Spektakel: Hoge snelheidstheater

22 Juli 2009
Die Zeit Hamburg

"Fanfara Kalashnikov" op het Oriënt-Express Festival. © Oliver Paul - Staatstheater van Stuttgart.
"Fanfara Kalashnikov" op het Oriënt-Express Festival. © Oliver Paul - Staatstheater van Stuttgart.

Gedurende tachtig dagen reizen toneelspelers uit Turkije, Roemenië, Duitsland, Kroatië, Servië en Slovenië door Europa aan boord van een trein die in een theater is omgedoopt. Het doel van dit project, een initiatief van het Nationaal Theater van Stuttgart, is om de verstandhouding tussen volkeren te stimuleren. Dit is niet zo eenvoudig als het lijkt, aldus een journalist van Die Zeit die tussen Istanbul en Boekarest een stuk meereed.

Een blinde oude man zit op het perron van een station in Roemenië. Iedere dag raast hier de Oriënt-Express voorbij, en iedere dag zit de man er aan de rand van het spoor op te wachten. Op een dag krijgt zijn dochter medelijden met hem en speelt zij komedie: ze zet een roestige deur voor hem neer en zegt hem dat de trein bij wijze van uitzondering gestopt is en dat hij moet instappen. De blinde houdt zich aan de deur vast. Zijn dochter richt een ventilator op hem en de oude man reist – in zijn verbeelding – naar het Westen.

Deze scène komt uit het Roemeense toneelstuk Occident Express, dat geschreven is door Matei Visniec. Het wordt voor het eerst opgevoerd in Boekarest: niet in het theater, maar op een station. Oriënt-Express – een theatrale reis door Europa is een idee van het Staatstheater uit Stuttgart waaraan Turkse, Roemeense, Servische, Kroatische en Sloveense toneelgroepen meewerken.

De theatertrein komt uit Turkije. Hij moet zeven grenzen oversteken en 3.900 kilometer afleggen. Hij is in mei uit Ankara vertrokken en is al gestopt in Istanbul, Boekarest, Craiova, Timişoara, Novi Sad, Zagreb, Ljubljana, Nova Gorica en Freiburg. In ieder land stapt er een lokaal theatergezelschap in en op ieder station waar de trein stopt worden stukken gespeeld die speciaal voor de reis geschreven zijn. Onlangs is de trein in Stuttgart aangekomen.

Waarom zou je een trein vol toneelspelers die elkaar amper begrijpen, Europa laten doorkruisen? Ik heb een stukje van de route meegereisd, van Istanbul naar Boekarest. Het Staatstheater uit Stuttgart heeft allerlei argumenten voor dit initiatief: het zou gaan om de ontmoeting tussen Oost en West, de voor- en nadelen van mobiliteit, en de angsten en beloftes die de uitbreiding van de Europese Unie naar het Oosten met zich meebrengt. En dat werkt, dankzij alle inspanningen van Europa.

Maar je merkt al snel dat er aan boord iemand ontbreekt die alle talen spreekt. Of er ontbreekt een taal die door iedereen gesproken wordt. Als het erom gaat spannen, kan er alleen met charisma en tabak iets worden bereikt. Fatih, de Turkse machinist van de trein die voor ieder probleem een oplossing vindt, spreekt twee woorden Duits en drie woorden Engels. Als zich op buitenlandse stations technische problemen voordoen, lost hij deze onbekommerd op met behulp van minstens vijf talen, een mix van gebaren en Esperanto en een heleboel sigaretten.

"Is Ireland sober, is Ireland stiff"

De trein heeft Istanbul nu verlaten en wij bereiden ons voor op een reis van 28 uur naar Boekarest. Om elf uur 's morgens vraagt een knul van de Duitse groep: "Weet iemand wat we kunnen doen om een goede verstandhouding tussen de verschillende nationaliteiten te bevorderen?" "De Turken staan al in de keuken", luidt het ironische antwoord van iemand. "Die zijn al aan het roosteren", voegt een derde toe.

Het duurde tot de avond voordat deze goede onderlinge verstandhouding tussen de Duitsers en de Turken een feit werd, en misschien was dat wel helemaal niet gelukt zonder de tussenkomst van een onpartijdige Schot en een fles Johnnie Walker. (“Is Ireland sober, is Ireland stiff”: deze uitspraak van James Joyce over zijn geboorteland kan prima als motto voor heel Europa dienen.) Maar het werd een geweldige, ronduit utopische avond, en een acteur van het Turkse nationale theater speelde zelfs prachtige liederen op zijn typische snaarinstrument, de oud.

Eerder hadden wij acht uur stilgestaan aan de Turks-Bulgaarse grens. Er waren wat schermutselingen tussen de gewillige EU-kandidaat, Turkije, en de voorpost van Europa, Bulgarije, vanwege onze trein. Er ontbrak een douaneverklaring. Het conflict liep hoog op, totdat "Sofia" en "Ankara" de problemen uiteindelijk op het hoogste niveau oplosten.

Ach, Europa. Wij weten niet waarover wij ons het meest moeten verbazen: over de kunst van het organiseren waarvan dit continent met zijn unieke spoorwegsysteem blijk heeft gegeven, of over de kunst van de bureaucratie die dit systeem op briljante wijze weet te omzeilen. Christian Holtzhauer, een toneelschrijver uit Stuttgart, bekent dat hij de meest onverbiddelijke bureaucratie bij de Italiaanse spoorwegen heeft ondervonden. Daar werd 60.000 euro routeheffing en 6.000 euro staangeld per dag voor de trein geëist. Daarom hebben wij besloten om met een grote boog om Italië heen te rijden.

In Boekarest vindt de voorstelling aan de rand van de stad plaats. "In de tijd van Ceauşescu droomden alle Roemenen ervan om in deze trein te kunnen stappen en naar het Westen te gaan”, vertelt de Roemeense regisseur Alexandru Boureanu. "Daarom heet dit stuk Occident Express." Er is een scène waarin een Kroaat, een Roemeen, een Bulgaar, een Serviër, een Bosniër, een Hongaar, een Macedoniër en een Albanees naast elkaar op een hek zitten. Ze staren allemaal in de verte, dat wil zeggen naar het Westen. Dan zegt de Bulgaar: "Ik weet niet hoe mijn buren schelden. Ik weet niet hoe een Oekraïner, een Hongaar, een Serviër of een Bulgaar scheldt. Maar ik weet wel hoe een Amerikaan scheldt." Waarna de Serviër hem bijvalt: "Fuck." "Er zijn veel dingen die ons binden", zeggen de Albanees, de Serviër, de Kroaat, de Macedoniër en de Roemeen. Dan zetten ze allemaal hun koptelefoon op en luisteren ze naar Amerikaanse muziek.

Op de luchthaven van Boekarest begrijpt de reiziger dat de nostalgie van de Roemenen op onheilspellende wijze allang werkelijkheid is geworden: de Amerikanen zijn er immers al. In het gebouw wemelt het van de Amerikaanse soldaten. Ze dragen een camouflagepak en staren met kille trots naar de burgerpassagiers. Ik vraag een van hen waar ze vandaan komen. "Rechtstreeks van huis." En waar gaan ze naartoe? "Afghanistan." Als voormalige passagier van de theatertrein Oriënt-Express beleef ik dit voorval met iets van schaamte. En ik bedenk plotseling dat we niet zo vaak zouden moeten vliegen; we zouden nog veel vaker de trein moeten nemen.

Factual or translation error? Tell us.