Vluchtelingen reizend over de Balkanroute 1/5: Voor de muur van Viktor Orbán

3 september 2015
Osservatorio Balcani e Caucaso Transeuropa Rovereto

De grens tussen Hongarije en Servië, in de buurt van Kübekháza.
De grens tussen Hongarije en Servië, in de buurt van Kübekháza.

Deze reportage is de eerste van een reeks artikelen die in samenwerking met de onderzoekster Móni Bense is gemaakt in de buurt van Szeged, waar de grenzen van Hongarije, Servië en Roemenië samenkomen. Hier zal het beginpunt komen van het vier meter hoge hek dat vluchtelingen moet weerhouden de Europese Unie via Hongarije binnen te komen.

“Waar zijn we?”, vraagt een van hen.

“Ja, waar zijn we?”, dringt zijn vriend aan.

“Ze weten niet eens waar ze zijn!”, roept een ander verbaasd uit.

“Ik kom uit Syrië. Ik ben gevlucht voor Islamitische Staat.”

“Ik kom uit Irak, uit Koerdistan.”

“Waar zijn wij?” vraagt ietsje later een jonge Afghaanse van 12 jaar. Zij is gevlucht voor de Taliban en heeft een jaar in Turkije met haar moeder gewerkt. Nu zijn zij aan de poorten van Europa gearriveerd.

Ze zijn niet de enigen die niet weten hoe deze plaats heet. Wij – zij en wij – staan op het station van Szeged in Hongarije, zo hebben een aantal van hen ontdekt dankzij de GPS op hun smartphone. Deze telefoon hebben ze ook gebruikt om de laatste grens tussen Servië en Hongarije te kunnen vinden. Dankzij de navigatiesystemen hebben zij de coördinaten kunnen vinden die de mensensmokkelaars ze via sms hebben toegestuurd. De coördinaten vormen een wegwijzer naar een nieuwe toekomst. En in deze toekomst, die ze al meerdere honderden, mogelijk zelfs duizenden euro heeft gekost, zijn ze nog niet beland, hier op het station in de periferie van Europa waar wij deze eerste uren van de ochtend samen hebben doorgebracht.

“De betekenis van het leven is het oversteken van grenzen”, zei de Poolse reisverslaggever Ryszard Kapuściński eens. Deze zin krijgt nog meer betekenis op dit punt waar drie grenzen bijeenkomen. Hier op het Triplex Confinium, waar Hongarije, Servië en Roemenië elkaar raken, zal spoedig het meest oostelijk gelegen punt van een drie tot vier meter hoog hek van prikkeldraad zichtbaar worden. In de lente van 2015 werd de aanleg daarvan door de Hongaarse autoriteiten bekendgemaakt. Het hek moet een einde maken aan de schijnbaar grootste migrantenstroom naar de EU in de afgelopen vijftig jaar. Italië en Zuid-Hongarije zijn de gebieden waar de meeste mensen binnenkomen. Griekenland, Bulgarije, Macedonië en Servië zijn de belangrijkste doorreislanden. Deze “Occidental Express” door de Balkan is de belangrijkste route naar de EU geworden en wordt nog meer gebruikt dan de zeeroutes via de Middellandse Zee naar de stranden van Lampedusa.

Dit was ooit de grens van Tito en ook de grens van de Hongaarse communistische leider János Kádár. Het was ook de grens van Moskou en momenteel is het de grens van Viktor Orbán. Het was ook de grens van het Joegoslavische socialisme “met een menselijk gezicht” en het zal de nieuwe grens worden van het kapitalisme, ook “met een menselijk gezicht”, van de Europese Unie, dat steeds meer openlijk te maken krijgt met nieuwe nationalistische bewegingen die het goed doen in verkiezingen in de regio.

Een haas springt zo maar vanuit een veld vol zonnebloemen en holt naar de auto. Er is geen politieagent of vluchteling te bekennen. We bevinden ons ten zuiden van Sopronpuszta, waar op 19 augustus 1989 Hongaren en Oostenrijkers een ontmoeting organiseerde die door •Le Monde* later “de picknick die de koers van de geschiedenis heeft veranderd”, werd genoemd.

De val van de muur begon in Sopronpuszta en eindigde drie maanden later in Berlijn. Daarmee kwam ook de rest van het IJzeren Gordijn, dat dwars door Europa liep en de wereld in tweeën had gedeeld, naar beneden. Móni Bensi, docent aan de universiteit en vertaler, die ons vergezeld op deze reis, was destijds een tiener: “De geschiedenis herhaalt zich zo snel dat de generatie die een van de meest tragische tijdperken van deze regio heeft meegemaakt, nog steeds in leven is. Maar het lijkt alsof deze mensen zijn vergeten wat er toen is gebeurd”, zegt ze. Alsof de vele landgenoten lijden aan een collectief geheugenverlies en ze het lot van de Hongaren als eeuwige migranten en vluchtelingen sinds het Verdrag van Trianon niet langer kennen.

