Eurozone: Europees sociaal overlegmodel ingetoomd

7 februari 2011
El País Madrid

Nicolas Sarkozy : "En de landen die de broekriem niet willen aanhalen?" - Angela Merkel : "Die zullen we een toontje lager laten zingen!"
Nicolas Sarkozy : "En de landen die de broekriem niet willen aanhalen?" - Angela Merkel : "Die zullen we een toontje lager laten zingen!"

Het door Angela Merkel en Nicolas Sarkozy gepresenteerde concurrentiepact om uit de crisis te komen is ambitieus, maar vormt een gevaar voor de sociale tradities die in de meeste Europese landen in zwang zijn, waarschuwt het Spaanse dagblad El País.

Tijdens de recente Europese Raad, die op 4 februari is gehouden, werd de doos van Pandora geopend. Op voorstel van Angela Merkel (met steun van een volgzame Sarkozy) ligt er nu een concurrentiepact voor de eurozone op tafel, dat een tegenwicht moet vormen voor de uitbreiding en de soepelere toepassing van het reddingsfonds voor landen die in financiële problemen verkeren. Hiermee wordt een stap gezet die verder gaat dan de Economische en Monetaire Unie en waarmee de fameuze "economische regering" in zicht komt, waar iedereen naar verlangt.

Kernpunten waartoe het pact oproept zijn: een verbod op de inflatiecorrectie van de lonen [die nog altijd in verscheidene eurolanden wordt toegepast] en in plaats daarvan een koppeling tussen salaris en productiviteit; een bij wet vastgelegd maximum voor het tekort en de schuld van de overheid; harmonisatie van de pensioenleeftijd; dezelfde berekeningsgrondslag voor de vennootschapsbelasting; een gemeenschappelijke reddingsstrategie voor banken die in moeilijkheden verkeren; en wederzijdse erkenning van diploma´s en opleidingsprogramma´s.

Conservatieve weg naar rechts

Er zijn evenwel meerdere wegen die naar een Europees economisch bestuur leiden. De weg die nu gekozen is, weerspiegelt de conservatieve geest van het merendeel van de Europese leiders. In Duitsland en Frankrijk hebben rechtse bewindvoerders en politieke leiders het voor het zeggen. Ook de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, en de voorzitter van de Commissie, José Manuel Durão Barroso, kunnen rechts op het politieke spectrum worden gesitueerd, en dan hebben we het nog niet eens over de president van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet. Dit zijn degenen die momenteel deze koers uitstippelen om uit de crisis te komen en die de toekomst van de Unie bepalen.

Het concurrentiepact is nog niet goedgekeurd en kan nog rijpen, voordat er in maart een volgende Europese Raad plaatsvindt. We weten dat de meningen verdeeld zijn over de methode en de inhoud van het pact. Of het zal worden goedgekeurd, hangt af van de ministers van Economie van de eurozone. Dit heeft tot protesten geleid van de Europese Commissie, die zich hierdoor buitenspel gezet voelt: want waar dient de Commissie eigenlijk nog voor, als zij bij zo´n belangrijke hervorming gepasseerd wordt?

Wat de inhoud van het plan betreft, vragen diverse landen en economische en sociale actoren zich af wat er van het Europees sociaal overlegmodel zal overblijven, als bijvoorbeeld de lonen of het pensioen van bovenaf vastgesteld worden. Wat hebben sociale pacten, die zo nauw verweven zijn met de Europese cultuur, voortaan nog voor zin? Als de koppeling tussen de lonen en de prijsontwikkeling (d.w.z. de gerealiseerde, niet de verwachte prijsontwikkeling) in de cao´s wordt afgeschaft, dan is het afgelopen met de herzieningsclausule [die met name in Spanje geldt]. Deze clausule zorgt ervoor dat de ontwikkeling van de lonen gelijke tred houdt met de inflatie, waardoor het voortdurende verlies aan koopkracht wordt voorkomen, en garandeert ondernemingen dat zij gedekte verliezen vergoed krijgen.

Europa volhardt in onbuigzaamgheid

Terwijl Amerika zich pragmatisch opstelt, blijft Europa volharden in onbuigzaamheid. Hoe moet Europa toekomstige recessies te boven komen, als het tekort of de schuld van de overheid door de wet aan een maximum wordt gebonden? Door selectieve uitzonderingen toe te passen, afhankelijk van de macht van een bepaald land – zoals het geval was met Duitsland en Frankrijk toen deze landen vanaf 2001 (dus voordat de grote recessie toesloeg) vijf jaar op rij het criterium van het overheidstekort (3 procent van het bbp), dat is vastgelegd in het stabiliteits- en groeipact, overschreden. Of door te doen alsof er niets aan de hand was, toen landen als Italië vrolijk en stelselmatig het toegestane maximum voor de overheidsschuld (60 procent van het bbp) overschreden.

De grote recessie laat diepe sporen na, die ons laten zien dat het Europees sociaal model steeds enger wordt geïnterpreteerd. Een interpretatie waarbij bepaalde vragen handig worden omzeild, zoals: wie waren de hoofdschuldigen aan deze crisis, welke ideeën hebben de crisis in de hand gewerkt, en wie hebben als eersten geprofiteerd van de wanverhoudingen die men nu probeert te corrigeren. Verbijsterend.

Factual or translation error? Tell us.