Democratie opgeslokt in een lepel vla

25 februari 2011
Presseurop

Een boos Ierland gaat vandaag naar de stembus. De Ieren zullen ongetwijfeld Enda Kenny van het centrumrechtse Fine Gael als premier kiezen. Deze partij zal dan in de plaats komen van Fiánna Fáil, een andere centrumrechtse politieke partij. De economische ineenstorting van het land wordt door een groot aantal Ieren toegedicht aan deze laatste partij. De heer Kenny is net als de meeste politieke leiders in Ierland voornemens het beleid voort te zetten dat door zijn voorganger is uitgestippeld: nog meer bezuinigingen, voldoen aan de voorwaarden voor de steun van de EU en het IMF en miljarden aan extra overheidsgeld voor Ierse banken die in de problemen zijn geraakt. Columnist Fintan O’Toole stelt hierover: "Het komt erop neer dat we na alle woede en afkeer, na al het gevloek en getier uiteindelijk weer terug bij af zijn."

Terwijl de Ieren gelaten hun democratische recht uitoefenen, kijken zij ook naar de opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waar honderden burgers het leven laten voor fundamentele rechten. Velen van hen hebben hun blik gericht op Al Jazeera of de BBC terwijl de gebeurtenissen zich op aangrijpende en angstaanjagende wijze voltrekken. Zij moeten zich geraakt en ook geïnspireerd voelen, want zoals de meesten van ons voelen zij instinctief aan wat een nobel goed democratie is. Tegelijkertijd moet de moed hun ook in de schoenen zakken bij de gedachte dat de volkeren van Tunesië, Egypte en Libië na al hun offers en al het bloedvergieten zullen moeten kiezen tussen lokale varianten van Fianna Fáil of Fine Gael, ruziënd over de vraag welke belastingen verhoogd of verlaagd moeten worden, op welke overheidsvoorzieningen bezuinigd moet worden en over de manier waarop een beter rentetarief kan worden verkregen voor de terugbetaling van schulden aan de EU en het IMF.

Moet de komst van democratie onvermijdelijk leiden tot technocratisch gekibbel? In bepaalde opzichten zijn recente vergelijkingen tussen de gebeurtenissen van nu en de revoluties van 1989 ongelukkig. Als de opkomst bij verkiezingen in voormalige communistische landen zoals Roemenië, Bulgarije, Tsjechië en Polen een graadmeter vormt voor het enthousiasme voor democratie, dan luidt het antwoord met een gemiddelde tussen de 50 en 60 procent "ja". Amper twintig jaar na dato is de helft van deze kiezers de afgehaakt.

Zelfgenoegzaamheid is niet het enige probleem. Wat ook wringt, is dat onze leiders te verlegen en niet inspirerend genoeg zijn. Hoe kunnen zij bijvoorbeeld respect blijven inboezemen wanneer de ambtgenoten van de EU-vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken, Catherine Ashton, en Barack Obama zich zo pijnlijk afzijdig hielden terwijl Egyptenaren hun leven op het spel zetten door samen te komen op het Tahrirplein? Wat zouden zij doen als Europa opnieuw een plaag van tirannie te verwerken zou krijgen? En toch heeft dit niet zozeer te maken met hun persoonlijke falen, maar eerder met een politieke cultuur waarin risico's worden vermeden, wat betekent dat een in wezen fatsoenlijke vrouw zoals mevrouw Ashton en de eens zo fascinerende Obama zo weinig speelruimte hebben, en neergeslagen in plaats van bevrijd leken door alle macht die zij tot hun beschikking hebben. Aangezien we leven in maatschappijen waarin niemand meer iets durft, zal er ook niets veranderen. Als gevolg daarvan wordt stemmen een net zo weinig verheffend gebaar als het kiezen tussen vanillevla of chocoladevla in de supermarkt. Niettemin vormen de volkeren van Noord-Afrika ondanks decennia van tirannie het levende bewijs dat wat een onwrikbare realiteit lijkt, net zo snel tot stof kan vergaan. Ieren en Europeanen moeten bij het uitbrengen van hun stem voor ogen houden dat de wereld echt niet zo ongrijpbaar en onveranderlijk is als hij lijkt.