Midden-Europa: Het is nu ieder voor zich

13 december 2012 – Gazeta Wyborcza (Warschau)

Precies tien jaar geleden mochten vier Oostbloklanden zich aansluiten bij de EU. Maar ondanks hechte economische banden en een gevoel van een lotsverbondenheid, verhinderen de verschillende politieke ontwikkelingen in de regio dat de landen samen veel gewicht in de schaal leggen in de EU.

Het is nu bijna tien jaar geleden dat in Kopenhagen de toetredingsonderhandelingen met Polen werden afgerond, op 13 december 2002. Polen kreeg destijds samen met tien Midden- en Zuid-Europese landen groen ligt om zich aan te sluiten bij de EU. Het zou de laatste keer zijn dat de regio zich werkelijk als een front opstelde om de best mogelijke toetredingsvoorwaarden te verkrijgen. Sinds die tijd zijn onze wegen uiteen gegaan. Elk land onderhandelt nu voor zichzelf in Brussel en probeert zijn betrekkingen met de EU-sleutelfiguren steviger te maken.

In werkelijkheid zijn onze politieke en economische wegen daarvoor al gescheiden. De politieke schouwtonelen van de tien landen die zich in 2004 bij de EU hebben aangesloten, zijn nauwelijks vergelijkbaar, behalve misschien dat ze allemaal een flinke dosis populisme hebben. Hun visies op de Europese integratie variëren ook enorm. Slowakije bevindt zich in de eurozone, Tsjechië blijft sceptisch, Hongarije is dapper en Polen, dat over het algemeen voorstander van de euro is, is van mening dat aansluiting bij de eenheidsmunt tijdens een crisis zinloos is.

Buurlanden zoeken grenzen van democratie op

Maar deze tien landen zijn desondanks wel degelijk afhankelijk van de EU. De Unie is van cruciaal belang voor onze geopolitieke oriëntatie en een essentiële bron voor de financiering van moderniseringsprojecten; 99 procent van de publieke werken in Hongarije worden door de EU gefinancierd en in Polen is dat vijftig procent. Over het algemeen kunnen we zeggen dat de EU voor een zeer gunstig investeringsklimaat zorgt.

In het Poolse buitenlandse beleid werd de regio altijd als een mogelijk alternatief beschouwd, niet als een doel op zich. Óf het gebied werd genegeerd, omdat er belangrijkere zaken speelden zoals de Weimar-driehoek of de bilaterale verhoudingen met grote spelers, óf juist aangewend (door de PiS [de Poolse rechtse politieke partij Recht en Rechtvaardigheid, red.] tussen 2005 en 2007) als tegenwicht tegen wat werd gezien als overmatige afhankelijkheid van Duitsland. Vandaag is Midden-Europa een instrument geworden om marginalisatie in de EU te voorkomen. De huidige aardverschuivingen in Europa kunnen echter een einde maken aan dat waar we zo trots op zijn geworden: dat we ons in het hart van Europa bevinden.

We gaan ervan uit dat als we ons aan de andere landen in de regio hechten, we een Europa met twee snelheden kunnen voorkomen. Maar door dat te doen, wenden wij ons hoofd af van iets dat ons zorgen zou moeten baren: de manier waarop democratie in het gebied wordt beleden. We moeten ons bewust zijn wat de neveneffecten hiervan zijn. Hongarije en Roemenië proberen, door meer en meer de grenzen van de democratie op te zoeken, een nieuwe politieke cultuur in de regio uit. Als we dat niet inzien, dan zal de plaag ook naar ons overwaaien.

Onderling vertrouwen is afgenomen

Wat ons boven alles verenigt, is onze gezamenlijke geschiedenis, een gevoel van niet zo zeer een gedeelde identiteit als wel een gemeenschappelijk lot en gezamenlijke belangen in de EU. Laatstgenoemde was van groot belang bij de toetredingssbesprekingen in 2003 en later, bij de voorlaatste besprekingen over de EU-begroting. Dit belang is nu afgenomen omdat de verschillen zijn toegenomen en waardoor het verstandig is geworden om meer in te zetten op de bilaterale betrekkingen (zoals tussen Polen en Duitsland). Tevens is het onderlinge vertrouwen afgenomen en is Polen er niet in geslaagd zijn regionale partners ervan te overtuigen een gezamenlijk veto uit te spreken over het klimaatbeleid.

Bovendien hebben we ons huiswerk niet goed gedaan. Het Internationale Visegrádfonds [een fonds van Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië, red.] is weliswaar opgericht in 2000 maar dat was slechts een uitzondering: door de bank genomen zijn de investeringen onder de maat.. Het is tijd om de kloof te dichten. Polen is momenteel voorzitter van de Visegrádgroep en heeft een solide, 53 paginalange agenda op tafel gelegd. Twee punten daarin zijn voor de hand liggend: het verbinden van de landen in de regio op het gebied van transport en energie-infrastructuur en het benoemen van gezamenlijke belangen in de EU: van de eenheidsmarkt tot veiligheidskwesties.

We hebben samen een staat van dienst die succesvol te noemen is. Het bbp van de Visegrádgroeplanden tezamen is een biljoen dollar, dat is vier keer meer dan halverwege de jaren negentig. Dit betekent dat Midden-Europa meer is dan een geestestoestand. Maar het is bij lange na nog geen politieke entiteit met aanzienlijke invloed.

Factual or translation error? Tell us.