Voeding: Prijsvechters hebben hun grens bereikt

14 februari 2013 – Financial Times (Londen)

Het vervangen van rund- door paardenvlees is een spectaculair teken dat pogingen om de prijzen zo laag mogelijk te houden nu hun grens hebben bereikt, schrijft een columnist van de Financial Times. excerpts.

Sinds Sweeney Todd heeft er nooit meer zoveel onzekerheid bestaan over wat er precies in bewerkte vleesproducten zit. Dit keer zijn het niet de klanten van de duivelse Barbier van Fleet Street maar Roemeense paarden die tot lekkernijen worden verwerkt.

Aangezien paardenvlees magerder is dan rundvlees van lage kwaliteit en meer omega-3 vetzuren bevat, zou dit wel eens een zeldzaam geval van zwendelarij kunnen zijn waarvan voedsel gezonder wordt. Maar dan nog is het geen reclame voor de langgerekte toevoerketen waar supermarkten en restaurants hun verwerkte levensmiddelen vandaan halen. Als ze al paarden over het hoofd zagen, wat kan er dan nog meer naar binnen zijn gewandeld?

In het bovenste marktsegment, waar biologische slagers traceerbaarheid promoten en je bijna de naam weet van het dier dat je eet, zou het verwisselen van een koe door een paard ondenkbaar zijn. Maar in het goedkope segment, waar prijsprikkels en de toenemende vraag naar vlees in China en de opkomende economieën de dienst uitmaken, kunnen er vreemde zaken in de pan eindigen.

Klanten eisen lage prijzen

Dat kan niet eeuwig doorgaan. De Amerikaanse auto-industrie ging ooit op dezelfde manier om met toeleveranciers: die werden zo erg uitgeknepen dat producten er onder gingen lijden en de autofabrikanten failliet gingen. Het probleem is echter dat relaties met toeleveranciers worden aangeknoopt in een wereld waarin klanten lage prijzen eisen, en de voedselindustrie geen goed alternatief heeft.

In bepaalde opzichten bleek de concentratie van productie en distributie in de afgelopen decennia, waarbij de buurtwinkel vervangen is door supermarkten die door fabrikanten worden bevoorraad, gunstig uit te pakken voor de gemiddelde consument. Het gemiddelde kwaliteitsniveau is gestegen – aan de samenstelling van Britse worsten en vleespasteien uit de jaren zeventig denk je liever niet terug – en prijzen zijn onder druk gezet.

Vleesconsumptie China verviervoudigd sinds jaren 60

De reële prijzen voor levensmiddelen in winkels daalden in de twee decennia tot 2007. Niet alleen daalden de grondstoffenprijzen maar ook supermarkten konden op kosten besparen door in te kopen via leveranciersnetwerken – boeren, de voedselverwerkende industrie, en handelaren – die om iedere order moeten vechten.

Dit veranderde in 2007-08 met de eerste van een aantal schokgolven in de grondstoffenprijzen. Het Amerikaanse gebruik van landbouwproducten voor brandstof dreef de prijzen voor maïs, palmolie en koolzaadolie op, en op de markten werd de druk gevoeld van de groeiende vraag naar vlees vanuit de opkomende economieën. Zo is dinds de jaren zestig de vleesconsumptie per hoofd van de bevolking in China verviervoudigd.

De industrie bleef zitten met een lange, complexe, grensoverschrijdende toevoerketen die onder enorme druk stond. Laat de paarden maar binnenkomen… In dit geval blijkt Roemeens paardenvlees in lasagna met ‘rundvlees’ en andere producten, in Britse en Franse supermarkten terecht te zijn gekomen via een Cypriotische handelaar en een Franse distributeur.

Supermarkten sloten bewust hun ogen

Supermarkten roepen allemaal dat ze het verschrikkelijk vinden, en dat ze geen idee hebben hoe dit kon gebeuren. Maar ze sloten bewust hun ogen voor hun toevoerketens: ze wisten niets van de paarden omdat ze ook al niet veel over de koeien wisten. Zij geven de schuld aan hun directe leveranciers, die de bal weer doorspelen aan hun leveranciers, enz.

