COP21 in Parijs: Alles wat je moet weten over de klimaattop

3 december 2015 – The Guardian (Londen)

De verwachtingen over een klimaattop zijn nog nooit zo hooggespannen geweest. Wat staat er in Parijs op het spel en wat zijn de knelpunten? Een overzicht.

Wat gaat er in december gebeuren in Parijs?

De regeringen van meer dan 190 landen komen in Parijs samen om een eventueel wereldwijd verdrag tegen klimaatverandering te bespreken. Het doel van dit verdrag is een vermindering van de uitstoot broeikasgassen, om de dreiging van gevaarlijke klimaatveranderingen te voorkomen.

Waarom nu?

Het huidige verdrag over broeikasgassen loopt in 2020 af. Daarom is de verwachting dat in Parijs een verdrag wordt gesloten voor het daaropvolgende decennium, en mogelijk ook daarna.

Waarom is dit belangrijk?

Wetenschappers hebben gewaarschuwd dat bij een verdere toename van de uitstoot van broeikasgassen een kritische grens wordt overschreden, met een catastrofale en onomkeerbare klimaatverandering tot gevolg. Deze grens ligt bij een wereldwijde temperatuurstijging van 20C, ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. In het huidige tempo stevent de wereld af op een temperatuurstijging van 50C. Dat lijkt niet veel, maar de temperatuur in ons huidige tijdperk ligt slechts 50C hoger dan tijdens de laatste ijstijd. Ogenschijnlijk kleine temperatuurschommelingen kunnen voor de aarde dan ook een groot verschil maken.

Waarom heeft niemand eerder gedacht aan de mogelijkheid van een wereldwijd klimaatverdrag?

Dat is wel degelijk gebeurd. De wereldwijde discussie rond klimaatverandering duurt al meer dan 20 jaar. De geschiedenis van klimaatverandering gaat zelfs nog veel verder terug: al in de 19e eeuw spraken natuurkundigen over de rol van broeikasgassen, met name koolstofdioxide, in de atmosfeer. Diverse wetenschappers opperden destijds al de mogelijkheid dat de temperatuur op aarde zou stijgen met de toename van deze gassen in de atmosfeer. Voor deze theorie bestond destijds echter nog geen wetenschappelijk bewijs.

Is de opwarming van de aarde niet gestopt?

Nee. De gemiddelde temperatuur vertoont wereldwijd een duidelijk stijgende trend. In 1998 was er een piek, waarna de temperaturen weer wat lager werden. Toch lag de gemiddelde temperatuur nog altijd hoger dan in de voorgaande decennia. Desondanks beweerden sommige klimaatsceptici dat de wereld aan het afkoelen was.

Sinds 1998 zijn de temperaturen wereldwijd langzamer gestegen dan in de dertig jaar daarvoor. Ook dit gegeven is door sceptici aangegrepen als bewijs voor het feit dat de opwarming van de aarde tot stilstand is gekomen.

Het is echter belangrijk om op te merken dat de temperaturen niet zijn gedaald of gelijk zijn gebleven. De temperaturen gaan wereldwijd nog altijd omhoog. Ons weersysteem wordt gekenmerkt door variaties. Een periode waarin de opwarming wat langzamer gaat, is daardoor niet geheel onverwacht.

De afgelopen twee jaar is het opwarmen van de aarde weer in een stroomversnelling gekomen, maar daar kunnen nauwelijks conclusies aan worden verbonden.

Welke vooruitgang is er tot nu toe geboekt met een wereldwijd verdrag?

In 1992 werd in Rio de Janeiro een internationaal Klimaatverdrag (UNFCCC, United Nations Framework Convention on Climate Change) gesloten. Dit verdrag is nog altijd van kracht en dwingt overheden om actie te ondernemen tegen klimaatveranderingen, zonder specifiek acties te benoemen. In de vijf jaar daaropvolgend voerden de diverse landen een discussie over iedere specifieke rol, en de rol van ontwikkelingslanden binnen dit programma.

Uit die discussie kwam in 1997 het Kyoto-protocol voort. Het doel van dit verdrag was om de emissie van broeikasgassen in 2012 wereldwijd met 5% te hebben gereduceerd, ten opzichte van het niveau van 1990. Opkomende landen als China, Zuid-Korea en Mexico kregen echter geen doelstellingen opgelegd en hoefden dan ook geen maatregelen te nemen om emissies te beperken.

Als vice-president van de Verenigde Staten zette Al Gore destijds zijn handtekening onder het protocol, maar het werd al snel duidelijk dat de Amerikaanse Senaat dit nooit zou ratificeren. Voor de Verenigde Staten zou het protocol pas in werking treden wanneer dit zou zijn geratificeerd door de landen die wereldwijd 55% van alle schadelijke emissies veroorzaken. Zonder de VS – de grootste vervuiler – aan boord, zou dit nooit gebeuren.

