Vluchtelingen reizend over de Balkanroute 2/5: In omheind Hongarije

14 september 2015
Osservatorio Balcani e Caucaso Transeuropa Rovereto

Een bord van de overheid aan de rand van Szeged: "Als je naar Hongarije komt, moet je niet onze banen inpikken."
Een bord van de overheid aan de rand van Szeged: "Als je naar Hongarije komt, moet je niet onze banen inpikken."

Dit is het tweede deel van de reportage over vluchtelingen in de buurt van Szeged. De auteurs schrijven over Viktor Orbáns beleid en zij die zich er tegen verzetten.

“De grensradar is hier geïnstalleerd”, zegt de 62-jarige József Szécsi, een boer en schapenherder die zijn hele leven al woont in Térvár, het plaatsje waar we net zijn gearriveerd. Leunend op zijn hark die hij gebruikt om hooi bijeen te harken, fluit de ‘zeeman van Pannonia’ (zoals de Servische muzikant Djordje Balašević de boeren in Vojvodina noemt) naar zijn hond Rigó, die daarop wegrent om de 23 schapen bijeen te krijgen.

Térvár, een dorpje van een dertigtal huizen in de laaglanden van Hongarije, bevindt zich slechts een enkele meters van de grens met Servië. Er wonen een kleine honderd mensen. Het is waarschijnlijk de meest rustige plaats waar we tijdens het maken van de reportage zijn langsgekomen, een oase van rust.

Vanuit de huizen strekken de geelgroene velden die in de winter wit zijn, vol stipjes van de schapen van Rigó en József zich richting het noorden uit. In het zuiden zal binnenkort zijn uitzicht belemmerd worden: “Vanuit het raam van mijn huis zal ik de muur kunnen zien”, zegt de schaapherder. Zijn schapen zullen niet langer in de naburige velden kunnen grazen. Het hek “zal ons leven niet veranderen en zal ook niets oplossen. Zij [de migranten] zullen op een andere manier, via de rivier, binnenkomen”, zegt hij terwijl hij met zijn hark richting de Tisza wijst, een van de riviertjes die door Vojvodina loopt.

Duizenden migranten per nacht

De dag waarop we Térvár verlieten, werden er op 5 kilometer afstand in de buurt van de rivier 781 migranten aangehouden door de Hongaarse politie. Langs de grens waar de omheining van Viktor Orbán komt, passeren elke nacht ongeveer duizenden migranten de grens van Servië en Hongarije en dus die van de Europese Unie. En het ziet er niet naar uit dat de stroom snel zal afnemen. In dit tempo zullen er in twee maanden tijd meer migranten de grens passeren dan in heel 2014 toen volgens de Internationale Organisatie voor Migratie vijftigduizend mensen het land binnenkwamen. “Ze worden door de politie gearresteerd”, zegt József. “Maar ze willen niet in Hongarije blijven. Ze willen naar Londen, Duitsland of Frankrijk gaan. We zijn gewend om vluchtelingen hier te zien passeren. Ik heb zelfs een familie met een baby gezien. De arme sloebers, zij waren op de vlucht voor de oorlog in hun eigen land, Afghanistan.”

Enkele dagen later ontmoeten we op het station van Szeged, enkele uren voor de trein van 04h36 naar Boedapest vertrekt, een Afghaans meisje van 12 jaar oud die uit Kaboel is gevlucht met haar moeder.

“Hoe heet jij?”

“Wie ben jij?”, antwoordt ze in perfect Engels op een krachtige en wantrouwige manier. “Ben je van de politie?”

“Nee, ik ben journalist.”

“Hoe kan ik jou geloven?”

“Je kunt hem vertrouwen”, bevestigt Márk Kékesi, een 38-jarige socioloog uit Szeged en een van de weinige vrijwilligers die de nacht doorbrengt op het station om de vluchtelingen te helpen die wachten op een trein, die wachten op Europa. Maar ondanks dat weigert ze haar naam te geven.

“Wat schrijf je in blocnote?”

“Ik noteer jouw verhaal en van de mensen die met jou reizen”, antwoord ik.

“In alle landen waar we doorheen zijn gereisd proberen mensen misbruik te maken van onze situatie. Niet alleen de handelaars, iedereen probeert van ons te stelen. Door geld tegen de verkeerde koers te wisselen of te veel geld voor een taxirit te vragen.”

“Daarom ben ik hier”, valt Mark haar in de rede. “Want ik wil je helpen en ik schaam mij voor mijn landgenoten die van jullie situatie profiteren.”

“Hoe komt het dat je zo goed Engels spreekt?”

“Ik was lerares Engels”, zegt ze trots.

“Ik heb ook Engels gegeven. Wij zijn collega’s!”, zegt Mark.

Dan toont ze ons haar mooiste glimlach, maar alsnog vertelt ze haar naam niet.

“Ik las tot 2 uur ’s nachts. Daarna ben ik Engelse les gaan geven aan andere kinderen. [Ze was toen waarschijnlijk 9 of 10, red.] Mijn moeder en ik zijn bijna twee jaar geleden uit Afghanistan vertrokken. We hebben een jaar in Turkije gewerkt om te sparen voor de rest van de reis. Nu zijn we hier, op weg naar Duitsland. Ik wil dokter worden. Ik heb een droom… Ik wil een prachtige toekomst!”

“En dat zal lukken!”, zegt Márk die nu zijn grootste glimlach toont. “Je bent een slim meisje. Jij zal slagen!”

Lees dit artikel verder in het Frans of Engels.

Lees hier het eerste deel van de reeks over Hongarije.

Factual or translation error? Tell us.