“Detailhandelaren hebben niet veel informatie en de relaties zijn puur zakelijk”, vertelt Sion Roberts, senior partner bij consultancykantoor European Food and Farming Partnerships. “Een leverancier kan onder zware financiële druk staan zonder dat zij daar weet van hebben.” Bovendien wilden ze niets weten, aangezien supermarkten, samen met biowetenschappelijke bedrijven die zaden en kunstmest produceren, de enige bedrijven zijn die hun marges in de afgelopen paar jaar konden handhaven. De pijn zit in het midden, bij de voedselverwerkende industrie en de boeren.

“Boeren zijn prijsnemers met weinig macht op de markt,” zegt Justin Sherrard, global strategist bij de Rabobank die vindt dat voedingsmiddelenleveranciers sterkere banden met elkaar moeten aangaan. “Je komt niet verder dan een bepaald punt als je je toeleveranciers steeds maar blijft uitknijpen.”

Lokale handel zet niet aan tot kwaliteitsverbetering

Het verwisselen van paardenvlees voor rundvlees is het overduidelijke signaal dat deze limiet is bereikt. Hoewel er zich maar weinig mensen zorgen lijken te maken over het feit dat ze paard hebben gegeten, waar overigens ook geen reden toe is, hebben vrome joden en moslims natuurlijk het volste recht om verontwaardigd te zijn wanneer er varkensvlees met rundvlees vermengd zou zijn.

Lokale handel in landbouwproducten, waarvoor vaak aanbestedingen worden uitgeschreven op elektronische platforms, is een zeer efficiënte manier van kostenbesparing. Maar het zet geenszins aan tot kwaliteitsverbetering of hogere opbrengsten, en het maakt het voor leveranciers en boeren lastig om langetermijninvesteringen te doen. Zij hebben constant te lijden onder prijsinstabiliteit terwijl ze hun orders bij elkaar proberen te scharrelen.

De Amerikaanse auto-industrie zat in deze val voordat de crisis in 2008 uitbrak en Chrysler en General Motors failliet gingen. Toen dwongen de autofabrikanten hun toeleveranciers constant om hun prijzen te verlagen om hun eigen kosten terug te kunnen dringen, maar het eindigde ermee dat ze slechte auto’s van goedkoop moesten verkopen.

Japanse autofabrikanten zoals Toyota en Honda daarentegen onderhielden met hun toeleverancier meer op samenwerking en lange termijngerichte relaties, waarbij de nadruk op innovatie en kwaliteit lag in plaats van bodemprijzen. De Amerikaanse bedrijven konden uiteindelijk niets anders doen dan hun voorbeeld volgen.

Betalen voor traceerbaarheid is een luxe

Het is moeilijk om uit de vicieuze cirkel van kostenbesparing en kwaliteitsachteruitgang te stappen en over te gaan op een keten van samenwerking en innovatie, vooral wanneer er weinig geld is. Sommige klanten willen wel betalen voor traceerbaarheid en directe afname bij geselecteerde boerderijen, maar voor de meesten is dat een luxe.

Toch is verandering mogelijk, zelfs voor massaproducten. Het imago van McDonald’s raakte in 2003 beschadigd door de onthullingen over de verwerking van vlees van mindere kwaliteit in Eric Schlosser’s boek Fast Food Nation. De restaurantketen koopt nu al het rundvlees voor zijn Britse vestigingen direct bij 17.500 boerderijen in Ierland en het Verenigd Koninkrijk, en gebruikt daarvoor langlopende contracten. Veel andere voedselverwerkende bedrijven treffen nu vergelijkbare maatregelen.

Gezien het reputatierisico dat supermarkten en andere restaurantketens lopen door aan dergelijke zaken onvoldoende aandacht te besteden – of hun vlees in te kopen bij de eerste de beste leverancier die dat voordelig aanbiedt – lijkt dat een uitstekende investering.

Factual or translation error? Tell us.