Daarom werd het Kyoto-protocol voor het grootste deel van het daaropvolgende decennium opgeschort. Ook onderhandelingen over klimaatveranderingen kwamen wereldwijd tot stilstand. Eind 2014 nam Rusland echter het onverwachte besluit om het protocol te ondertekenen. In ruil kreeg Rusland van de Europese Unie toestemming om toe te treden tot de Wereldhandelsorganisatie. Met het Russische besluit kreeg het Kyoto-protocol het noodzakelijke draagvlak, zodat het eindelijk kon worden bekrachtigd.

Dus is er nu een wereldwijd verdrag?

Niet helemaal. Onder George W. Bush hield de VS zich helemaal buiten het Kyoto-protocol. Terwijl de onderhandelingen door de Verenigde Naties jaar na jaar weren gevoerd, zaten de onderhandelaars van de VS in een andere ruimte dan die van de rest van de wereld. Het was dan ook duidelijk dat er een andere benadering nodig was om ook de Verenigde Staten aan boord te krijgen, en om de grootste opkomende landen – met name China dat inmiddels wereldwijd de grootste vervuiler is – te stimuleren ook hun verantwoordelijkheid te nemen.

Na moeilijke onderhandelingen werd daarna in 2007 op Bali een actieplan opgesteld waarmee een koers werd uitgestippeld richting een nieuw verdrag dat het Kyoto-protocol moest vervangen.

Dit duurt allemaal erg lang. Wat gebeurde er daarna?

Het duurde inderdaad lang. Vooraf was echter al duidelijk dat het moeilijk zou worden om 196 landen tot overeenstemming te laten komen. Het volgende hoofdstuk in dit langdradige verhaal maakte dat nog maar eens duidelijk: de conferentie van Kopenhagen in 2009.

Wat gebeurde er in Kopenhagen?

Er gebeurde van alles, maar een verdrag werd er niet gesloten. Alle westerse landen en de belangrijkste ontwikkelingslanden bereikten – voor het eerst – overeenstemming om hun emissie van broeikasgassen te beperken. Dat was een belangrijke mijlpaal, aangezien de belangrijkste vervuilers zich voor het eerst achter een gemeenschappelijk doel schaarden.

De emissies waarover in Kopenhagen overeenstemming werd bereikt, waren onvoldoende om tegemoet te komen aan het advies van wetenschappers. Ten opzichte van de voorgaande jaren was dit desondanks een belangrijke stap voorwaarts voor de reductie van schadelijke emissies.

Toch vestigden de internationale pers en diverse non-gouvernementele organisaties de aandacht op wat er in Kopenhagen niet werd bereikt. Wat ontbrak, was namelijk een sluitend en wettelijk bindend verdrag.

Is dat belangrijk?

Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Het Kyoto-protocol was een fraai geschreven, waterdicht en wettelijk bindend internationaal verdrag, als onderdeel van het al even bindende UNFCCC. De vooraf geformuleerde doelstellingen werden echter nooit gehaald omdat de VS weigerde het verdrag te ratificeren. Rusland schaarde zich pas achter het protocol toen het al te laat was. Ook zijn er nooit sancties opgelegd aan de landen die de in het protocol vastgelegde doelstellingen niet hebben behaald.

Daarentegen werd het verdrag van Kopenhagen in 2009 nooit volledig door de VN onderschreven, vanwege de chaos aan het eind van de conferentie. Pas een jaar later werd het verdrag bekrachtigd tijdens een meeting in Cancun. Daarom beschouwden milieuorganisaties het verdrag van Kopenhagen als volledig mislukt.

Toch blijven de doelstellingen waarover in Kopenhagen overeenstemming werd bereikt, nog altijd overeind staan in de vorm van een document dat door alle wereldleiders is ondertekend.

Waarover zal in Parijs mogelijk overeenstemming worden bereikt?

We weten waar de belangrijkste vervuilende landen zich aan hebben gecommitteerd. Ten opzichte van 1990 zal de EU de CO2-emissies in 2030 met 40 procent hebben gereduceerd. Voor de Verenigde Staten geldt in 2025 een reductie van 26 tot 28 procent, ten opzichte van het niveau in 2005. China heeft toegezegd dat de emissies van broeikasgassen in 2030 hun piek hebben bereikt.

Landen die wereldwijd meer dan 90% van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaken, hebben nu allemaal hun eigen doelstellingen geformuleerd – binnen de VN bekend als Intended Nationally Determined Contributions (INDC). Hieronder zijn alle westerse landen en de belangrijkste ontwikkelingslanden die dus elk op hun eigen manier een bijdrage leveren. Zo hebben de ontwikkelde landen daadwerkelijk toegezegd om emissies te reduceren, maar voor ontwikkelingslanden lopen de doelstellingen uiteen van het beperken van emissies, het conserveren van bossen en het investeren in schone vormen van energie.