In de zomer voor de val van het communisme was Róbert Molnár 18 jaar oud en woonde hij in Kübekháza, een stadje dat zich een kilometer van het Triplex Confinium bevindt. Nu is hij er de burgemeester. Het is in Hongarije niet makkelijk zulk openlijk verzet tegen de aanleg van het hek als van Molnár te vinden, vooral vanuit centrumrechtse hoek. “Ik ken onze geschiedenis”, zegt hij. “Als een land in het verleden besloot een hek of een muur te bouwen, zoals in Auschwitz-Birkenau, Berlijn of langs de rest van het Oostblok, leidde dat uiteindelijk altijd tot verzet tegen de mensen die het hadden aangelegd.” Molnár meent dat “Hongarije op intellectueel en psychologisch gebied al geïsoleerd is geraakt. Hongarije sluit zichzelf af: er is geen in- of uitgang, geen binnen of buiten. We bevinden ons in het midden van Europa, maar als we ons zo blijven afsluiten, zal de bewegingsvrijheid van de Hongaren zodanig afnemen dat mensen de hoop zullen opgeven en het land zullen uitvluchten.” Hongarije zal geen “eiland” worden, maar “een getto”, meent hij.

Wie zijn oren spitst, kan op het Triplex Confinium het geluid van de klokken van drie kerktorens horen: die van de kerk in Kübekháza, van de Beba Veche in Roemenië en van de Rabe in Servië. Deze drie dorpjes, die op gelijke afstand van elkaar liggen, vormen een driehoek. Een keer per jaar ontmoeten de dorpsbewoners elkaar tijdens een festival. Róbert Molnár noemt zichzelf een praktiserend christen en citeert graag Stefanus I de heilige [de eerste koning van Hongarije, die sinds 1083 als heilige wordt vereerd, red.]: “Zorg voor vreemdelingen”. “In de Bijbel staat: wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”, brengt hij in herinnering en zegt: “Wij zullen lijden onder onze slechte daden. Als wij niet slecht willen worden behandeld, moeten wij anderen ook niet slecht behandelen.”

Bij de ingang van de kocsma, de taveerne, van Kübekháza praat de eigenaresse over een uitzending die ze op tv heeft gezien over immigranten. Vluchtelingen kent ze alleen van tv. Het enige probleem waarover werd gesproken, was dat een vluchteling tomaten had gestolen van een boer, die vervolgens op tv daarover klaagde alsof het het einde van de wereld was.

Kübekháza is nog niet het nieuwe Lampedusa aan het einde van de route door de Balkan voor immigranten die vanuit Zuidoost-Europa komen, maar de burgemeester en de eigenaresse van de kocsma speculeren over hoe dit zal aflopen. Beiden zeggen dat door het hek dat in het Triplex Confinium begint, een kilometer hier vandaan, “vluchtelingen dan Roemenië binnengaan en alsnog hier eindigen.” Een ieder die een kaart raadpleegt, kan zien dat dat klopt. Het antwoord van Péter Szijártó, de jonge minister van Buitenlandse Zaken, op deze kwestie was dat “voor alle delen van de grens waar er geen effectieve manier is om illegale immigratie te stoppen [vanuit Servië naar Hongarije, red.] zullen we andere trefzekere middelen gebruiken om de grens te sluiten.” In de praktijk komt dat op het verlengen van de muur neer.

Zolang prikkeldraad zijn uitzicht nog niet verspert, meent Róbert Molnár dat “het rijke West-Europa met een gezamenlijke oplossing moet komen” en dat je niet de volledige verantwoordelijkheid bij Hongarije kan leggen, want dit is een humanitaire crisis die de gehele wereld aangaat”. Volgens hem is het besluit om het hek te bouwen “pure binnenlandse politiek” en genomen in het belang van Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán. Het project zal het land ongeveer 20 miljoen euro kosten. Het is nationalistische propaganda van vier meter hoog en 170 kilometer lang. Het is niet bedoeld om “immigratie tegen te houden, aangezien overal langs de grens nu al warmtebeeldcamera’s staan en 98 procent van de vluchtelingen in de kraag wordt gevat. Orbán en Fidesz gebruiken het project om stemmen bij Jobbik weg te halen, een extreemrechtse partij. ”

In een tuin, een Europese tuin, waar Orbán muren opricht, heeft een kind een paar kersen aan een boom tegenover ons laten hangen, voor de eerste vluchtelingen die door dit vredige dorpje zullen komen. Morgen, of de dag erna. Het zal niet lang duren voor ze komen. Misschien is het Sharbat of Mohamed, die we hebben ontmoet op het station van Szeged. Of misschien wel Rafik, die nog steeds in een verlaten fabriek in Subotica wacht, zonder een paspoort. Wachtend tot een mensensmokkelaar hem de coördinaten stuurt die hij nodig heeft om zijn reis te kunnen vervolgen.

Ondertussen in de taveerne horen we nog steeds de echo van wat de Hongaarse boer op tv zei, toen hij klaagde over de tomaten die “zij” hadden gestolen. “Zij” slaat op de mensen die naar het einde van de wereld zijn gevlucht in de hoop een veilige haven te vinden in het Europese paradijs/fort. In het Hongaars, Servisch en Kroatisch stammen “tomaat” en “paradijs” af van hetzelfde woord: paradiscom/paradiscom, paradajz/raj, rajčica/raj.

Dit artikel is onderdeel van het #OpenEurope-project.

Factual or translation error? Tell us.