Midden-Europa: Nostalgie naar de strenge hand

16 september 2013
Hospodářské noviny Praag

Na de val van het communisme werden de Midden-Europese landen zowel op economisch als op politiek gebied fervent aanhanger van het liberalisme. Maar nu keren zij zich af van deze ideologie die destijds vergezeld ging met de terugkeer van de democratie.

Is het nu wel of niet het einde van de crisis? Manen de huidige ontwikkelingen in de economieën in Midden-Europa tot optimisme of tot voorzichtigheid? Noch de economen noch de politieke leiders, en nog minder de ondernemers, hebben daar een duidelijk antwoord op weten te geven tijdens het jaarlijkse Economische Forum dat van 3 tot en met 5 september 2013 in Krynica Zdrój, in het zuiden van Polen, plaatsvond.

Maar wat nieuw is, en dat is nu zonder twijfel opvallender dan ooit, is hoe afhankelijk de economieën in Midden-Europa zijn van de beslissingen, stemmingen en stellingnames van de politici. Na meer dan twintig jaar van opbouw van een vrije en kapitalistische markt zou je verwachten dat het bedrijfsleven onafhankelijk zou zijn van de politieke kring en de bijbehorende leiders.

Poolse paradox

Als je kijkt naar de verhoudingen tussen de politiek en de economie, dan vormt Polen een tamelijk paradoxaal geval. De harde hervormingen aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw hebben geleid tot een marktomgeving die veel concurrerender is dan het ‘bancaire socialisme’ dat door de voormalig minister van Financiën en ex-president Václav Klaus werd geïntroduceerd in Tsjechië. Maar dat heeft de Poolse staat er niet van weerhouden ook heden ten dage grote invloed uit te oefenen op bepaalde bedrijven.

Hoewel veel van deze ondernemingen genoteerd staan aan de Beurs van Warschau, is de overheid de grootste aandeelhouder. En dat leidt tot interessante praktijken waarin machtsinvloed en geldstromen verweven zijn, een fenomeen dat de Tsjechen alleen in het geval van energiebedrijf ČEZ kennen.

Via deze ondernemingen beïnvloedt de regering de economie

Polen kent tientallen bedrijven zoals ČEZ. Via deze ondernemingen beïnvloedt de regering de economie. Zo kan het werkgelegenheidscijfer hoog worden gehouden, vooral dankzij de mijnen en de wapenindustrie, en kan indien nodig de begroting naar wens worden aangepast.

Het economische liberalisme staat eenzelfde lot te wachten als zijn politieke alter ego, dat de afgelopen jaren terrein heeft verloren in Midden-Europa. In Krynica hebben de zakenmensen bezworen dat zij degenen zijn die de richting van de economische ontwikkeling bepalen. Maar het afgelopen jaar is de hoeveelheid regels en de overheidsbemoeienis enorm toegenomen.

Neem het onvoorspelbare economische beleid van de regering van Viktor Orbán in Hongarije. Die heeft de belastingen en de lasten voor bedrijven verhoogd en verschillende grote ondernemingen aangekocht. In Polen is het aanvankelijke privatiseringsplan van de Poolse premier Donald Tusk stopgezet en door nieuwe wetgeving begin dit jaar zijn er in Slowakije praktisch geen nieuwe banen meer bijgekomen.

Gelukkig niet dezelfde energie als Orbán

In Tsjechische debatten weerklinkt vaak het idee dat de kiezers zijn 'beroofd' van hun staat. In Polen, Slowakije en Hongarije daarentegen wordt de invloedssfeer van de staat steeds groter. De politieke leiders die vinden dat een sterke staat een belangrijke voorwaarde is voor het verwezenlijken van hun doelen, en zonder twijfel ook van hun dromen, zijn de leiders met de meeste macht en invloed.

De Tsjechische president, Miloš Zeman, probeert nu een beetje om hetzelfde in zijn land voor elkaar te krijgen. Gelukkig heeft hij niet dezelfde energie als Viktor Orbán en hebben de Tsjechen ook niet zo’n sterke band met de geschiedenis als de Polen waar een negatief programma als dat van de conservatieve oud-premier Jaroslaw Kaczynski kon worden opgesteld.

En dan hebben we nog het geluk dat in Tsjechië de invloed van het bedrijfsleven niet zo groot is als in Slowakije waar de partij Smě van voormalige premier Robert Fico in werkelijkheid een bv is die bestaat uit verschillende belangengroeperingen.

De crisis heeft de Europese liberale democratie ernstig geschaard omdat de politieke leiders niet in staat zijn geweest met de juiste antwoorden te komen. En de niet-liberalen hebben geprobeerd de politieke leegte die de liberalen hebben achtergelaten, op te vullen.

Het is alsof de kiezers, vermoeid door het politieke beleid en de corruptie, na 23 jaar van liberale experimenten er genoeg van hebben en verlangen naar een sterke staat, die bijna alle aspecten van hun leven overneemt. Het lijkt erop dat uiteindelijk de liberale democratie in Midden-Europa het grootste slachtoffer van de crisis is geworden. Rest de vraag of de geliberaliseerde economie hetzelfde lot te wachten staat.

Factual or translation error? Tell us.