Crisis eurozone: Goethe’s angst voor bankbiljetten nog steeds actueel

14 december 2012
The Irish Times Dublin

“Faust en Mephistopheles”, door Eugène Delacroix (1826-27). The Wallace Collection (Londen).
“Faust en Mephistopheles”, door Eugène Delacroix (1826-27). The Wallace Collection (Londen).

Met zijn beroemdste werk, Faust, illustreert Goethe zijn vrees voor de nefaste uitwerkingen die papiergeld kan hebben. Dit standpunt, beweert de Berlijncorrespondent van de Irish Times, is nog steeds van invloed op Duitslands huidige houding ten opzichte van geldschulden en de eurozonecrisis.

Iedereen die moeite heeft de Duitse houding ten opzichte van geld en schulden in de eurozonecrisis te begrijpen, moet in Frankfurt zijn.

Duitslands financiële hoofdstad is niet alleen de standplaats van twee centrale banken, de Bundesbank en de Europese Centrale bank, maar ook van een geel, barok gebouw in de schaduw van de ECB-toren.

Hier werd Duitslands literaire genie Johann Wolfgang Goethe in 1749 geboren. In het Goethe Haus, dat nu een museum is, wordt een fascinerende expositie gehouden: Goethe en Geld (Goethe und das Geld). De expositie legt uit op welke manier de maatschappelijke houding tegenover geld van invloed was op Goethes schrijven en hoe dat op zijn beurt weer de Duitse houding ten opzichte van geld vormde.

Goethe werd geboren met een gouden lepel in de mond. Zijn familie beheerde een florerend bedrijf en er werden wat gunstige huwelijken gesloten. Hoewel hij bevriend was met een aantal bankiersfamilies – hij trouwde bijna met een dame uit die kringen – zorgden door banken verergerde verliezen na de Napoleonistische oorlogen ervoor dat de schrijver het bankwezen zijn leven lang bleef wantrouwen.

Goethe gaf 15% van zijn inkomen uit aan wijn

De huishoudboekjes van de schrijver laten zien dat hij niet bepaaldeen voorbeeld was van Duitse zuinigheid. Vaak gaf hij meer dan 15 procent van inkomen uit aan wijn. Regelmatig ontving hij financiële steun van zijn moeder en werkgevers. Zoals de museumcuratoren opmerken, verdedigde Goethe zijn verkwistende levensstijl als “cruciaal voor de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid”.

Hij werd strikter toen hij in 1784 de eerste minister van Financiën van het hertogdom Saksen-Weimar werd, rond wat nu de oostelijke deelstaat Thüringen is.

Deze ervaring vormde zijn denkwijze en droeg bij aan het ontstaan van zijn literaire meesterstuk, Faust, dat nu verplicht leesvoer is op Duitse scholen. Het verhaal draait om het beruchte “duivelse pact” tussen de titelheld en de duivel Mephistopheles. De duivel belooft hem elk van zijn wensen te vervullen. Maar als Faust ooit het eeuwige leven wenst, dan krijgt Mefisto zijn ziel.

Het tweede deel van Faust, dat postuum gepubliceerd werd, opent aan het failliete hof van een hedonistische keizer. De schatbewaarder meldt dat de “schatkist nog steeds leeg is”, evenals de keizerlijke voorraadkelders, met dank aan de regelmatige banketten.

Goethe's waarschuwingen zijn weer relevant

De overtuigende Mephistopheles verschijnt en stelt voor papier om te zetten in geld. De zwaar in de schulden zittende keizer is geïntrigeerd: “Ik ben ziek en moe over het hoe en wanneer/We hebben geen geld, dus maak het maar.” De door de keizer getekende bankbiljetten geven de aanzet tot een consumptiegolf waarbij “de halve wereld geobsedeerd lijkt door lekker eten/en de andere helft loopt te pronken met zijn nieuwe kleren.”

Pas nadat Mefisto en zijn partner Faust verdwijnen, merkt iedereen op dat de waarde van de bankbiljetten niet gekoppeld is aan een werkelijk vermogen, bijvoorbeeld goud in een kluis, maar aan de belofte van goud dat nog gedolven moet worden.

De parallellen tussen het Faust-sprookje en het kapitaal dat nodig was om de industriële revolutie op gang te brengen, gingen niet verloren met Goethes tijdgenoten. Zijn waarschuwingen zijn nu weer relevant voor talloze Duitse publieke figuren die Faust aangrijpen om hun eigen zorgen over de eurozonecrisis onder woorden te brengen.

Jens Weidmann is moderne kanselier uit Faust

De moderne rol van de keizers kanselier in Faust, die waarschuwt voor het papieren geld, wordt nu vervuld door de president van de Bundesbank Jens Weidmann.

