Eurozone: Madrid en Rome: samen anders

8 september 2011 – La Vanguardia (Barcelona)

De een onderwerpt zich aan de bezuinigingseisen van Duitsland en de ECB, de ander, verstrikt in politieke spelletjes, aarzelt. Hoewel ze de crisis allebei anders ondergaan, hebben Spanje en Italië allebei een cruciale rol in de toekomst van de monetaire unie.

In september 1996 deed zich tussen Spanje en Italië een diplomatiek incident voor. Een paar dagen na de jaarlijkse bijeenkomst van de regeringen van beide landen, die dat jaar in Valencia werd gehouden, verklaarde José María Aznar tegenover de Financial Times dat de Italiaanse premier Romano Prodi had voorgesteld dat Spanje en Italië gezamenlijk de invoering van de gemeenschappelijke munt zouden uitstellen om met minder inspanning te kunnen voldoen aan de drie voorwaarden van het Verdrag van Maastricht: lage inflatie, een financieringstekort van maximaal 3 procent en een staatsschuld die hooguit 60 procent van het bnp mocht bedragen.

Op de voor hem karakteristieke toon verklaarde Aznar tegenover de FT dat Spanje geheel aan de criteria voldeed en op niemand hoefde te wachten. Prodi, die opzag tegen het bezuinigingsbeleid waartoe het convergentieprogramma hem dwong, kon niet anders dan ontkennen en drastische maatregelen nemen in de vorm van een impopulaire extra belastingheffing: de eurotax.

In 1997 voldeed Italië aan de voorwaarden van Maastricht (waarbij Helmut Kohl een oogje dichtkneep voor wat betreft de staatsschuld), maar een paar maanden later verloor Prodi de meerderheid in het Parlement. De Italianen droomden ervan weer geld uit te geven en de ondernemer Silvio Berlusconi wist hen te verleiden.

Spanje makkelijker in het gareel te krijgen

September 2011. Beide landen dreigen wederom met elkaar in botsing te komen over de euro. Terwijl Spanje zojuist razendsnel de Grondwet heeft herzien, treuzelt Italië, in een sfeer van politieke verwarring en fel verzet van de vakbonden, eindeloos met de goedkeuring van een bezuinigingsplan dat de afgelopen weken al drie keer is herzien. Deze zomer hebben de Italianen via Corriere della Sera kennisgenomen van de concrete eisen van de Europese Centrale Bank, terwijl de Spaanse regering blijft ontkennen dat Madrid van diezelfde ECB een brief heeft ontvangen waarin wordt gedreigd met interventie. Een brief die wel degelijk bestaat.

Spanje is gemakkelijker in het gareel te krijgen dan Italië. Dat blijkt nu wel. Ondanks zijn diepgewortelde trots is het, als het erop aan komt, gehoorzamer. Spanje is een land met een verticale structuur, de vakbonden zijn er niet erg sterk en 15-M [de 'verontwaardigden', red.] is een oproer zonder duidelijk programma, een periodieke uitbarsting. De verkiezingen komen eraan. Een tijdperk is voorbij, en José Luis Rodríguez Zapatero wil koste wat het kost zijn reputatie redden. Logisch. Hij weet dat hij kwetsbaar is in de catastrofale fase waarin de PSOE [de Spaanse sociaaldemocratische partij, red.] zich momenteel bevindt en ook dat extreemrechts daar zonder meer gebruik van zal maken. Hij is vastbesloten zichzelf te beschermen.

Italië biedt meer tegenstand en past de methode van de ‘catenaccio’ toe [verdedigend voetbal, red.]. Italië is een land van steden, familiebedrijven, vakverenigingen, min of meer geheime genootschappen en verworven rechten. De economie is er meer gesloten. Banken en industrie kennen nauwelijks buitenlandse invloed, de staatsschuld is in handen van binnenlandse spaarders. Met Berlusconi gaat het bergafwaarts, maar op korte termijn is er geen alternatief. Italië volgt zijn eigen tempo en als het binnenlandse evenwicht plotseling zou instorten, zou dat fatale gevolgen kunnen hebben voor Europa. De 'Mezzogiorno' [Zuid-Italië, red.] is een kruidvat. 'Gomorra' [Italiaanse film over de Camorra, de Napolitaanse mafia, red.], kent u die nog? De Duitsers kennen die maar al te goed en achten het daarom absoluut noodzakelijk dat Spanje zichzelf een ijzeren discipline oplegt. Dat is één van de redenen waarom zo'n haast is gemaakt met de herziening van de Spaanse Grondwet.

Factual or translation error? Tell us.