk omdat ik mij steeds meer bewust werd van de enorme weerstand van allerlei belangengroepen tegen veranderingen en hervormingen in Italië. Deze weerstand bezorgde premier Mario Monti het afgelopen jaar de meeste problemen.

Hij dacht dat hij zulke belangengroepen, of het nu gaat om vakbonden of grote bedrijven, beroepsorganisaties of gepensioneerden, zou kunnen overtuigen om net als iedereen enkele concessies te doen en enkele privileges met het oog op het algemeen nut op te geven, net zoals tijdens onderhandelingen over ontwapening landen afspreken om hun tanks en raketten weg te doen. Maar tot dusver is dat niet gelukt.

Het is niet gelukt omdat premier Monti voor zijn parlementaire steun afhankelijk was van partijen die weigerden met veranderingen in te stemmen, om hun vaste achterban een plezier te doen of gewoon om elkaar een hak te zetten. En het is niet gelukt omdat iedereen wist dat de regering-Monti slechts een tijdelijk karakter had: laten we gewoon maar wachten tot deze wind is overgewaaid, zoals de zegswijze luidt. Zelfs lokale overheden gebruikten deze tactiek; zij stelden de uitvoering van nieuwe wetten uit in de wetenschap dat er spoedig verkiezingen zouden komen.

Belangengroepen blokkeren hervormingen

Er was nog een tweede reden die bij mij voor pessimisme zorgde. Jarenlang, tot de crisis op de obligatiemarkt in 2011 de elite noopte toe te geven dat Italië in economisch opzicht ziek was, had ik een krachtige, zeer wijdverbreide neiging waargenomen om de realiteit te ontkennen en aan de hand van onjuiste of verouderde feiten zichzelf ervan te overtuigen dat het land sterk was in plaats van zwak: de grote hoeveelheden spaargeld van huishoudens (dat in werkelijkheid gehalveerd is), rijke gezinnen (probeer het huis dat de basis van die 'rijkdom' vormt, maar eens te verkopen), een solide productiesector (slechts een zevende van het bbp, en die minder concurrerend wordt, in plaats van meer) en een aangeboren Italiaanse creativiteit (tegenwoordig krijg je echter niet langer de waardering die je verdient, en de creatiefste nieuwe afgestudeerden emigreren naar Berlijn, Londen en New York).

Hierin leek verandering te komen door de schok die de crisis op de obligatiemarkt teweegbracht. Maar was dat ook zo? Belangengroepen blokkeren nog steeds uit alle macht hervormingen. Dan moeten zij wel denken dat veranderingen ondanks alles onnodig zijn. In mijn optimistische momenten houd ik mijzelf voor dat ze gewoon tijd proberen te winnen, omdat ze hopen zich na de verkiezingen in 2013 sterker ten opzichte van andere belangengroepen te kunnen profileren. Het is echter evengoed mogelijk dat ze hopen dat er iets wonderbaarlijks zal gebeuren zodat veranderingen kunnen worden vermeden: een mirakel uit de doos van Mario Draghi van de Europese Centrale Bank of een plotseling besluit van Duitsland om schuldafschrijvingen van Zuid-Europese landen te betalen, of iets anders. Men wil de waarheid altijd nog niet onder ogen zien.

Ontkenning van realiteit nog steeds in de mode

Deze tendensen, van belangengroepen die zich aan hun rechten en privileges vastklampen en van elites die de realiteit niet willen onderkennen, zijn niet uniek voor Italië. Zulke problemen bestaan ook in de rest van het Westen. Amerika kijkt toe hoe het Congres omgaat met de 'fiscal cliff' ['begrotingsravijn', red.] dat de economie na 1 januari bedreigt; het kijkt ook toe hoe belangengroepen hun privileges verdedigen en hoe de elites hun ogen sluiten voor de werkelijkheid

Het verschil met Italië is dat dit proces in dat land al twintig jaar aan de gang is, waarbij ook andere sterke punten op economisch en sociaal gebied een flinke knauw hebben gekregen. Amerika en Groot-Brittannië staan nog maar aan het begin en ik hoop nog steeds dat we het tij kunnen keren. Maar net als in de titel van mijn film heeft Italië zichzelf in coma gebracht.

Zal het ooit ontwaken? Dat Berlusconi zich met kritiek op de bezuinigingen van premier Monti in de verkiezingsstrijd wil gooien, doet vermoeden dat ontkenning van de realiteit nog steeds in de mode is, tenminste bij rechts. De verkiezingen zijn van essentieel belang, misschien vormen ze wel een historische test. Een test waaruit blijkt of politieke partijen en de belangengroepen die hen ondersteunen, werkelijk de aard van Italië's problemen begrijpen en beseffen dat voortzetting van het oude beleid geen optie is. Een test waaruit blijkt of aan de vraag van de kiezers naar nieuwe ideeën, een nieuwe vorm van verantwoording en zelfs nieuwe gezichten wordt voldaan. En voor het Westen zal het een test zijn die laat zien of we er terecht op vertrouwen dat democratieën uiteindelijk in staat zijn fouten te corrigeren.

Premier Monti heeft gelijk dat hij aftreedt. Daarmee brengt hij die test dichterbij. Een test die niet langer kan of mag worden uitgesteld.

Factual or translation error? Tell us.