Duurzame energie: De kostbare groene revolutie

Windenergie, een van de alternatieven voor fossiele brandstoffen.
Windenergie, een van de alternatieven voor fossiele brandstoffen.
24 september 2010 – Der Spiegel (Hamburg)

Bondskanselier Angela Merkel heeft een moedige en ambitieuze visie gepresenteerd op de omschakeling van Duitsland op duurzame energie. Maar ze zweeg daarbij over de risico’s en de enorme kosten die met een groene revolutie gepaard gaan, zowel voor Duitsland als voor heel Europa.

De Duitse droom van een energierevolutie is al enigszins uitgekomen in het stadje Morbach, gelegen in de beboste heuvels in het zuidwesten van de Hundsrück. Morbach is in het trotse bezit van veertien windturbines, vierduizend vierkante meter zonnepanelen en een biogascentrale, allemaal gevestigd op het terrein van een voormalige militaire basis die tegen een heuvel boven het stadje ligt. In totaal leveren deze alternatieve energiebronnen drie keer meer stroom dan de stad met zijn elfduizend inwoners nodig heeft.

Politici en bedrijfsdirecteuren van over de hele wereld hebben het terrein intussen bezocht. Morbach heeft daarmee al bereikt wat bondskanselier Merkel nu van plan is voor heel Duitsland. Ze wil Duitsland in slechts veertig jaar tijd naar het niveau van Morbach tillen. Dan moet de grootste economie van Europa voldoen aan de meeste eisen op het gebied van energiewinning uit zon, wind, biomassa en water. Door het gebruik van de onuitputtelijke energievoorraden ter land en ter zee aan te moedigen zou niet alleen de strijd tegen de opwarming van de aarde worden gesteund, maar daarmee zou tevens een einde komen aan de afhankelijkheid van olie uit Arabische landen, aan de vrees voor ongelukken in kerncentrales en aan de afhankelijkheid van de grillen van Russische gasleveranciers.

De Duitse regering heeft deze moedige groene visie eerder deze maand vastgelegd in een concept energieplan. Ze wil het aandeel van duurzame energie van de huidige zestien procent laten stijgen tot tachtig procent in 2050.

Geen woord over feitelijke kosten

Dit Duitse concept betekent het einde van een energiesysteem dat de afgelopen twee eeuwen bijna uitsluitend was gebaseerd op fossiele brandstoffen, te weten kolen, olie en gas. Daarom blijft bondskanselier Merkel hameren op de omvang van de revolutie waar Duitsland voor staat. Maar ze zwijgt over de enorme kosten die ermee gepaard gaan.

Om te beginnen moeten er nieuwe elektriciteitsnetten worden aangelegd om de groeiende hoeveelheden windenergie vanuit Noord-Europa en zonne-energie vanuit Zuid-Europa te transporteren. De energiebranche schat dat het aanleggen van deze stroomsnelwegen – de leidingen, de verdeelstations en de transformators – de komende tien jaar circa veertig miljard euro (53 miljard dollar) zullen gaan kosten.

Strategen van het grootste energiebedrijf in Duitsland, RWE, gaan in een interne studie ervan uit dat Europa het ontzagwekkende bedrag van zo’n drie biljoen euro (vier biljoen dollar) aan investeringen nodig heeft om de energieproductie over te laten schakelen op groene energie. Daar zijn dan nog niet eens de noodzakelijke kosten voor netwerken en opslag bij inbegrepen. Als Duitsland volledig in zijn eigen energieproductie zou gaan voorzien, zou de prijs voor stroomproductie de komende 25 jaar wel eens razendsnel kunnen stijgen, van de huidige 6,5 eurocent tot 23,5 eurocent per kilowattuur in het slechtst denkbare scenario.

Het is onmogelijk om over een tijdsbestek van veertig jaar nauwkeurige voorspellingen te doen over de kosten van de groene revolutie. Bovendien houden de meeste scenario’s geen rekening met de problemen die zich zouden kunnen voordoen als gevolg van complexe procedures voor het verkrijgen van vergunningen, juridische geschillen en protestacties van burgers. Toch kunnen er zes belangrijke factoren worden onderscheiden die kunnen helpen bepalen of een duurzaam energiesysteem betrouwbaar kan werken en met welke bedragen er dan rekening dient te worden gehouden.

