Slowakije schiet in eigen doel

14 oktober 2011 – Presseurop

Om te weten hoe het met de euro afloopt, was het afgelopen week nodig de subtiliteiten van de Slowaakse politiek te begrijpen. Op 11 oktober heeft het parlement in Bratislava de uitbreiding van het Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF) verworpen. De sociaaldemocratische oppositie (SMER) onthield zich van stemming en de liberalen van de SaS lieten de regeringscoalitie van Iveta Radičová, waar zij zelf deel van uitmaakten, vallen. Op 13 oktober heeft ditzelfde parlement ja gezegd tegen de uitbreiding van het noodfonds, waarbij de SMER ditmaal voor stemde in ruil voor vervroegde verkiezingen.

Tijdens deze debatten en onderhandelingen heeft de Slowaakse politieke elite er blijk van gegeven niet te beseffen dat de werkelijke belangen van het land in Europa liggen. Zij heeft de bekrompen mentaliteit aan de dag gelegd van een klein land, dat op het Europese toneel niets anders weet te doen dan legitieme vraagstukken, zoals de deugdelijkheid van mechanismen voor de redding van de eurozone, tot een speelbal van politieke belangen te maken.

Alle leiders van de EU riepen het Slowaakse parlement op opnieuw over het EFSF te stemmen, maar toch kunnen we Brussel er niet van beschuldigen dat het op antidemocratische wijze een nationaal parlement onder zware druk heeft gezet, zoals het geval was met Ierland, dat in 2009 een tweede referendum over het Verdrag van Lissabon moest uitschrijven. Maar Brussel heeft wel een belangrijke rol gespeeld. De tweede stemming, op 13 oktober, heeft immers de deur geopend voor Robert Fico, de leider van de SMER.

Fico was premier van 2006 tot 2010 en toonde destijds al zijn ware aard. Hij ging toen in zee met de extreemrechtse SNS van Ján Slota en de populisten van Vladimír Mečiar. Tijdens zijn regering is Slowakije nationalistischer geworden en meer in zichzelf gekeerd geraakt. Het land heeft de etnische spanningen in de regio versterkt en vooral de banden met Rusland en Servië aangehaald, terwijl de betrekkingen met de EU van ondergeschikt belang werden beschouwd. Mocht Robert Fico volgend jaar maart de verkiezingen winnen, dan zal de EU er paradoxaal genoeg onvrijwillig toe hebben bijgedragen dat de democratie de komende jaren ontspoort.

Maar de echte verantwoordelijken voor deze situatie zijn in de eerste plaats Richard Sulík en zijn partij, de SaS, die tijdens de eerste stemming een duidelijk 'nee' lieten horen. De voorzitter van het parlement en leider van de liberalen maakt zich zorgen over de toekomst van zijn kinderen, die volgens hem met een enorme schuld worden opgezadeld als Slowakije voor Griekenland moet betalen. Een legitiem argument in het minst rijke land van de eurozone, een land dat na de val van het communisme hard heeft moeten werken aan de overgang naar een nieuw economisch model. Maar vermoedelijk heeft Sulík zich daarbij niet gerealiseerd dat de economie van zijn land tegenwoordig nauw verbonden is met die van Europa. Evenmin heeft hij door dat Slowakije veel grotere risico's loopt als het zich, verscholen achter het Tatra-gebergte, als een egoïstische einzelgänger gedraagt.

De stemming over het EFSF heeft tot de val geleid van de regering van Iveta Radičová. Zij was een politica die inzag hoe belangrijk het is deel uit te maken van de eurozone en zich solidair op te stellen. Zij was echter niet sterk genoeg om haar partners te overtuigen. Uiteindelijk heeft Slowakije de uitbreiding van het EFSF goedgekeurd, maar tegen een hoge prijs. Deze stemming is een fiasco voor de regering van Radičová, maar ook voor heel Slowakije.

Factual or translation error? Tell us.