EU-leiders en de vluchtelingencrisis: Europa's gevaarlijke demagogen

13 oktober 2015
VoxEurop
Financial Times

De reactie van een aantal EU-lidstaten op de vluchtelingencrisis vormt een nog grotere bedreiging voor de toekomst van de Unie dan de euro of de Griekse crisis, zegt mensenrechtenactiviste Kati Marton.

De EU heeft de afgelopen jaren te maken gehad met meerdere crises, maar niets vormt zo'n bedreiging voor de toekomst van de Unie als de reactie van de lidstaten op de vluchtelingen die op het continent aankomen, meent de Hongaars-Amerikaanse mensenrechtenactiviste Kati Marton in de Financial Times. Met uitzondering van Duitsland hebben landen over heel Europa in het beste geval met onverschilligheid gereageerd en in het slechtste geval met vijandigheid op de benarde situatie waarin de vluchtelingen verkeren die op de vlucht zijn voor oorlog en onderdrukking. Marton, zelf gevlucht voor het communistische regime in Hongarije in de jaren vijftig, veroordeelt het beleid van haar geboorteland dat onder het xenofobe regime van Viktor Orbán de belangrijkste principes van de EU opzij heeft geschoven:

Leden van de Unie, die zo veel van zich laten horen als het over financiële onderwerpen gaat, zijn veel stiller als het gaat over fundamentele waarden: mensenrechten en het recht van vluchtelingen op een fatsoenlijke behandeling. [...] Het zou niet zo moeten zijn. Van EU-leden wordt verwacht dat zij dezelfde democratische, humanitaire en, ja, liberale waarden delen.

Wat de huidige vluchtelingen doormaken aan de grenzen van Europa contrasteert enorm met haar eigen ervaring: in 1956 werd de familie van Marton met open armen ontvangen door ambtenaren en vrijwilligers. Nu worden de nieuwkomers onthaald met prikkeldraad. En toch, zo legt Marton uit, is er weinig verschil tussen de huidige vluchtelingen en haar eigen familie vijftig jaar geleden:

Mijn familie leek veel op de families die ik onlangs zag bivakkeren op station Keleti in Boedapest. Wij waren met zijn vieren: twee volwassenen, mijn moeder zwanger, twee kleine kinderen, vier koffers en verder niets, behalve dan de droom op een beter leven.

Marton roept de EU op om harder op te treden tegen de xenofobie in Europa. Orbán kreeg een storm van kritiek over zich toen hij opmerkte dat Hongarije een christelijke natie is, waar hij de EU-waarden mee onderuit haalde. Omdat het herverdelingsplan van de EU geen rechtskracht heeft, zijn er hardere maatregelen nodig. "Wat is er voor nodig voor een lidstaat zijn stemrecht verliest, de tot nu toe ongebruikte 'nucleaire optie'?", vraagt Marton zich af. Ondertussen verliezen Europa's progressieven terrein ten opzichte van de demagogen, waardoor het Europese project zelf in gevaar komt.