Minderheden: Een week als zigeuner

De journalist als een jonge zigeuner
De journalist als een jonge zigeuner
10 november 2010 – Adevǎrul (Boekarest)

Hoe leven Roma in het land waar zij het talrijkst zijn? Om daar achter te komen, heeft een journalist van Adevărul zich voorgedaan als een van hen. Hij ervoer geen discriminatie maar een soort algemene minachting.

Nooit eerder waren zigeuners zo aanwezig in het publieke debat. Achtduizend Roemeense zigeuners zijn dit jaar Frankrijk uitgezet, maar de helft is alweer teruggekeerd. Hoe groot is de kans dat je als zigeuner in Roemenië wordt geaccepteerd? Ik heb dat aan den lijve ondervonden door mij een week lang als zigeuner te kleden: hoed, kleurig overhemd, leren jasje en fluwelen broek. Ik heb mijn snor laten staan en mijn gebruinde huid heb ik aan Onze-Lieve-Heer te danken.

Ik ben begonnen op het Universiteitsplein [in Boekarest]. Daar waren dronken studenten die de spot met mij dreven en alom bekende woorden uit de zigeunertaal naar mij riepen: "mucles" (houd je bek!), "bahtalo" (succes!), "sokeres" (hoe gaat het?). Een grote blonde man zette eerst mij op de foto en vervolgens de flessen die op het trottoir stonden, de honden en de bedelaars. In Scandinavië zal die foto van mij waarschijnlijk in de map "Vuilnis in Boekarest" van zijn computer terechtkomen.

Zolang er geld is, ben ik welkom

Later op de avond heb ik een toneelstuk in de Nationale Schouwburg bijgewoond. De mensen die bij mij in de buurt zaten, waren niet enthousiast over mijn aanwezigheid, maar zeiden niets. Opnieuw hoorde ik enkele jongeren honend lachen. Je zou zeggen dat zij zich het gemeenst en kwaadaardigst tegenover zigeuners gedragen. En ze lachen je altijd achter je rug om uit. Misschien doen hun blikken zelfs meer pijn dan het boze oog van Nicolas Sarkozy, de Franse president. Wij hebben hier campagnes voor de integratie en alfabetisering van zigeuners, maar geen campagne om te voorkomen dat mensen een gebochelde zigeuner op straat uitlachen.

Je kunt het noemen wat je wilt, discriminatie is het niet. Niemand heeft me een café of restaurant uitgegooid. Zolang ze mijn geld konden incasseren, ontvingen ze me met open armen. Niet zozeer de zigeuners zijn slachtoffer van discriminatie in Roemenië, maar de armen.

Wij willen dat zigeuners lekker ruiken en van kunst houden. Geen enkele werkgever wil echter een zigeuner in zijn buurt. En zonder geld vervalt een zigeuner tot armoede of grijpt hij naar onconventionele middelen om aan geld te komen. Ik heb het langs de conventionele weg geprobeerd en ben op zoek gegaan naar een baan. Ik heb in de krant gekeken naar advertenties waarin een ongeschoold arbeider of autowasser werd gevraagd of iemand die auto's demonteert.

Aan de telefoon zei men dat er nog plaats was. Eenmaal bij de werkgevers aangekomen, joegen sommigen me weg zonder hun beweegredenen te verhullen: "Wegwezen, zigeuner!" Anderen waren geniepiger in hun afwijzing: "Op dit moment nemen we geen mensen meer aan!" Zelfs bij de gemeentelijke reinigingsdienst kreeg ik nul op het rekest. Het meisje van personeelszaken keek mij van onder haar bril aan en zei: "Wij nemen geen mensen in dienst. Dat hebben we nog nooit gedaan". Dat betekent ongetwijfeld dat de werklieden die op de binnenplaats rondliepen, het beroep van vader op zoon overerven.

Ik dacht dat er solidariteit bestond, zo niet tussen mensen, maar dan toch ten minste tussen automobilisten. In een buitenwijk van Boekarest kreeg ik een lekke band, waarbij enige opzet van mijn kant in het spel was. Drie uur heb ik langs de weg gestaan en handgebaren gemaakt naar passerende auto's. Bij sommige bestuurders kon ik de verwensingen van hun lippen aflezen, anderen toeterden glimlachend en er was zelfs iemand die deed alsof hij mij wilde overrijden. Ik was volkomen alleen; honderden mensen reden langs me heen zonder te helpen. Toen begreep ik waarom zigeuners zich in een groep verplaatsen. Als ze alleen blijven, overleven ze dat niet!

Uiteindelijk stopte er een oude Skoda Octavia. Een ongelukkig uitziende man van ongeveer vijftig jaar, gekleed in een vuile overall, stapte uit. In de twee minuten die hij nodig had om de band te verwisselen, opende hij zijn hart voor mij: "Ik zag je twee uur geleden al, toen je me wenkte. Ik keek naar je in mijn achteruitkijkspiegel en het speet me dat ik niet was gestopt. Ik zei tegen mezelf dat ik zou stoppen als je er op de terugweg nog steeds zou staan. En, heb ik een goede daad verricht of niet?" Ik antwoordde hem met gebogen hoofd: "Ja, mijnheer".

Herboren

Op de weg terug naar het centrum van Boekarest stopte ik bij een benzinestation om te tanken. Een medewerkster kwam enigszins paniekerig naar buiten lopen en vroeg me: "Heb jij bij pomp 5 getankt?" Nee, ik had bij pomp 4 getankt. Bij pomp 5 hadden zigeuners getankt die een auto hadden met een gele kentekenplaat [een tijdelijke kentekenplaat voor auto's die in Duitsland waren gekocht; zulke auto's waren moeilijk zo niet onmogelijk op te sporen].

Ik vernam dat zij hun tank hadden volgegooid en vergeten waren te betalen. Ik maakte mezelf wijs dat het journalisten betrof die op hetzelfde originele idee waren gekomen als ik. Dit artikel eindigt op enkele passen van de plek waar het begon, het Universiteitsplein. Daarmee is als het ware de cirkel rond. Ik geloof niet dat ik iets heb bereikt of een oplossing voor het Roma-probleem heb aangedragen.

Wat verlangt de samenleving van hen? Na zeven dagen als zigeuner te zijn behandeld, durf ik te zeggen dat het antwoord staat te lezen op een oud huis waarop een godsdienstfanaat een Bijbelvers heeft geschreven: Johannes 3:7 – "Jezus zegt: Jullie moeten opnieuw geboren worden". En dat is zeker niet als metafoor bedoeld.

Factual or translation error? Tell us.