Als een centrale bank vrijwel ongelimiteerd geld kan scheppen vanuit het niets, hoe kan er dan voor gezorgd worden dat het geld voldoende schaars blijft om zijn waarde te behouden?” vroeg hij aan een Frankfurter publiek in september. “Die verleiding bestaat zeker, en velen zijn er in de monetaire geschiedenis voor bezweken.”

Hij waarschuwt dat het ECB-programma om ongelimiteerd obligaties te kopen om de eurozone te stabiliseren, een mogelijk Faustiaans pact kan zijn als dat politici een bevredigender financieringsalternatief biedt dan pijnlijke economische hervormingen.

De ECB beweert echter dat dit niet het geval is, en hun afwijkende standpunten hebben de culturele ambivalente houding in Duitsland ten opzichte van geld en schulden, nieuw leven ingeblazen. Uiteindelijk is dit immers het land waar het woord Schuld zowel een monetaire als een morele schuld kan betekenen. De interventie van de ECB op de obligatiemarkt werden door dezelfde moralistische economen veroordeeld als degenen die de landen met schulden in de eurozone aanduidden met Schuldensünder of “schuldenzondaars”.

De tweeslachtige aard van papieren geld

Dus er bestaat wel degelijk een verband tussen de huidige houding en Goethes Faust, door de Duitse literaire theoreticus Werner Hamachter beschreven als een kritiek op “kredietesthetiek en overtuigingseconomie”.

Voormalig ECB-bestuurder Ottmar Issing suggereert dat Duitsers geen twijfels hebben over geld zelf, maar zich zorgen maken zijn over het verstandige gebruik ervan. In een essay voor de Goethe en Geld-catalogus, met de titel ‘Inflatie – werk van de duivel?’ stelt Issing dat “de keuze tussen zegen en vloek” die papiergeld biedt, “in handen van de mensheid ligt”.

Voormalig ECB-president Jean-Claude Trichet is het daarmee eens. In een ander essay prijst hij Goethes debat dat de schrijver zijn leven lang voerde, over de tweeslachtige aard van papiergeld, dat “het beste en het slechtste in de economie naar boven brengt.”

Bang voor excessen en overdaad

Volgens professor Hans Christoph Binswanger, schrijver van de Faust-studie Geld en Magie, zag Goethe papiergeld als “de voortzetting van alchemie met andere middelen”. Professor Binswanger beweert dat het omzetten van papiergeld in werkelijke rijkdom Goethe verontrustte omdat dan alles “zou worden meegesleept in het smeulende proces van de wereldproductie”.

De schijnbaar magische moderne alchemie kent een profane prijs, het transformeert de wereld tot nietigheid,” voegt hij daaraan toe.

Goethes angst duikt opnieuw op in het wijdverbreide Duitse standpunt dat de eurozonecrisis het destructieve resultaat is van ongecontroleerd, zorgeloos lenen door bedrijven die de natuurlijke grenzen van hun financiën weigeren te accepteren. Economische neergang vormt daarmee een algemene dreiging die als een rode draad door Duitslands nationale trauma en nationale drama loopt.

Faust en Mefisto houden zich schuil onder de vleugels van de eurozonecrisis en kleuren Berlijns eisen voor pan-Europese fiscale discipline, en wakkeren in Duitsland het debat aan over de grenzen van economische groei. “Goethe zag dat geld, als het op de juiste manier gebruikt wordt, positieve kansen met zich meebrengt, zoals welvaart voor zijn familie”, zegt Dr. Vera Hierholzer, medecurator van Goethe en Geld. “Tegelijkertijd was hij net als velen uit zijn klasse bang voor de gevolgen van excessen en overdaad, voor het altijd streven naar meer. Het is, ook tegenwoordig nog, een erg Duitse gedachte om grenzen te stellen en zaken binnen deze grenzen proberen te beheren.”

Het debat over monetaire zelfbeheersing overstijgt het belang van Goethes Duitsland, vooral voor de crisislanden die niet kunnen wachten het trojka-juk af te schudden en “terug te keren naar de markten”. Interessant genoeg werd een aantal van Ierlands laatste veilingen van staatsobligaties voorgezeten door wijlen Brian Lenihan in het kolossale hotel Frankfurter Hof, dat halverwege de ECB-toren en het Goethe Haus ligt.

Als zij hun economische soevereiniteit weer terughebben, is het aan Ierland om te besluiten wat hun volgende stap zal zijn. In de richting van het Goethe Haus, zorgvuldig omspringend met de beperkte financiële middelen die ze hebben, of terug naar het vijfsterrenhotel Frankfurter Hof voor dure ontbijtsessies met banken die hun graag meer Mefistogeld zullen lenen.

Vertaald uit het Engels door Ingeborg Gonizzi

Factual or translation error? Tell us.