1. Subsidies voor zonne-energie Deze jonge tak binnen de energiesector mag zich in een ongelofelijke bloei verheugen, maar heeft daar wel een hoge prijs voor moeten betalen. Exploitanten van zonnepanelen ontvangen een vaste vergoeding voor elke kilowattuur stroom die ze produceren. Dat tarief ligt ruim boven de gemiddelde marktprijs voor stroom en is voor meer dan twintig jaar gegarandeerd. De afgelopen tien jaar is in totaal tussen de zestig en tachtig miljard euro uitbetaald aan subsidie. De opbrengst is in vergelijking echter nogal bescheiden. Zonne-energie dekt slechts 1,1 procent van de Duitse vraag naar stroom.

2. € 75 miljard voor windparken op volle zee De uitbreiding van windenergie is weliswaar succesvol, maar nadert zijn grenzen. Er kunnen niet nog meer geschikte locaties op land worden gevonden. De sector stuit op problemen bij het verkrijgen van toestemming voor de bouw van nieuwe turbines, die in vele gevallen twee keer zo hoog zijn als de oude.

Als gevolg daarvan gaan deze bedrijven hun heil op volle zee zoeken, waar de wind weliswaar bestendiger waait, maar de bouwkosten ook een flink stuk hoger uitvallen. Volgens schattingen in het concept energieplan van de Duitse regering gaat de uitbreiding van windparken op volle zee tot 2030 75 miljard euro (100 miljard dollar) kosten, met daarbij de opmerking dat de investeringsrisico's "moeilijk te calculeren" zijn.

3. Stroomsnelwegen dwars door Europa

Maar met de bouw van windparken zijn we er nog niet. Voor het transport van windenergie naar gebieden ten zuiden van de Noordzee moeten immers ook elektriciteitsnetten worden aangelegd. De uitbreiding van het elektriciteitsnet, de derde kostenfactor, gaat een belangrijke rol spelen in het energiesysteem van de toekomst. De Europese Commissie verwacht dat investeringen in het elektriciteitsnet meer dan vijfhonderd miljard euro (668 miljard dollar) zullen vergen. Voor het Seatec-project moet circa zesduizend kilometer elektriciteitskabel onder water worden aangelegd en dat gaat naar verwachting dertig miljard euro (veertig miljard dollar) kosten. Verder moet er nog eens vijftig miljard euro worden geïnvesteerd in het zuiden van Europa, om de stroom die afkomstig is van zonne-energieproject Desertec aan het Europese net te koppelen. De bedoeling is om Europa te voorzien van een slim energienet dat in staat is om stroom op een intelligente manier te verdelen.

4. Noorwegen als groene accu voor Europa?

Het kost energiebedrijven nu al moeite om de productie van kolengestookte centrales en kerncentrales tijdig terug te schakelen, om te voorkomen dat het systeem overbelast raakt. Ingenieurs klagen dat dergelijke problemen steeds vaker optreden.

Spaarbekkencentrales worden beschouwd als de beste oplossing voor dit probleem, vanwege hun hoge rendement (tot wel tachtig procent). Het principe is eenvoudig: bij een overschot aan stroom wordt water in de bekkens gepompt, die een paar honderd meter hoger zijn gelegen. Als er vraag is naar stroom, laat men het water via leidingen weer naar beneden stromen. Daarbij worden turbines aangedreven.

Duitsland heeft, vanwege zijn topografie en de bevolkingsdichtheid in het land, echter maar beperkte mogelijkheden voor uitbreiding van deze opslagcapaciteit. Vandaar dat de hoop is gevestigd op Noord-Europa en dan vooral op Noorwegen. Helaas lopen er ook nog geen elektriciteitsleidingen naar Midden-Europa. Er moeten dus nog vele miljarden worden geïnvesteerd om Noorwegen uit te laten groeien tot groene accu van Europa.

