It’s TINA, stupid

19 november 2010
Presseurop

Het verhaal dat je de komende weken of maanden waarschijnlijk zult horen is er eentje over een dapper land, dat zich wist te ontworstelen aan koloniale onderdrukking, armoede en massale emigraties en waarvan de opkomst qua rijkdom net zo spectaculair was als de ondergang ervan. Laat de Ieren het vooral zelf maar vertellen, daar zijn ze ware meesters in. Op de dag dat experts van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationale Monetaire Fonds naar Dublin vlogen om de stand van zaken van de Ierse economie te gaan bekijken, klaagde de Irish Times: “Dat is nog wel de grootste schande. Waren we eindelijk politiek onafhankelijk geworden van Groot-Brittannië, konden we onze eigen boontjes doppen en dan gaan we onze soevereiniteit opgeven”. En hoe komt dat? “We hebben de afgelopen tien jaar in een mist geleefd waarin we ons feliciteerden met ons economisch succes en nu worden we geconfronteerd met het feit dat het een illusie was”, schrijft auteur Joseph O''Connor in de Guardian. “Onbekwame politici, hebzuchtige bankiers en vastgoedspeculanten hebben de zekerheden geruïneerd, waarop onze recente meningen over onszelf waren gebaseerd.”

Maar is de economische ramp van Ierland een zuiver lokaal fenomeen, eentje dat kan worden toegeschreven aan onbekwame politici en hebzuchtige speculanten? Als we naar de zuidwestkant van Europa kijken, naar Portugal, waarover de geruchten gaan dat het de volgende kandidaat is die zijn sleutels van economische soevereiniteit aan het driemanschap EC, ECB en IMF gaat overhandigen, dan duikt er een heel ander verhaal op. “Het probleem in Portugal is anders”, schrijft de New York Times. “Daar zitten de banken niet direct in de problemen, maar heeft de overheid zelf te hoge schulden bij een lage groei en de berg aan zowel particuliere als overheidsschulden is aanzienlijk.” Als we dit onfortuinlijke duo toevoegen aan het recente geval Griekenland, dat door de Financial Times Deutschland onlangs nog werd beticht van “onuitroeibare slinksheid”, vanwege de kennelijke voorkeur voor politieke klantenbinding en fraude, dan is het toch verbazingwekkend dat drie zo totaal verschillende bestemmingen allemaal tot hetzelfde resultaat leiden: ineenstorting, reddingsoperatie, verlies van soevereiniteit.

Iedereen lijkt echter te zijn vergeten dat er ook nog zoiets is als de 'markt'. Sinds de crisis van eind 2007, toen de regering de ontstellende schulden opkocht die door giftige banken waren aangegaan, herhaalde de Ierse minister-president Brian Cowen, net als zijn Europese collega's, de eindeloze mantra dat deze mysterieuze god gesust en gunstig gestemd moest worden en dat daarvoor overheidsvoorzieningen en levensstandaarden dienden te worden geofferd. Drie bezuinigingsronden later (en daar komt nog een verbazingwekkend bedrag van € 15 miljard aan bezuinigingen achteraan) lijkt de markt er nauwelijks beter aan toe, aangezien werkeloosheid en emigratie een hoge vlucht nemen. En nu de Ierse obligatierente afgelopen week boven de 9% uitkwam, betekent het dat een groot deel van de volgende generatie Ieren zich zal moeten inspannen om de woekerrentes terug te betalen. Je zou haast gaan denken dat de markt profiteert van het feit dat het Ierse volk klem zit in zo'n mechanisme dat dergelijke toekomstige winsten garandeert.

Waarom zou het werk van een Ier minder waard zijn dan dat van een Fransman of een Duitser? Je zou kunnen beweren dat dit niet zo zou moeten zijn, als je van mening bent dat menselijke inspanning wel onderworpen moet zijn aan krachten waarop hij geen invloed kan uitoefenen. En met een fatalisme dat grenst aan de vroomheid van een kloosterling zijn de glansloze leiders van Ierland met zijn half miljard inwoners geheel dezelfde mening toegedaan. Gisteren kwam bij dit groeiende gevoel voor het onpersoonlijke nog de aankondiging van de Europese Commissie en de ECB dat de experts die toezicht houden op de Ierse begroting geen openbaar profiel hoeven te hebben. Vanuit hun standpunt bezien lijkt het net of het niet zo ernstig is dat het economisch hart van een democratische samenleving nu wordt gecontroleerd door een stel anonieme administrateurs.

Meer dan twintig jaar geleden presenteerde Margaret Thatcher haar TINA-doctrine [There Is No Alternative] dat wil zeggen dat er geen alternatief is voor de markteconomie. Het is duidelijk dat dit ooit een liberale impuls betekende nadat de voormalige Oostbloklanden zich hadden weten te ontworstelen aan de sombere tirannie van de Sovjet-Unie en dat deze doctrine nog altijd weerklank vindt in dynamische economieën zoals die van Polen, een land dat profiteert van de historische en geografische banden met het altijd zo stevige Duitsland. Maar voor een groeiend aantal Europeanen moet de indruk nu wel zijn gewekt dat de onvermijdelijke wil van de markten een ijzeren vuist is die elke hoop op persoonlijke voldoening, vooruitgang en het goede leven de kop in drukt. Al dat gepraat over economische groei blijkt immers zinloos als die niet gepaard gaat met meer beschaving. En geen enkel groeicijfer in een grafiek of spreadsheet weegt op tegen het gevoel dat onze beschaving meer aan het verliezen dan aan het winnen is.