Energie: Olie op de Noordzee wacht op afnemers

Olietankers gooien het anker uit voor de haven van Rotterdam. Foto: F.d.W.
Olietankers gooien het anker uit voor de haven van Rotterdam. Foto: F.d.W.
24 Juni 2009 – La Stampa (Turijn)

Door de crisis is de vraag naar olie afgenomen, maar toch blijft de olieprijs stijgen. Bij de haven van Rotterdam liggen overvolle olietankers op zee te wachten totdat de oliebaronnen besluiten dat het juiste moment gekomen is op de olie verkopen.

Ieder onbeweeglijk puntje dat bij helder weer ter hoogte van Rotterdam op zee te zien is, kan tot 5 miljoen auto’s met een gemiddelde cylinderinhoud van brandstof voorzien. Deze puntjes zijn supertankers met ieder een lading van 2 miljoen vaten. Op 19 juni lagen er acht voor de grootste Europese haven. Binnen een uur hadden ze kunnen aanleggen, maar alle kapiteins hadden het bevel ontvangen buiten de haven voor anker te gaan. De kades staan vol, evenals de opslagtanks. En de huidige koers van een vat is niet uitnodigend voor de verkoop.

Beleggingsanalisten hebben het bij het beschrijven van deze bijzondere conjunctuur over ‘contango’: de contante prijs of ‘spot’ van goederen (betaald bij daadwerkelijke levering) is lager dan de prijs van een termijncontract (verkregen bij betaling nu van een vat met het oog op toekomstige levering). De omgekeerde situatie komt vaker voor, want de markt beloont in het algemeen kopers die zich verplichten vooraf te betalen.

In deze contango-situatie hebben de schepen er geen enkel belang bij hun lading te lossen. De Nederlanders hebben zich erbij neergelegd, ook al omdat de opslagtanks aan wal boordevol zitten. Normaliter kunnen deze tanks tot 12,8 miljoen kubieke meter olie bevatten, het equivalent van 80 miljoen vaten. Met deze hoeveelheid, zo leggen de havenarbeiders uit, kunnen de zevenentwintig staten van de EU vijf dagen lang worden bevoorraad. De olietankers proberen dus hun voorraad vast te houden om niet met verlies te hoeven verkopen. De op- en overslagbedrijven, zoals Eurotank en Oiltanking, varen hier wel bij en aarzelen niet om soms buitensporige bedragen te vragen.

Afgelopen februari was de termijnprijs van het vat 8 dollar hoger dan de spotprijs. Nu is dat ongeveer één dollar. Deze tendens is hoofdzakelijk te wijten aan de daling van de vraag, economische crisis verplicht. Ondertussen is de richtprijs van het vat gestegen tot 70 dollar, bijna 90% hoger dan in januari. Volgens de Italiaanse Unione Petrolifera, verbergt deze stijging de opleving van de belangen van de operators die vertrouwen op een toename in de nabije toekomst van de vraag naar energie. De meeste analisten veronderstellen dat de prijs voor ruwe aardolie licht zal stijgen. De koers per vat kan natuurlijk dalen en daarmee de benzine- en dieselprijs (met een vat olie kan 100 liter worden geproduceerd). Maar dan moeten de olietankers eerst stoppen met het trekken van voordeel van hun huidige lading. De werkelijkheid is heel anders. Iedere supertanker die op zee het anker neerlaat, is een mogelijkheid om de omhoogvliegende prijs aan de pomp te doen dalen.

In deze eerste zomerdagen vaart Europa dus in een zee van zwart goud. Volgens het Internationaal Energieagentschap dreven er in mei jongstleden tussen de 100 en 150 miljoen vaten in volle zee. In Rotterdam wordt bevestigd dat er vorige week 28 olietankers langs de Nederlandse kust voeren, waarvan driekwart geladen was.

Hoewel de op zee opgeslagen olie 85 miljoen vaten telt, zoals het geval was in maart, is iedereen in de haven aan de Nieuwe Maas het erover eens dat het ‘contango-effect’ nooit zo zichtbaar was. Olietankers willen niet verkopen; operators kopen alle beschikbare olie op de spotmarkt op, verkopen met termijncontracten en maken grote winsten; en de ruwe olie gaat niet naar de raffinaderij. Als de situatie weer normaal wordt, dan wordt de olie weer op de markt gebracht en zullen de prijzen ten slotte dalen. De supertankers zijn dan achter de Nederlandse horizon verdwenen.

Factual or translation error? Tell us.