5. Hausse in biomassa doet prijzen de hoogte in schieten

Aangezien consumenten tegenwoordig tarwe of maïs willen kunnen gebruiken om te eten en om te tanken, is er in Duitsland inmiddels al twee miljoen hectare landbouwgrond van in totaal twaalf miljoen hectare opgeofferd aan energiegewassen: biogas uit maïs, benzine uit rogge en diesel uit koolzaad. De regering verwacht een gigantische toename (van wel dertien tot zeventien keer) van het gebruik van biomassa tot 2050. Op basis van de huidige technologie zouden agrariërs dan vele miljoenen hectare land moeten gaan gebruiken voor de productie van energie en dat zou monoculturen van maïs of koolzaad tot gevolg hebben. Vanuit Azië en Latijns-Amerika zou dan nog meer biomassa moeten worden geïmporteerd. In die regio’s worden op gerooide regenwouden vaak palmbomen aangeplant voor de winning van palmolie, die tegen dumpprijzen wordt verkocht. Dat heeft natuurlijk bar weinig te maken met duurzaamheid.

6. Veel geld nodig om geld te besparen

Als Duitsers werkelijk af willen van kolen- en gasgestookte energiecentrales en kerncentrales willen uitbannen, zullen ze zich moeten neerleggen bij het feit dat die ommezwaai veel geld gaat kosten. Bovendien zullen ze de weerstand van de grote energiebedrijven moeten doorbreken, die in het geheim bezig zijn de omschakeling te blokkeren.

Industriebedrijven, en dan vooral de energieverslindende bedrijven in de zware industrie zoals productiebedrijven van staal, beton en aluminium, doen ook pogingen om de omschakeling te vertragen. De industrie verbruikt een kwart van de Duitse vraag naar stroom en gas.

De zware industrie in Duitsland is een krachtige lobby, aangezien de sector 875.000 mensen in dienst heeft. Topman Jürgen Hambrecht van het Duitse chemieconcern BASF vreest voor een “geleidelijk verlies aan industrialisering in Duitsland.” Bedrijven dreigen nu al om hun volgende fabriek in het buitenland te gaan bouwen, waar energiekosten lager zijn en de milieueisen minder streng.

Iedere euro uitgegeven aan zonne-energie is een investering

Wie durft te beweren dat het geen zin heeft om de traditionele zware industrie op te offeren om de weg vrij te maken voor nieuwe, moderne bedrijven?

Iedere euro die wordt uitgegeven aan zonne-energie, windenergie en energie uit biomassa is een investering waarvan niet alleen grote bedrijven als Siemens kunnen profiteren, maar juist ook kleinere ondernemingen.

Lokale overheden willen niet langer afhankelijk zijn van de grote energieleveranciers en investeren in duurzame energie en kleine blokverwarmingcentrales, die stroom en warmte leveren aan verbruikers in de buurt, zoals scholen. Regionale bedrijven zijn dus allang stilletjes bezig met de groene revolutie en beginnen daarbij van onderaf.

De omschakeling qua energievoorzieningen hoeft zich niet te beperken tot transcontinentale elektriciteitsnetten, grote spaarbekkens in de bergen en windparken langs de kusten. De regering heeft in haar concept energieplan onvoldoende rekening gehouden met deze stelregel.

Het moge duidelijk zijn dat de groene revolutie met enorme kosten gepaard gaat. Aan de regering dus de taak om te zorgen dat de kosten niet uit de hand gaan lopen. Toch zou het nog wel eens flink veel duurder kunnen uitpakken om de noodzakelijke investeringen niet te doen, omdat Duitsland dan juist nog afhankelijker zou worden van de import van grondstoffen en gevoeliger voor de gevolgen van de klimaatveranderingen

Niet het laatste plan

Of het algemene plan van bondskanselier Merkel in zijn huidige vorm zal worden verwezenlijkt, is onzeker, vooral omdat het energiebeleid tegenwoordig op EU-niveau wordt bepaald, in Brussel dus. Europees commissaris voor Energie, Günther Oettinger, komt in februari volgend jaar met een nieuwe nota, waarin hij wil laten zien hoe de Europese energiemarkten verder naar elkaar toe kunnen groeien. De nota zal voorstellen bevatten voor de locaties van elektriciteitsnetten en over de wijze waarop de voornaamste verschillen in nationale subsidies voor groene stroom kunnen worden weggewerkt.

Intussen is het wel duidelijk dat het Duitse concept energieplan niet het laatste zal zijn. Er wordt gewerkt aan een nieuw concept, hoewel niet noodzakelijkerwijs van de hand van bondskanselier Merkel.

Met medewerking van Kim Bode, Frank Dohmen, Alexander Jung, Kirsten Krumrey en Christian Schwägerl.

Factual or translation error? Tell us.