Een door de VN onderschreven analyse van de doelstellingen van de verschillende landen wijst uit dat deze toezeggingen voldoende zijn om de temperatuurstijging op aarde beperkt te houden tot 2,7 of 30C. Onvoldoende om tegemoet te komen aan wetenschappelijk advies. Dit is echter niet het eind van het verhaal. Een van de belangrijkste onderdelen van een eventuele overeenkomst in Parijs zou zijn om te komen tot een systeem dat emissiedoelstellingen elke vijf jaar tegen het licht houdt, met als doel om de doelstellingen telkens naar boven bij te stellen.

Een andere benadering kan zijn om buiten de VN om meer te doen om emissies omlaag te brengen. Dat kan onder meer door ‘niet-staatsgebonden partijen’ zoals steden, lokale overheden en het bedrijfsleven bij de processen te betrekken.

Als de belangrijkste landen een toezegging hebben gedaan, is een akkoord in Parijs dan een formaliteit?

Zeker niet. Afgezien van een reductie van emissies is financiering een ander belangrijk onderwerp dat op de agenda staat. De arme landen willen dat de rijke landen ze helpen om te investeren in schone technologie die ze helpt om broeikasgassen terug te dringen. Ook dringen de ontwikkelingslanden aan op hulp bij het aanpassen van hun infrastructuur, om zo het hoofd te kunnen bieden aan de klimaatverandering.

Dit is een zeer gevoelig onderwerp. In Kopenhagen kwam financiering van het milieuvraagstuk pas op het allerlaatste moment aan de orde. Rijke landen deden destijds de toezegging van een startkapitaal van $ 30 miljard voor de ontwikkelingslanden. Ook werd afgesproken dat er vanaf 2020 jaarlijks een bedrag van minimaal $ 100 miljard beschikbaar zou zijn.

De arme landen zullen vragen om garanties dat deze toezegging wordt nagekomen, alvorens ze in Parijs een handtekening zullen zetten onder een eventueel verdrag. Die bevestiging hebben ze op verschillende manieren reeds gekregen. In oktober publiceerde de OESO een rapport waarin wordt gesteld dat twee derde van de toegezegde financiering al beschikbaar is. Tegelijkertijd laat een rapport van het World Resources Institute zien dat het restant kan komen uit het budget van de Wereldbank en andere ontwikkelingsbanken. Ook de private sector kan een bijdrage leveren. De Wereldbank en verschillende landen hebben hun financiële ondersteuning reeds opgeschroefd, waarmee de doelstellingen richting 2020 binnen bereik kunnen komen.

Maar er is meer. De ontwikkelingslanden willen dat er vanaf 2020 een vergelijkbare regeling komt, maar er bestaat veel verschil van inzicht over hoe deze eruit zou moeten zien. Sommigen stellen dat de rijke landen voor alle kosten moeten opdraaien, maar de westerse wereld eist dat ook andere partijen een bijdrage leveren. Zo zou de Wereldbank een rol moeten spelen, terwijl de private sector zou moeten zorgen voor het grootste deel van de financiering.

Het is nog altijd mogelijk dat hierover in Parijs overeenstemming wordt bereikt, maar vooralsnog blijft het een van de belangrijkste obstakels voor de voortgang van de besprekingen.

Wat kunnen we voor Parijs nog meer verwachten?

De belangrijkste vragen gaan nu over veiligheid. Met de recente aanslagen in de Franse hoofdstad, en berichten over nieuwe, verijdelde aanslagen, zal de atmosfeer in Parijs compleet anders zijn dan in steden waar eerder belangrijke internationale besprekingen zijn gevoerd. Veiligheid heeft in Parijs de allerhoogste prioriteit. De politie en het Franse leger zullen zichtbaar in de straten aanwezig zijn en de locatie zelf zal worden bewaakt door bewakers in het uniform van de Verenigde Naties. De verschrikkelijke gebeurtenissen van 13 november zullen echter in de gedachten zijn van elke afgevaardigde. Dat zou kunnen betekenen dat wereldleiders in onderlinge besprekingen eerder geneigd zijn om het onderwerp terrorisme te bespreken, in plaats van het milieu. Het zou echter ook kunnen betekenen dat deelnemers aan de top meer druk voelen om tot een overeenkomst te komen, juist vanwege de tragische omstandigheden van de afgelopen weken.

Als de deelnemende landen het onder deze omstandigheden eens kunnen worden over haalbare doelstellingen voor het klimaat, dan betekent dat een belangrijke overwinning voor de internationale samenwerking, maar ook voor ons welzijn, onze veiligheid en onze hoop voor de toekomst.

Vertaald uit het Engels door Rob de Boer

Factual or translation error? Tell us.